Bestaande Woning Bouw






DE EENVOUD VAN ENERGIEBESPARING: ALLEEN DE METER TELT

14 december, 2009 | door Martin Liebregts

Martin Liebregts en Jelle Persoon

In de huidige maatschappij weten we eenvoudige problemen moeilijk te maken. Dit geldt zeker voor energiegebruik en energiebesparing. De techniek is simpel, de rekensommetjes zijn eenvoudig. Maar toch weten we het met elkaar tot een complex vraagstuk om te buigen. Dit ligt niet aan de natuurkunde, maar aan de maatschappelijke verhoudingen. Al meer dan veertig jaar wordt er intensief gerekend aan de mogelijke energiebesparing en vooraf aan het energiegebruik. In principe zijn de rekenregels eenvoudig.

De regels zijn ingewikkeld gemaakt omdat de onderliggende maatschappelijke verhoudingen complex zijn. Uiteindelijk gaat het bij energiegebruik om posities: de overheid als hoeder voor de lange termijn, de eigenaar als bewaker voor zijn investeringen op korte en lange termijn, de gebruiker, die het direct voelt in zijn portemonnee en soms niet verder vooruit kijkt dan zijn volgende verhuizing. Binnen dit complexe spel van posities en belangen moeten er rekenmethoden bedacht worden, die iedereen accepteert, maar weinigen doorgronden. Uiteindelijk gaat het toch om het gevoel van objectiviteit, of is het een geloof. Dit geldt zowel voor de berekeningsmethode voor energie gebruiken, als de wijze van verrekening, als de inpassing in het woningwaarderingsstelsel.

Als je dit overziet, dan denk je aan de uitspraak dat zich in een zandkorrel de kosmos weerspiegelt. Dit geldt ook voor het rekenen aan energie. Hierin weerspiegelen zich de maatschappelijke verhoudingen.

Aan alle rekensommetjes liggen uitgangspunten ten grondslag, die voor de verschillende betrokkenen uiteenlopende consequenties kunnen hebben.

In dit artikel blikken we dertig jaar terug, waarbij het energiegebruik een voortdurend terugkerende discussie is geweest tussen verhuurder en huurder. Hoe meer de variabelen benoemd worden, des te meer kans op discussie ontstaat. Het advies is, wees terughoudend.

Hoge stookkosten door slecht beheer en onderhoud 1

Van medio jaren zestig tot medio jaren tachtig van de vorige eeuw speelde zich in menig woningcomplex een discussie af over de hoogte van de stookkosten. Sinds de algemene introductie van de centrale verwarming en sterke stijging van de energieprijzen vanaf 1973 vormde het energiegebruik ineens een substantieel deel van de woonlasten. Door diverse instanties en bureaus werden onderzoeken gedaan naar de omvang van het energiegebruik en de invloed van gebreken aan gebouw en installaties hierop verricht. In de gevallen waarin zich de problemen manifest voordeden, bleek dat het energiegebruik ten behoeve van verwarming circa 50% hoger was dan gezien de technische kwaliteit van gebouw en installaties te verwachten was (37 tot 59 procent). De belangrijkste oorzaken voor dit meerverbruik waren gelegen in:

In de loop der jaren is de discussie wat op de achtergrond verdwenen, mede door de grote omvang van gerealiseerde energiebesparingsprojecten. In de tweede helft van de jaren tachtig van de vorige eeuw liep de inhaalslag ten einde.

De energetische kwaliteit in de praktijk is relatief

Rond 1990 is er een uitgebreid demonstratieprogramma uitgevoerd met als titel ‘E’novatie’. Dit programma was mede tot stand gekomen omdat de uitvoering van energiebesparende maatregelen stokte Een van de oorzaken was de toename van vochtproblemen. De woningen werden wel geïsoleerd, maar er werd niets gedaan aan het binnenmilieu (ventilatie, aanpak koudebruggen, vochtige kruipruimten e.d.). E’novatie vormde de combinatie van renovatie met ver doorgevoerde energiebesparing en met structurele verbetering van het binnenmilieu.

Tijdens dat programma zijn uiteindelijk éénentwintig renovatieprojecten gerealiseerd verspreid over Nederland en over de verschillende woningtypen. Het aardige van dit programma is dat het begeleid is met een zeer uitgebreid meet- en onderzoeksprogramma. Alle aspecten van de technische kwaliteit, de wijze van rekenen tot de beoordeling door de bewoners zijn gemonitord. De les ervan is dat ondanks de bemoeienissen van een leger deskundigen niet voorkomen kon worden dat de (energetische) kwaliteit in de praktijk een redelijke spreiding laat zien. Enkele feiten spreken boekdelen:

– Zowel voor als na de renovatie voldeed 42% van de gemeten woningen niet aan de eisen die aan de luchtdoorlatendheid werden gesteld (teveel luchtinfiltratie).
– Ook de afgezogen ventilatielucht voldeed niet aan de eisen en was veelal hoger dan gewenst.

Uitgaande van het feit dat een afwijking van 15% van de norm wordt geaccepteerd, blijkt circa 40% van de projecten in eerste instantie niet te voldoen. Veder zoog de middenstand gemiddeld voor 82% in plaats van de richtlijn van 67% van het maximum af (22% teveel). Dan te bedenken dat bij beter isoleren de invloed van de ventilatie op het energiegebruik een groter bestanddeel gaat vormen.

De praktijk van E’novatie maakte duidelijk dat de gerealiseerde kwaliteit meer borging behoefde, zowel ten aanzien van ventilatie, cv-installatie als luchtdichtheid. Zeker moest een goede afstemming op het gebruik bij het ontwerp voorop staan. Dit houdt o.a. bedieningsgemak en regelbaarheid in. Nu bijna twintig jaar verder is er nog weinig veranderd.

Dit blijkt uit een recent onderzoek van SenterNovem naar de kwaliteit van 32 ‘energiezuinige’ projecten, die tussen 1995 en 2005 zijn gerealiseerd 2. Ook bij deze projecten zijn tijdens het ontwerp en de uitvoering zaken misgegaan, doordat er kennis- en kwaliteitsborging ontbrak. Met name bij de ventilatie zijn er veel problemen geconstateerd. 50% van de bewoners is hier ontevreden over. Overigens zouden veel problemen te voorkomen zijn geweest, wanneer de beschikbare kennis vanuit E’novatieprojecten was toegepast.

Het label is een indicatie

Het label van een woning geeft een indicatie van de energetische kwaliteit en is dus niet absoluut, ondanks al het rekenwerk. Zij geeft zeker geen antwoord op het energiegebruik van een woning, los van het bewonersgedrag.

Iedereen weet dat elke berekening die uitgevoerd wordt een foutmarge omvat ten opzichte van de werkelijkheid van circa 20 procent 3. Dit wordt veroorzaakt door een drietal aspecten:

Op het moment dat het label ook doorvertaald gaat worden naar de huur, zullen de partijen – in eerste instantie de huurder – kritisch naar de praktijk en de gerealiseerde energiegebruiken gaan kijken 4. Hoe hoger de invloed op de huur, hoe groter de kans op mogelijke conflicten.

Het gemiddelde bestaat niet

De gemiddelde woning en de gemiddelde bewoner bestaan niet. Nu het zo is dat de spreiding in kwaliteit en gebruik groot is, zal de discussie op individueel niveau gaan toenemen. Opnieuw is er een golf aan energieonderzoek te verwachten, die duidelijk moet maken of de veronderstelde energetische kwaliteit ook geleverd wordt. Dit zal des te meer optreden als de energetische kwaliteit een substantieel deel van de huur gaat vormen. De discussie gaat dan over:

Laten we met zijn allen goed beseffen dat hoe groter de financiële consequenties (energiekosten, huur) des te scherper de uitgangspunten bekeken worden. De kwaliteitsborging van de woninginstallaties (ventilatie en verwarming) en die van de lichtdichtheid zal de komende jaren een grote stap voorwaarts moeten maken. Gebeurt dit niet, dan leidt het tot onnodige problemen en verstoringen van het proces van energiezuiniger maken van de bestaande woningvoorraad. Het wordt tijd dat niet allen de berekening wordt gecertificeerd, maar ook de werkelijke energetische kwaliteit.

Uiteindelijk zijn we terug bij de titel ‘De eenvoud van energiebesparing: alleen de meter telt’. Want de meter is absoluut.

Bronnen
1. ‘Hoge stookkosten voor de huurder door slecht beheer en onderhoud’, P. Huijbregts, M. Liebregts en L. Weismann, Bouw, 1982.
2. ‘Schatgraven in de bestaande bouw’, in opdracht van SenterNovem, BouwhulpGroep, november 2009.
3. Zie ‘E’novatie thema Energie, Novem (nu SenterNovem), november 1994.
4. Brief van MVROM aan de Tweede Kamer d.d. 2 juli 2009 over de aanpassing van het woningwaarderingsstelsel.
Hierin worden verschillende varianten genoemd. Ook wordt aandacht besteed aan de mogelijke problemen met betrekking tot huurprijsgeschillen. Hier wordt nogal technisch op dit aspect ingegaan: ’t valt in de praktijk wel mee.
Vier punten verschil per label is een gemiddelde puntprijs van € 4,50 een huurverschil van € 216,- per jaar (4×4, 50×12).
5. O.a. de E’novatiebrochures:
– ‘E’novatie thema Installaties, Novem (nu SenterNovem), januari 1994
– ‘E’novatie thema Energie, Novem (nu SenterNovem), november 1994.
6. Algemeen: de BouwhulpGroep beschikt over een grote database: REN-dex, die uitgebreide informatie bevat over de (kritische) kwaliteit van de bestaande woningbouw.

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Duurzaamheid, Renovatie en onderhoud, Voorraad| Reacties uitgeschakeld voor DE EENVOUD VAN ENERGIEBESPARING: ALLEEN DE METER TELT

Je kunt niet meer reageren!