Bestaande Woning Bouw






Begrip van het verleden biedt kansen voor de toekomst

25 mei, 2016 | door Haico van Nunen

‘Behaalde resultaten uit het verleden bieden geen garanties voor de toekomst’ . Menig reclame eindigt met deze verplichte zin. Het maakt duidelijk dat je zorgvuldig om moet gaan met aanpassingen van een woning. Een goed ontwerp uit het verleden kan na aanpassingen heel anders ervaren worden. Het is een kwestie van herkennen waarom een woning zo ontworpen is, om vervolgens te beslissen wat je met die kennis doet. Ieder gebouw dat gerealiseerd wordt is een weerspiegeling van zijn tijd. Of het nu gaat over de eerste tuindorpen, de jaren dertig woningen, de uitbreidingen van de jaren zestig of de Vinex-wijken, ze laten allemaal zien hoe we op dat moment nadachten over het leven en wonen.



Wederopbouw
Als je bijvoorbeeld teruggaat naar de wederopbouwperiode (1945-1975) dan wordt die tijd bepaald met de erfenis van de oorlog. De schade, maar ook de economische omstandigheden (gebrek aan materiaal , beperkt geschoold personeel en afhankelijkheid van andere landen via het Marshall Plan) zorgen in eerste instantie voor een beperkte omvang van de nieuwbouw. Toch is de behoefte aan nieuwe woningen groot. Tien jaar later, medio jaren ’50, is de samenleving drastisch aan het veranderen. Men gelooft sterk in ‘de maakbaarheid van de samenleving’, dat je van bovenaf kunt bepalen hoe mensen wonen. Het is ook de periode van de babyboom en het aantal inwoners groeit van 8,8 miljoen in 1940 tot 12,9 miljoen in 1970. Naast een absolute toename van mensen neemt ook het aantal huishoudens sterk toe, onder meer doordat mensen eerder zelfstandig wonen (1). Bovendien is het de periode waarin de welvaart toeneemt. Er komen huishoudelijke apparaten, mensen kunnen zich een auto veroorloven en men heeft vrije tijd.
Er is in die tijd een grote behoefte aan nieuwe woningen. In de bouw hebben we het dan over de grootschalige uitbreidingen (onder meer bouwcontingenten), een zoektocht naar nieuwe technieken en materialen, en het vinden van goedkopere huisvesting. Bij het ontwerpen ligt de nadruk op de stedenbouw. Met deze grote woningbehoefte moeten er compleet nieuwe buurten en wijken komen. De wijkgedachte wordt in Nederland geïntroduceerd. Het sluit aan bij de ‘maakbaarheid van de samenleving’. Het achterliggende idee is dat buurten deels zelfvoorzienend zijn, met bijvoorbeeld een bakker, groenteman en een buurtcentrum en dat op wijkniveau en stads niveau de grootschaligere voorzieningen aanwezig zijn zoals ziekenhuis, theater of universiteit. Pendrecht in Rotterdam is hier een goed voorbeeld van (2), maar zo zijn er meer steden te vinden in Nederland (3).


Context
Het is deze context uit het verleden die de toekomstige opgave bepaalt. Gebouwd vanuit een bepaalde visie en gedachtegoed, volgens de vigerende bouwregelgeving en gericht op de specifieke behoeften van die tijd. Deze woningen zijn momenteel 50 jaar oud. Hoe beoordeel je nu de kwaliteit van het bestaande om te besluiten welke ambitie je na gaat streven, als je deze woningen gaat verbeteren? Vanuit het verleden zijn meer, beter en goedkoper de drijfveren van de opgave geweest, bepaald door de opgave van die tijd. De huisvestingsopgave van vandaag wordt gedomineerd door een nieuwe context: duurzaamheid (4), betaalbaarheid (5) en individualiteit (6) vormen de belangrijkste drijfveren.

Klaar voor de start

De thema’s van de opgave zijn dus bekend. Maar met welke woningen gaan we nu aan de slag? Vaak is de schoonheid van de eenvoud het beste. Om te starten wil je niet direct de uitzonderingen nemen, maar zoeken naar de herhaling en uniformiteit. Als dat de criteria zijn, en we kijken naar Rotterdam als stad dan zien we dat ruim een derde van de stad is gebouwd voor de oorlog (7). Die woningen zijn het oudst en daardoor wellicht harder aan een verbetering toe. Maar kenmerkend aan de vooroorlogse bouw is een grote diversiteit en daarmee niet de meest eenvoudige opgave. Het vraagt vaak maatwerk.
De periode van de stadsinbreiding (1975-1990) heeft in Rotterdam ook een grote omvang. Maar kenmerkend aan deze woningen is dat het invullingen zijn in bestaande stedenbouwkundige situaties, waardoor diverse woonvormen ontstaan. Zo is het niet vreemd om in een gebouw zowel een portiek-, corridor- en galerijontsluiting tegen te komen, die ook nog eens zowel appartementen als maisonnettes ontsluiten. Bovendien is dit een periode waarop technisch gebied verschillende (combinaties van) oplossingen worden toegepast.

Komen we toch weer uit bij de wederopbouw. Die context leidt tot een bepaalde mate van uniformiteit. Enerzijds door de schaal van de uitbreidingen (wijken), anderzijds door de wijze van bouwen. Het is deze schoonheid van de eenvoud die ons een extra reden geeft om juist met deze woningen een start te maken voor een duurzaam, betaalbaar en persoonlijk aanbod (8).

Bronnen:

(1) De woningbezetting neemt in deze periode of van 4,33 (1947) naar 3,4 (1970) CBS jaarstatistiek.
(2) Pendrecht is ontwikkeld door de stedenbouwkundige Lotte Stam-Beese, vanuit de visie van de wijkgedachte, waarbij de geleding van de stad voorop staat.
(3) ‘Traktaat, voetafdrukken van de samenleving’ Yuri van Bergen en Sandra Arts
(4) ‘Bouwen zonder uitstoot’ Haico van Nunen en Yuri van Bergen, januari 2016 kennisbank bestaandewoningbouw.nl
(5) ‘Ruimte in beleid gebruiken voor betaalbaarheid’ Haico van Nunen en Yuri van Bergen, september 2015 kennisbank bestaandewoningbouw.nl
(6) ‘Bewoners aan de knoppen’ Yuri van Bergen en Roel Simons, februari 2015 kennisbank bestaandewoningbouw.nl
(7) Rotterdam-Rijnmond in cijfers
(8) Tijdens de internationale uitwisseling week op Hogeschool Rotterdam gingen studenten uit Aarhus, Tel Aviv, Brugge en Rotterdam aan de slag met ‘Galerie Modernes’, een winkelpand uit de wederopbouwperiode. Deze presentatie gaf de setting en de relatie met woningbouw in die tijd weer.

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Renovatie en onderhoud, Voorraad, Wonen| Reacties uitgeschakeld voor Begrip van het verleden biedt kansen voor de toekomst

Je kunt niet meer reageren!