Bestaande Woning Bouw






Blokverwarming uit het verdomhoekje (2)

16 november, 2011 | door Dyon Noy

Systemen voor collectieve verwarming leiden tot heftige reacties. Meestal wijst de beschuldigende vinger naar blokverwarming in stapelbouw uit de periode van 1960 tot 1980. Een collectief ketelhuis voor ruimteverwarming met radiatoren aan stijgstrangen. Met keukengeisers of elektrische boilers voor het warme tapwater. De kritiek richt zich trouwens zelden op de energiebron. Waar klagen bewoners wel over?

Knelpunten

Drie van de belangrijkste knelpunten. Allereerst de ondoorzichtige energienota. Ten tweede speelt de beperkte individuele regelbaarheid een grote rol. Ten derde de weinige flexibele exploitatie. Niet voor niets komen deze installaties in nieuwbouw van na 1980 niet meer voor. De aversie leidde er bovendien toe dat de afgelopen drie decennia veel van dit type installaties ge√Įndividualiseerd zijn. Iedere woning een eigen verwarmingsketel. Toch komen er nog steeds honderdduizenden woningen met een dergelijke collectieve installatie voor. Is er nog toekomst voor dit type blokverwarming? Hoe komt blokverwarming uit de periode van 1960 tot 1980 uit het verdomhoekje?

Korte exploitatieperiode

De oplossing schuilt in het elimineren van knelpunten en benutten van kansen. Allereerst de antwoorden op het grote pijnpunt: de woninginstallatie. Bij een beperkte resterende exploitatieperiode gaat het natuurlijk om kleinere ingrepen en dito investeringen. Betere bedieningsmogelijkheden voor bewoners. Goede thermostatische radiatorventielen met zo nodig voelers en bediening op afstand. Nauwkeurige afstelling van stooklijn en optimale waterzijdige inregeling. Op afstand uitleesbare radiatormeters gecombineerd met heldere communicatie over meetsysteem en wijze van factureren. Verwijdering van geisers en boilers ten faveure van veilige en duurzame systemen. Bijvoorbeeld centrale bereiding van het warme tapwater met benutting van de gratis warmte van de zon.

Lange exploitatieperiode

Een langere restant exploitatieperiode levert meer geavanceerde oplossingen op. Bijvoorbeeld centrale aansluiting van woningen op het collectieve systeem. De installatie functioneert nu vergelijkbaar met de individuele combiketel. Kamerthermostaat en eigen tapspiraal. Een op afstand uitleesbare absolute warmtemeter registreert nu het energieverbruik. Helder en transparant.

Kansen

Ten slotte benutting van kansen. De centrale energiebron. Focus op verlaging van onderhoudslasten. Immers slechts één grote verwarmingsinstallatie in plaats van vele kleine. Een gebouwbeheersysteem levert permanente monitoring op afstand op. Belangrijkste kwaliteit blijft natuurlijk de inpassing van duurzame energie. Denk aan gasabsorptiewarmtepompen, zonne-energie, houtpelletketels of stadsverwarming. Op korte of op langere termijn.

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Beheer, Duurzaamheid, Renovatie en onderhoud| 4 Reacties »

4 Reacties op “Blokverwarming uit het verdomhoekje (2)”

  1. Reactie door: louis Hiddes 16 november, 2011 om 21:25

    Beste Dyon,

    als je naar de kostenkant van energeiexploitatie kijkt zal je zeker niet voor gas kiezen – ALL Electric zou een betere kuze zijn. niet eenvoudig en goed blijven nadenken is dan wel het devies.

  2. Reactie door: Tineke van der Schoor 17 november, 2011 om 10:47

    Inderdaad, blokverwarming verdient een herwaardering. Het is een goede basis voor een lokaal duurzame energie cooperatie, opgezet door de eigenaren, samenwerkingsbasis ligt er dan al in de VVE, ofwel lokale opwek opgezet door de woningcorporatie.

  3. Reactie door: Carol Newman 5 december, 2011 om 06:52

    Inderdaad, blokverwarming verdient een herwaardering. Het is een goede basis voor een lokaal duurzame energie cooperatie, opgezet door de eigenaren, samenwerkingsbasis ligt er dan al in de VVE, ofwel lokale opwek opgezet door de woningcorporatie.

  4. Reactie door: duurzaam-warm 18 mei, 2015 om 09:53

    mooi artikel !