Bestaande Woning Bouw






Aandacht voor duurzaamheid: Factor 20

19 juli, 2016 | door Haico van Nunen

Door de jaren heen is de aandacht voor milieu van wisselende omvang geweest. Met de komst van de industrialisatie kwamen er meer producten binnen bereik van iedereen. Vanaf de wederopbouw steeg de welvaart en doordat producten zoals een wasmachine werk uit handen nam kregen mensen naast werk ook vrije tijd. Maar die groei had ook een keerzijde. De druk op het milieu nam toe. Maar ja, dat was logisch omdat er meer geproduceerd werd. Pas in 1972 werd deze opvatting (dat productie en milieu onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn)voor het eerst losgelaten. In’ The limits to growth’ (1) wordt voor het eerst gesteld dat de milieudruk niet evenredig mocht toenemen met de productie.


Pas vijftien jaar later wordt er weer op wereld niveau over het milieu gesproken als gezamenlijke opgave. Dan is het de VN commissie Brundtland die in ‘Our common future’ stelt dat we de aarde achter moeten laten zoals we hem hebben aangetroffen (2). Dit gaat dus nog verder dan de ontkoppeling die de Club van Rome voorstelt. Het is in een tijd waarin meer aandacht is voor de manier waarop we met de aarde omgaan, ondersteund door gebeurtenissen zoals: de kernramp in Tsjernobyl, de aantasting van de bossen door zure regen, de droogte in Afrika met de resulterende hongersnood, en giflozingen in de rivieren op oude bedrijventerreinen. Al deze beelden maakten voor iedereen in de samenleving duidelijk dat het zo niet langer door kon gaan. Het volgende moment waarop wereldwijde aandacht voor het milieu is, is wanneer Al Gore zijn ‘Inconvenient truth’(3) presenteert. Het laat nogmaals zien dat het zo niet langer door kan gaan.
Het duurt dan weer bijna tien jaar voordat de signalen ook in werkelijke acties worden omgezet. Tijdens de top in Parijs worden doelen voor CO2 reductie drastisch aangescherpt. Het heeft bijna veertig jaar gekost om te beseffen dat productie en milieu niet onlosmakelijk verbonden zijn, vervolgens dat we niet meer moeten gebruiken dan dat we aan kunnen vullen en tot slot dat we eigenlijk al te ver zijn gegaan en dat we in onze uitstoot veel verder terug moeten, en dat we eerder op zoek moeten naar een circulaire benadering.

Factor 20
Dit alles deed me terugdenken aan een benadering die in de jaren negentig in Nederland werd gebruikt om besef te krijgen van de opgave, namelijk Factor 20. Oorspronkelijk kwam deze benadering uit Amerika (4) maar werd nieuw leven ingeblazen in de duurzaamheiddiscussie in Nederland. Het betreft een simpele formule, waarin de samenhang tussen bevolking, welvaart en milieu wordt gelegd. Dezelfde thema’s die in de eerder genoemde rapporten aan bod komen, alleen dan handen en voeten gegeven in een eenvoudige formule. Daarin werd gesteld dat milieudruk (D) moest halveren (toen al een ambitieus streven), terwijl de verwachting was dat de bevolking (B) zou verdubbelen en de welvaart (W) zou vervijfvoudigen. Om de formule kloppend te krijgen mocht de milieubelasting nog maar 1/20 zijn: D = B x W x M, ofwel ½ = 2 x 5 x 1/20. Vandaar de term Factor 20.

Volgende week verder over de ideëen van rekenen aan de opgave voor 2050…


Bronnen:

1) ‘Limits to growth’, Club of Rome 1972
2) ‘Our common future’ , Brundtland-report, United Nations, 1988
3) ‘An inconvenient truth’, Al Gore, 2006
4) formule D = W x B x M (druk halveren 1/2 welvaart 5, Bevolking 2 , milieu 1/20, Barry Commoner 1972

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Duurzaamheid, Voorraad, Wonen| Reacties uitgeschakeld voor Aandacht voor duurzaamheid: Factor 20

Je kunt niet meer reageren!