Bestaande Woning Bouw






De combinatie van wonen, werken en zorgen is van alle tijden

11 juni, 2014 | door Martin Liebregts

Serie over wonen, zorgen en werken -1-

De functiescheiding van de twintigste eeuw

Duizenden jaren lang was de combinatie van wonen, werken en zorgen een vanzelfsprekendheid. De industrialisatie heeft ervoor gezorgd dat er een scheiding ontstond tussen wonen en werken. En de woningbouw van de afgelopen eeuw heeft dit als uitgangspunt genomen. Vanaf de tweede helft van de vorige eeuw werd ook op stedenbouwkundig niveau een rigoureuze scheiding aangebracht tussen de functies. Werken aan huis werd een grote uitzondering, winkels werden samengevoegd tot strips of centra en de bejaardenwoningen werden geleidelijk vervangen door aanleunwoningen bij grote verzorgingshuizen. Zo had alles netjes haar eigen ‚Äėruimtelijke‚Äô plaats in de samenleving. Alles wat de afgelopen vijftig jaar gebouwd is, is gerealiseerd binnen de kaders van deze opvatting. En nu in de eenentwintigste eeuw de kaders geleidelijk gewijzigd worden, ontstaan er problemen.

Verzorgingshuizen en langer zelfstandig wonen

Vanaf medio jaren zestig van de vorige eeuw zijn in Nederland massaal verzorgingshuizen gerealiseerd (1). Op het hoogtepunt, rond 1985, woonden er bijna 140 duizend bewoners in bejaardenoorden, zoals dat destijds genoemd werd. Dit ligt nu ruim beneden de 100 duizend inwoners (2). De afname heeft niets te maken met de afname van de doelgroep. Integendeel, het aandeel 80-plussers is alleen maar toegenomen. De afname heeft vooral te maken met een veranderende maatschappelijke visie op zorg, wonen en besteding van maatschappelijke middelen. De lijfspreuk is: langer zelfstandig wonen en zorg op maat. Dit betekent dat bewoners de zorg in hun eigen – al of niet aangepaste – woonomgeving gaan ontvangen, deels ondersteund door de mantelzorg.
De huidige woningvoorraad is slechts op bescheiden wijze voor de nieuwe omstandigheden uitgerust. Het niveau van draaicirkels en beperken van drempels wordt nauwelijks overschreden. De verzorgingshuizen kunnen wel geleidelijk verdwijnen, maar het nieuwe antwoord op de zorgvraag in de bestaande woningen en woonomgeving is nog niet gegeven. Zeker niet als op maat de leidraad is, met een passende huisvesting.

Wonen en werken

Het gezin, bestaande uit vader, moeder en twee kinderen met één kostwinner, is iets van het verleden. Huishoudelijke apparaten hebben massaal hun intrede gedaan in de woning. Vooral na 1970 is hiervoor ruimte aangebracht. En nu doet zich een nieuw verschijnsel voor: het thuiswerken. Steeds meer mensen gebruiken de woning ook om één of meerdere dagen per week als werkplek te gebruiken (3). Maar de ontwikkeling op dit terrein is pas begonnen. Nu werkt circa 40 tot 50 procent van de werkzame beroepsbevolking één of meerdere dagen thuis. De omvang is weliswaar nog bescheiden, maar groeit alleen maar mede onder invloed van het Nieuwe Werken. Ook hiervoor moeten op termijn in de woning passende ruimten, c.q. voorzieningen aanwezig zijn.

Samenhang

De ‚Äėoude‚Äô gezinswoning, met de bijbehorende gezinnen, is niet meer de dominante huisvestingsvorm. Het aandeel van de een- en tweepersoonshuishoudens vormt nu circa tweederde van alle huishoudens. Nu zien we tegelijkertijd dat zorg en wonen ook in de woningen een plaats moet krijgen. Hoe realiseren we nu oplossingen met elkaar in de aanpassing van de bestaande woningvoorraad en nieuwbouw, waarbij de eendimensionale benadering tot het verleden behoort en er meer aandacht komt voor de ruimte om te wonen, zorgen en werken.


Bronnen/verwijzingen

(1) In 1963 komt de Wet op de Bejaardenoorden. Het gevolg is dat vanaf 1965 een explosieve groei van verzorgingshuizen ontstaat. In de periode 1965-1975 wordt bijna 40 procent van alle verzorgingshuizen gerealiseerd
(2) Het aantal inwoners van verzorgingshuizen laat in de afgelopen decennia een grote verandering zien:
– 1965 : ruim 70 duizend
– 1985 : circa 140 duizend
– 2005 : minder dan 100 duizend
(3) Eenderde van alle werknemers werkt ongeveer één dag per week thuis, volgens het promotieonderzoek naar het Nieuwe Werken van Possenriede. In Nederland bestaat de werkzame beroepsbevolking uit 7,1 miljoen mensen. Tegelijkertijd zijn er bijna 1 miljoen ZZP-ers. Als we deze twee cijfers bij elkaar optellen, dan werk circa 40 tot 50 procent één of meerdere dagen thuis

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Series, Voorraad, Wonen, wonen, zorgen en werken| Reacties uitgeschakeld voor De combinatie van wonen, werken en zorgen is van alle tijden

Je kunt niet meer reageren!