Bestaande Woning Bouw






Bouwjaar en energetische kwaliteit

9 maart, 2012 | door Martin Liebregts

Woningtype als ordeningsprincipe (5)

Bij de beoordeling van de kwaliteit gaat het altijd om de relatie tussen bouwjaar en de specifieke eigenschappen. De kwaliteit van de woning heeft zich in de loop der jaren aan de veranderende maatschappelijke eisen geconformeerd. Doordat de kwaliteitsaanpassing van de bestaande woningvoorraad geen gelijke trend houdt met de nieuwe eisen en op enige afstand volgt, laat de bestaande voorraad een zeer divers beeld zien ten aanzien van de kwaliteit. De aanpassing vindt zeer gespreid in de tijd plaats en elke eigenaar hanteert daarbij een eigen agenda. Dit geldt ook voor die aspecten, die sterk van invloed zijn op de energetische kwaliteit, zoals isolatiegraad en aanwezige installaties.
De energetische kwaliteit staat niet op zichzelf, maar dient ervoor om bij te dragen aan een comfortabele en betaalbare woning. De spiegel voor de afzonderlijke woningen of een complex wordt bepaald door de energetische kwaliteit van de totale voorraad en de ontwikkeling daarin. (1,2) In het kader van de beschouwing over de aanpassingsmogelijkheden van de bestaande woningvoorraad moet dit artikel beschouwd worden.

Bouwjaar en labels

Van de circa 7,2 miljoen woningen hebben er op dit moment circa 7 procent een energielabel A. De rest is in hoofdlijnen gelijkelijk verdeeld over de verschillende labels en de percentages liggen tussen de 10 en 20 procent. Simpel gezegd, hoe jonger de woning des te hoger het label. Geleidelijk aan vindt er in de tijd een verschuiving plaats naar een hogere energetische kwaliteit. Dit blijkt als de verdeling naar labels beschouwd wordt voor de drie grote bouwperioden: voor 1945, 1946-1970 en na 1970. Alleen het tempo waarin de verschuiving plaatsvindt, trachten we maatschappelijk te versnellen en te koppelen aan de momenten van kwaliteitsaanpassingen in de tijd. In principe dient zich om de circa vijftien jaar de mogelijkheid aan om de kwaliteit op onderdelen te wijzigen in verband met de noodzakelijke onderhoudsbehoefte. Zolang er geen kijk is op einde levensduur binnen nu en vijftien à vijfentwintig jaar, liggen er bijna geen beperkingen om een zo hoog mogelijk label te realiseren en minimaal label A (de referentie van nieuwbouw van de afgelopen tien jaar vanaf 1 januari 2006).

Isolatiegraad en label

Hoe lager het label, des te minder bouwdelen zijn ge√Įsoleerd. Het zijn vooral de vloer en de gevel waarvan de isolatie sterk afneemt vanaf label D/E. Het zijn ook die bouwdelen, die tot nu toe om allerlei technische redenen niet boven aan de agenda stonden bij het isoleren van een woning. Voor beide bouwdelen kunnen zo eigen afwegingen gemaakt worden om tot een aanpak te komen. Bij de vloer is de afweging het comfort en bij de dichte gevel de energiebesparing (en het comfort). Juist voor beide onderdelen is de markt in beweging. Zo wordt bijvoorbeeld de oplossing van binnengevelisolatie steeds gemakkelijker door de hoogwaardige isolerende sandwichpanelen.
Het zal duidelijk zijn dat bij de visie op de levensduur van de woning de energetische kwaliteit een essentieel onderdeel is en dat we met elkaar niet te gemakzuchtig moeten zijn.

Installatie en label

Voor de diverse bouwperioden zijn de verschillen in woninginstallaties bescheiden. Bij woningen van voor 1970 is het aandeel lokale verwarming relatief groot (ruim 10 procent). En vooral de woningen uit de periode 1964-1970 zijn sterk vertegenwoordigd bij de collectieve verwarmingsinstallaties (ruim 10 procent). De typen cv-ketels (CR, VR, HR, HR 107) zijn globaal gelijkelijk verdeeld over de verschillende bouwjaren, met die kanttekening, dat in de woningen vanaf 1971 de HR 107 meer vertegenwoordigd is. In het algemeen is te stellen dat het aandeel type cv-ketel vrijwel onafhankelijk van het bouwjaar is. Dus de verwarmingsinstallatie is alleen in de marge een onderscheidend aspect naar bouwjaarklasse en label. En voor zover er nog kleine verschillen zijn, verdwijnen die snel, mede door de terugkerende aanpassingscycli van deze installatie.

Potentie van de woningvoorraad

De aanpassingsmogelijkheden van de bestaande woningvoorraad zijn legio. De meeste energiebesparende maatregelen worden in de loop der jaren uitgevoerd tijdens de cyclische kwaliteitsaanpassingen in de tijd. Het beeld van de isolatiegraad van de diverse bouwdelen bevestigt dit.

Als de totale woningvoorraad morgen op het niveau van label A gebracht zou worden, leidt dit tot energiebesparing ten behoeve van verwarming in de Nederlandse woningvoorraad tot zo’n 30 à 35 procent. (3) Maar daarmee zijn we er nog niet. Ten aanzien van energiebesparing en energieopwekking zal de horizon gericht moeten zijn op energieneutraliteit. Het scenario moet zich dan ook niet beperken tot twee labels vooruit, maar minimaal twee labels vooruit, met verbeterde kansen voor energieneutraliteit op termijn.

Bronnen
WoON Energie 2006, ministerie BZK
WoON 2009, ministerie BZK
Het huidige gemiddelde gasverbruik (2006) bedraagt 1.466 m3 aardgas bij een gemiddelde BVO van 105 m2 voor een woning. Bij label A is het gasverbruik per m2 BVO 9,3. Als we deze gegevens combineren, resulteert dit in gasverbruik van 977 m3 aardgas.

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Duurzaamheid, Kwaliteiten, Renovatie en onderhoud, woningtype als ordeningsprincipe| Reacties uitgeschakeld voor Bouwjaar en energetische kwaliteit

Je kunt niet meer reageren!