Bestaande Woning Bouw






De bouw na de crisis (1)

11 maart, 2014 | door Jos Lichtenberg

Dit is het eerste van enkele artikelen waarmee ik beoog een discussie over het ‚Äėhoe verder‚Äô te ontlokken. Iedereen zoekt momenteel zijn nieuwe rol. Het is dus niet verkeerd om daar eens bij stil te staan. Binnenkort zijn er al twee evenementen waarbij de auteur betrokken is die daarover gaan. Het ADMS symposium op 25 maart met o.a. de Rijksbouwmeester die daarover zijn visie geeft, maar zeer interessant is ook op 15 april ‚ÄėReframe Housing‚Äô waar Industrie en Vraagwereld interactief aan elkaar worden gekoppeld (beide op de TU/e in Eindhoven). Verder willen we over een paar maanden een vervolg gaan geven aan het symposium van vorig jaar (1) waarin we de zorg over de kennis m.b.t. de bestaande voorraad ter discussie stelden.



Uiteraard gaan we daarbij steeds op zoek naar een blik in de toekomst en nieuwe kansen en verdienmodellen.
Interessant omdat ik, en daarover gaat dit artikel, voorzie dat we een complete reset van de bouwwereld tegemoet kunnen zien. De uitersten van de bouwkolom zoeken elkaar op en alles wat daar tussen zit komt in de verdrukking, in de sandwich. Deze bijdrage schildert de probleemstelling, de status quo. In een vervolgbijdrage wordt een beeld geschetst van hoe het zou kunnen gaan lopen. En later kunnen de uitkomsten van de congressen in een slot van deze korte reeks worden gepresenteerd.

Na enkele decennia van doormodderen, komen we tot herbezinning. Het is al bijna clich√©, maar de crisis is een zegen voor innovatie. Niet alleen omdat het een crisis is, maar ook omdat hij lang aanhoudt en het welbeschouwd ook om meer gaat dan slechts √©√©n crisis. En wie weet zijn we er nog niet. Terwijl de eerste zonnestralen aan de horizon gloren, hangt er als een zwaard van Damocles, nog een energiecrisis boven ons hoofd. Die kan best nog wat jaren uitblijven overigens, maar waar naar schatting een derde deel van onze huishoudelijke lasten bestaan uit directe energiekosten (huis en auto) en indirecte energiekosten (‚Äėembodied energy‚Äô in producten, vakanties, openbaar vervoer, etc.) zijn we natuurlijk zeer kwetsbaar bij een plotselinge stijging van de energieprijs. Bij een schaars monopolistisch product als energie niet bepaald denkbeeldig. Met de spanningen op de Krim neemt ook de angst voor een stijging van de energieprijzen snel toe.

Hoe dan ook, de kantoren staan nu voor 15% leeg, 60% van de architecten zijn verdwenen, de woningbouwmarkt is tot onder de 40.000 stuks per jaar (voor de crisis 70.000 woningen) gezakt. En dan gaan mensen nadenken en worden er begrippen als opportunity’s, transitie, de crisis is een kans en nieuwe verdienmodellen aan ons vocabulaire toegevoegd. Kortom we zijn zoekende.

In de bouw kennen we een ongelooflijk complexe bouwkolom met veel verschillende soorten dienstverleners en makers, en per soort heel veel soortgenoten en overwegend ook nog eens zeer kleinschalig. Iedereen doet oneerbiedig gezegd zijn ding, maar het is altijd maar een fragmentje van het bouwbestel. Niemand lijkt nog eigenaar van het totaalprobleem ‚Äėbouw‚Äô te zijn. Zelfs de bouwbedrijven voegen zelf minder dan 30% van de waarde toe. De rest komt van dienstverleners, onderaannemers (gespecialiseerde aannemers) en producenten en voorafgaande aan het fysieke bouwen of renoveren zijn al wat partijen onderweg. Onder de producenten is het mooi te zien. Zelfs een baksteenfabriek waarbij het product gevoelsmatig nauw met bouwen is verbonden, maakt niet meer dan slechts 2% van de stichtingskosten uit. Ook een vloerenfabrikant zit in die orde van grootte, wellicht iets hoger, maar wat te denken van spouwankers, schroeven, spijkers, kit, stucmortel, etc. Allemaal producten waarachter serieuze producenten zitten die ook soms dank zij het internationale marktvolume grote omzetten halen, maar die vanuit het bouwwerk gezien maar een kruimeltje zijn.
Er zijn op zelfs kleine bouwprojecten dan ook altijd veel partijen betrokken. Met alle leveranciers loopt dat in de honderden.

Er zijn wel projecten waar de puienleverancier of die van dak-systemen en binnen-spouwbladen of van installaties een hogere toegevoegde waarde hebben, maar het maakt ze in projecten nooit dominant en in feite zijn die leveranciers weer doorgeefluik van onderdelen, die zij slim aan elkaar knopen. Een soort tussenbouwen.
Overigens duidt dat al op een van de fenomenen die zijn waar te nemen: De toegevoegde waarde van de industrie neemt toe, ten koste van het in situ bouwen. Bouwen wordt assembleren.

De complexe bouwkolom is de vrucht van het gedurende twee eeuwen steeds maar ongebreideld uitbreiden zonder in essentie het systeem aan te passen. Het is als het ware een vergroeiing, een woekering geweest. Waar we ooit begonnen met een bouwmeester en daaromheen enkele makers uit het gilde systeem, een systeem dat ca. tot de industri√ęle revolutie overeind is gebleven, hebben we nu te maken met een enorme wolk van producenten, ontwerpers, adviseurs, handelaren, bouwers, onder-bouwers, installateurs, managers, kostendeskundigen, financiers, makelaars, projectontwikkelaars,‚Ķetc.

Iedereen zou zich dan ook moeten afvragen: ‚ÄúWat is mijn toegevoegde waarde‚ÄĚ? Als die er niet is dan zal het snel exit zijn. Waar de vraagmarkt in tijden van groei niet zo kritisch was, wordt deze nu zeer kieskeurig en scherp. Iedereen zal zich dus moeten (her)bewijzen. Het wordt om in termen van woekering te blijven een tijdperk van ‚Äėdood hout kappen‚Äô. Het is dus niet zo vreemd dat we het juist nu markt-breed over nieuwe rollen en verdienmodellen hebben.

Waar gaat het nu naar toe?, zo kun je je afvragen.
Er zijn twee zeer belangrijke opwaartse bewegingen. En wel aan de uitersten van de bouwkolom. Enerzijds zij die langdurig verbonden zijn aan vastgoed, zeg maar de gebruikers, eigenaren. Gemakshalve soms ook wel de opdrachtgevers genoemd, hoewel dat in dit kader een wat verwarrende term kan zijn. Anderzijds, hiervoor al genoemd, de toeleverende industrie.
Beiden schuiven naar elkaar op. De gebruiker die mondiger wordt en zich steeds meer bewust is van het feit dat hij aan de touwtjes zou moeten en kunnen trekken, waar hij de laatste decennia vreemd genoeg volstrekt werd genegeerd. De industrie die vanuit de competitie en prijsdruk op zoek gaat naar kansen en waarde proposities. Een industrie die niet meer primair leverancier van een product is, maar oplosser van een probleem. Het woord ‚Äėsolutions‚Äô valt steeds vaker in brochures. Concepten is ook zo‚Äôn woord.

 

Mijn overtuiging is dat eindklant en leverancier, kop en staart, elkaar steeds beter gaan vinden en daarmee de romp van de bouwkolom steeds minder nodig zal hebben. Zo ver zijn we nog niet, we zijn zoekende, op zoek naar elkaar, maar we hebben nog geen gemeenschappelijk draagvlak. In feite het centrale discussiepunt in deze bijdrage.
In een vervolg zal ik terugkomen op de kansen die er voor industrie en vraagwereld in deze mega trend zit verpakt. Het is namelijk niet alleen maar bedreigend of kommer en kwel. Integendeel! Zelfs voor het middenveld (bouwers, architecten, adviseurs, handel) liggen er kansen, maar er moeten dan wel keuzes worden gemaakt.

Wordt vervolgd!

Bronnen / verwijzingen:

(1) Op 22 mei 2013 is het symposium ‚ÄėOnderwijs, de basis voor toekomstgerichte renovatie‚Äô, georganiseerd door het forum renovatie en onderhoud.

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Kosten, Proces, Productinnovatie| 1 Reactie »

Een reactie op “De bouw na de crisis (1)”

  1. Reactie door: Jose 20 december, 2015 om 18:38

    Kewl you should come up with that. Exlctlene!