Bestaande Woning Bouw






alles heeft zijn maat

12 januari, 2010 | door Martin Liebregts

Het eerste artikel over woonpatronen sloot af met de zin ‘Het wordt tijd dat we weer willen leren van de praktijk van het wonen’. Dit houdt eenvoudig in dat we moeten kijken en luisteren naar de bewoner en het gebruik. Dit houdt niet in dat hier altijd een oplossing voor de toekomst klaar ligt, maar minimaal wordt duidelijk waar een oplossing voor geboden moet worden of waar een oplossing aan moet voldoen. In eerste instantie gaat het om functionele eisen in relatie tot de wooncultuur. En als we terugkijken in de tijd, zijn die veranderingen bescheiden. Een aardig voorbeeld is de plattegrond van een standaardkeuken uit 1926, die wordt aangeduid met de ‘Frankfurter keuken’ 1. De afmetingen bedragen 1,90 x 3,44 m2 (ofwel 6,54 m2).

Het doel was de looplijnen te beperken, de efficiëntie te vergroten en het ruimtebeslag te minimaliseren. Nu, ruim tachtig jaar later, is de maat net geschikt voor een- en tweepersoonshuishoudens. Mede onder invloed van de emancipatie – de keuken is nu voor het hele gezin – en toename van de apparatuur is de ruimtebehoefte toegenomen.
In het eerste artikel is meer ingegaan op de woonkamer als illustratie van de ruimtebehoefte en de invloed van de vorm. Nu worden de andere ruimten en functies (keuken, douche en slaapkamers) bekeken. Het doel is een maatstaf te ontwikkelen voor de noodzakelijke aanpassing van de bestaande (sociale) woningvoorraad.

Grenswaarde of omslagpunt

De waardering van de grootte van de meeste afzonderlijke vertrekken en die van de totale de woning verschillen per huishoudenstype. Als een huishouden meer personen omvat, dan is de behoefte aan meer ruimte ook groter. Dus het aantal vierkante meter, waarbij de behoefte aan vergroting sterk toeneemt – aangeduid met omslagpunt – verschilt veelal per huishoudenstype. Het omslagpunt wordt bereikt als meer dan 30 procent van de huishoudens van oordeel is dat vergroting (zeer) belangrijk is 2.
Als dit per functie en huishouden nader in beeld gebracht wordt, dan zijn er bij het volgende aantal vierkante meters omslagpunten aan te geven (zie ook de bijgevoegde figuren).

Dit houdt in dat als de bestaande aantallen vierkante meters voor die vertrekken beneden de genoemde grenswaarde komt, het te overwegen valt om de ruimte voor die functies te vergroten of de woning te bestemmen voor een andere doelgroep (een- en tweepersoonshuishoudens i.p.v. gezinnen).

De vorm en de ruimtelijkheid

Om de ruimtelijke kwaliteit van een woning voor een bewoner te benoemen, zijn er meerdere thematische programmapunten aan te geven 3. Te denken valt aan de beschikbaarheid van meerdere leefplekken, de ruimtelijkheid van de woning, zonering in de woning, differentiatie in vertrekgrootte en identificatiemogelijkheid door de bewoner. Juist het aspect van de ruimtelijkheid is interessant om te betrekken bij de beoordeling van de grootte.
De ruimtelijkheid wordt o.a. bepaald door lichttoetreding, de verhouding lengte-breedte, de vorm en afmeting van de verkeersruimte.
Uit de projecten die ten grondslag hebben gelegen aan de beoordeling van de grootte, zijn de volgende significante voorbeelden te destilleren (de hoofdletters verwijzen naar de grafieken):
A. Door de gelede vorm worden zowel de woonkamer 4 als de douche beduidend minder gewaardeerd als op basis van de grootte te verwachten is.
B. Als looplijnen een ruimte doorkruisen blijven twee of meer ruimten over die een beperkte bruikbaarheid hebben.
C. De verhouding van de breedte-lengte van een vertrek is essentieel bij slaapkamers. Zeker als de breedte van de hoofdvertrekken 2,6 m1 of minder is. Voor de bruikbaarheid van een slaapvertrek moet de diepte niet meer bedragen dan 1,5 maal de gevelbreedte.

Niet alleen het aantal vierkante meters

Het beoordelen van de grootte van de vertrekken en de woning blijft een vak. Het is niet alleen een kwestie van vermenigvuldigen en optellen. In dat geval zou iedereen die de thermometer kan hanteren morgen bij wijze van spreken huisarts kunnen worden. Juist het begrijpen van de ruimtelijke kwaliteit van een woning in relatie tot het huishoudenstype is van essentieel belang. Kwaliteitsaanpassing van bestaande woningen moet zich in eerste instantie richten op het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van de afzonderlijke vertrekken en van het geheel. Kleine ingrepen kunnen wonderen doen. Vaak zie je in de particulieren sfeer dat hok na hok wordt gebouwd. Er ontstaan wel meer kubieke meters, maar minder ruimte.
Om beter begrip te krijgen over de gewenste kwaliteitsaanpassing van de bestaande woningvoorraad moet er nog veel gekeken worden naar de dagelijkse praktijk van het wonen. Voorlopig zijn er op basis van de twee artikelen wel enkele algemene conclusies te trekken:

  • De huishoudensgrootte is op bescheiden wijze van invloed op de gewenste grootte van vertrekken, varierend van twee vierkante meter (woonkamer, keuken) tot zeven vierkante meter voor slaapruimten;
  • De vorm van een ruimte is zeer essentieel bij de beoordeling van de ruimtelijke kwaliteit en de beleving van de vierkante meters (gevoelsgrootte in analogie met gevoelstemperatuur). Bij een minder goede vorm wordt slechts 80 procent of minder van de grootte ervaren;
  • Niet alle ruimteproblemen behoeven per se op vertrekniveau te worden opgelost. Het zoeken is bij de aanpassing van bestaande woningen naar de juiste compensatie, of in het vertrek zelf, of elders.
  •  
    Zowel het beoordelen als ontwerpen is een vak. Het gaat niet alleen om de vierkante meters. Als we ons daarvan bewust zijn, gaan we met z’n alle zorgvuldiger te werk.


    De grafieken zijn ontleend aan elf complexen, waarbij in totaal bijna zevenhonderd enquêtes zijn ingevuld. Van sommige complexen zijn de resultaten weergegeven per te onderscheiden woningtype.


    Bronnen:

    1. ‘De keuken, geschiedenis, cultuur, design’, Rita Mielke, 2004, Berlijn
    2. Zie artikelen:
     – ‘Bewonersoordeel: kwaliteitsmaatstaf’, M. Liebregts en H. Kok, Bouw, 22 mei 1992
     – ‘Kwaliteit na-oorlogse wijken programmatisch benaderen’, M. Liebregts, Bouw, 18 december 1992
     Uit deze artikelen blijkt dat 87 procent van de een- en tweepersoonshuishoudens en 67 procent te-vreden is over de afmeting van de woning (woninggrootte)
    Verder blijkt uit deze betreffende onderzoeken dat als minder dan 30 procent van de huishoudens on-tevreden is, er nog geen sprake is van een structureel probleem. Als het meer wordt, dan is het erstandig om maatregelen te nemen. Vandaar dat bij de overschrijding van de 30 procent dit aangeduid wordt met een omslagpunt.
    3. ‘Op zoek naar ruimtelijkheid’, S. Arts en M. Liebregts, Renovatie nr. 6/2008
    4. Zie het eerdere artikel over dit onderwerp ‘Woonpatronen van herkenning’, d.d. 23 december 2009

    Print dit artikel Print dit artikel

    Categorie: Doelgroep, Voorraad| 1 Reactie »

    Een reactie op “alles heeft zijn maat”

    1. Reactie door: C. Hock 15 oktober, 2010 om 12:47

      Ik ben op zoek naar huisontwerpen in relatie tot de beschikbare vierkante meters bouwgrond. M.a.w. als ik bijvoorbeeld 450M2 meter bouwgrond heb, wat voor type / grootte van huizen passen daarbij.
      Weet u misschien websites die mij daarbij kunnen helpen ?

      VrGr