Bestaande Woning Bouw




Gebruik bepaalt kwart duurzaamheid

16 september, 2014 | Haico van Nunen

Het begrip duurzaamheid wordt veel gebruikt. Het is echter altijd maar weer de vraag wat er nu precies onder wordt verstaan, en hoe je ernaar kijkt. Zo is duurzaamheid niet iets van de korte termijn, maar van de lange termijn. Als we het hebben over de duurzaamheid van een woning, dan gaat het ook niet over een exploitatie van vijftig jaar, het gaat minstens over het dubbele daarvan, of wel 120 jaar (1). Maar als we kijken naar een periode van 120 jaar dan moeten we ook meerdere zaken daarin een plek geven. Duurzaamheid gaat dan niet alleen over het gebruik van energie, maar ook over het gebruik van materialen. En dan zijn er nog de aspecten die we niet kunnen meten. Dat mensen graag op die plek willen blijven wonen, dat ze het er prettig vinden en het beeld aanspreekt, zijn waarden die wel een rol spelen, maar niet ‘berekend’ kunnen worden. Ook dat is een vorm van duurzaamheid.

Laten we eens kijken naar een woning en de genoemde 120 jaar. De woning wordt gebouwd, waarbij veel materialen nodig zijn. De eerste jaren is er nog niet veel onderhoud nodig, maar hoe ouder het gebouw, des te meer er gedaan moet worden. Schilderen, kozijnen vervangen, dakbedekking vernieuwen, noem maar op. Maar ook aanpassingen vanuit comfort. Een grotere badkamer, een uitbouw of een dakkapel behoren tot de aanpassingen in de tijd. Uiteindelijk, na vele jaren is de woning slechts met grote moeite aan te passen en kan er besloten worden om te slopen. In het voorbeeld gaan we ervan uit dat dit ongever na 120 jaar het geval is. De hierboven beschreven gang van zaken levert, uitgedrukt in milieubelasting, een verhouding op van 30-50-20, voor bouwen, gebruiken en slopen. Dat betekent dat in de gebruiksfase nog ongeveer de helft van de materiaalgebonden milieubelasting wordt veroorzaakt. Over een periode van 120 jaar is ongeveer de helft van de milieubelasting toe te wijzen aan materiaal, de andere helft aan energie (2). Dat betekent dus dat de helft van de helft, een kwart van de milieulast, wordt veroorzaakt in de gebruiksfaser. Het gaat dan om noodzakelijk onderhoud, vervanging en aanpassingen , dus door de manier waarop we met de woning omgaan. De manier waarop we renoveren is bepalend voor een kwart van de totale milieudruk van een gebouw. Dat vormt een mooie opgave om mee aan de slag te gaan.

Duurzaamheid als totaal
Materiaalgebonden milieulast bedraagt de helft van het totaal, maar er is nog een helft, namelijk de energetische kant. Daar wordt momenteel hard aan gewerkt om ook een reductie van de milieulast te realiseren. Veelal niet vanuit duurzaamheid geredeneerd, maar vanuit woonlasten. Met nul-op-de-meter kan uiteindelijk de milieulast zelfs met vijftig procent afnemen, namelijk het totale energieverbruik wordt opgenomen. Bij renovatie gebeurt dit halverwege de periode van 120 jaar. De totale afname bedraagt in dat geval nog maar een kwart. In deze discussie komt de optie sloop en nieuwbouw ook vaak naar voren. Energiezuinige woningen zouden in de nieuwbouw makkelijker te realiseren zijn. Wat daarbij al snel vergeten wordt is dat het bouwen en slopen (nu respectievelijk 30 en 20 procent) op dat moment een substantieel aandeel in de milieulast innemen, maar wel over een kortere periode. Een halvering van de levensduur betekent in dat geval een verdubbeling van de last (er is immers minder tijd om de initiële last over te verdelen) 30 wordt 60 en 20 wordt 40 procent. Daarmee is de optie slopen na zestig jaar, geen geldig alternatief en biedt renovatie juist mogelijkheden om duurzaam bezig te zijn.

Nieuwe opgave
De eerste winst op duurzaamheidsgebied is om te renoveren. Nieuwbouw zorgt alleen maar voor extra milieulast. Maar daarmee zijn we er nog niet. Energetische oplossingen wordt aan gewerkt en dat zal stapje voor stapje zijn doel bereiken. Binnen de renovatie ligt een hele opgave. Een kwart van de milieubelasting wordt in deze fase veroorzaakt. Nieuwe technieken zijn nodig om nog beter en nog efficiënter hiermee om te kunnen gaan. Cradle 2 cradle, hergebruik of herwinbare grondstoffen bieden legio mogelijkheden om ook in de gebruiksfase een optimalisate na te kunnen streven. Dat zal niet van vandaag op morgen gebeuren, maar het biedt kansen voor de toekomst.

Bronnen:

(1) De gemiddelde levensduur van een woning in Nederland bedraagt minimaal 120 jaar. In die periode wordt een woning gebouwd, gebruikt en aanbepast en uiteindelijk weer afgebroken.
(2) op basis van zes referentieprojecten ligt de verhouding gemiddeld op 55% materiaalgebonden en 45% energiegebonden. Voor de eenvoud wordt in dit voorbeeld een verhouding van 50-50 aangehouden.
(3) ‘De woning, grondstoffenbank of afval?’, Haico van Nunen,kennisbank bestaandewoningbouw, 28 januari 2014

Categorie: Duurzaamheid, Renovatie en onderhoud, Voorraad | Schrijf een reactie »

Van collectief naar serie van één

10 september, 2014 | Haico van Nunen

Door: Yuri van Bergen

De aanpak van de bestaande woningvoorraad staat op het punt te kantelen. Zowel de strategie om het ‘slechte’ bezit te vervangen met nieuwbouw, als het ‘goede’ bezit te onderhouden lopen tegen de grenzen van betaalbaarheid aan. De complexiteit van de opgave neemt toe en er moet steeds meer ruimte zijn voor een individuele keuze. De bewoner bepaalt daarbij zelf het moment, de oplossing en de ruimte voor extra kwaliteit. Bij renoveren in de serie van één is er namelijk altijd een keuze, ook al is het antwoord nee. Met deze veranderende vraag naar een aanbod in de serie van één beginnen de voordelen van een grootschalige aanpak langzaam te verdwijnen. De eenmalige efficiency slag bij het maken, levert niet meer het gewenste rendement op als we kijken naar de volledige exploitatieperiode.
Lees verder

Categorie: Beheer, Proces, Renovatie en onderhoud | Schrijf een reactie »

Begrippen maken feiten overbodig -6

4 september, 2014 | Haico van Nunen

Verzorgen, repareren of vervangen

Binnen de bouw worden voor werkzaamheden een veelvoud aan termen gebruikt en komen diverse benamingen van materialen voor. Dat is een van de redenen waarom we deze serie geschreven hebben, namelijk duidelijkheid verschaffen over waar we mee bezig zijn. Het gaat erom duidelijk te maken hoe we naar een begrip kijken, zodat we ten alle tijden over hetzelfde praten. We merkten namelijk dat als we het over onderhoudswerkzaamheden hebben, er verschillende activiteiten worden verstaan onder ‘verzorgen’, ‘repareren’ en ‘vervangen’. Zeker als we daarbij niet alleen kijken naar een los product, maar naar een samengesteld product.



Lees verder

Categorie: begrippen maken feiten overbodig, Beheer, Kwaliteiten, Renovatie en onderhoud | Schrijf een reactie »

Techniek, van grens naar kans

2 september, 2014 | Haico van Nunen

Auteurs: Yuri van Bergen en Jelle Persoon

Nog niet zo heel lang geleden werd het argument ‘techniek’ te pas en te onpas uit de kast gehaald, wanneer men met name de bewoners wilde overtuigen dat hun woning beter gesloopt kon worden. Het kostte toen veel energie om aan te tonen dat techniek bijna nooit het argument voor sloop kon zijn. Het gevraagde kwaliteitsniveau, in combinatie met de beoogde doelgroep, bepaalt of een woning aangepast kan worden. Vandaag is het, mede door de vastgoedcrisis, de wereld op zijn kop. Slopen komt niet meer in aanmerking, maar men is terughoudend in het toevoegen van kwaliteit. Liever wordt er nog een keer extra geschilderd. Het kost nu energie om aan te tonen dat door nauwkeuriger naar de individuele vraag te kijken en door nieuwe vormen van samenwerken aan te gaan, kwaliteitsaanpassingen nog steeds mogelijk en betaalbaar zijn. Er wordt weer hoopvol naar de ‘techniek’ gekeken.

Foto trap_1000px


Lees verder

Categorie: Bouwtechniek, Proces, Renovatie en onderhoud | Schrijf een reactie »

Woonkwaliteit en energiebesparing: een eeuwige paradox?

28 augustus, 2014 | Martin Liebregts

Door: Jelle Persoon

Misschien zit het niet meer zo in ons gemeenschappelijk geheugen, maar in de  jaren tachtig en negentig was de aandacht voor energiebesparing net zo groot als nu. Die eerste energiebesparingsgolf ging gepaard met veel problemen. Het binnenklimaat, een belangrijk aspect van woonkwaliteit, verslechterde in veel gevallen. Vochtproblemen kwamen veelvuldige voor. Met het E’novatieprogramma (1986 – 1993) (toenmalige NOVEM) wilde men met goede voorbeelden laten zien dat energiebesparing en een comfortabel en gezond binnenmilieu samen konden gaan.


Lees verder

Categorie: Beheer, Duurzaamheid, Wonen | 3 Reacties »

Renoveren aan de lopende band

26 augustus, 2014 | Haico van Nunen

Door: Yuri van Bergen

Met de ontwikkeling van de assemblageband in 1913 ontwikkelde Henry Ford een maatstaf voor massaproductie die een revolutie heeft veroorzaakt (1). Zelfs nu geldt deze combinatie van nauwkeurigheid, continuïteit en snelheid als een succesvolle formule om ‘betaalbare’ producten te maken. In minder dan honderd jaar tijd is de auto-industrie erin geslaagd om van de zwarte T-Ford een bloeiende industrie te maken, waar continu wordt gespeurd en ontwikkeld op het raakvlak van het gebruik en maken. De oorsprong van deze ontwikkeling heeft gelegen in de som der delen van een aantal aspecten: verhogen van de productiviteit (de lopende band), vereenvoudigen van het productieproces (uitwisselbare onderdelen) en het afstemmen van de keten (toeleveren op het juiste moment).
Nu terug naar onze opgave: het verbeteren van de bestaande woningvoorraad. Is het mogelijk een vergelijkbare revolutie te ontketen door de aanpak van de bestaande woningvoorraad te industrialiseren? Waar de bewoners niet altijd zin of tijd hebben voor een grote verbouwing en niet altijd alle onderdelen van de woning aan vervanging toe zijn. Maar als we het principe van massaproductie zouden gebruiken als oplossing om goedkoper en milieubewuster te gaan verbouwen, in welke mate is de aanpak van de bestaande woningvoorraad dan werkelijk te standaardiseren?


Lees verder

Categorie: Bouwtechniek, Proces, Productinnovatie | Schrijf een reactie »