Bestaande Woning Bouw






De grenzen van de portieketagewoningen

11 april, 2014 | door Martin Liebregts

Dé portieketagewoning bestaat niet

In Nederland staan circa 880 duizend portieketagewoningen, verdeeld over de verschillende bouwperioden (1). Als er over problemen met portieketagewoningen wordt gesproken, gaat het vooral over die uit de periode 1945-1974 (circa 43 procent), die voor een substantieel deel in eigendom zijn van woningcorporaties.
De vooroorlogse portieketagewoningen zijn of waren veelal woningen ontsloten met een doorlopende trap. Deels zijn ze in de jaren tachtig van de vorige eeuw op hoog niveau gerenoveerd (woningen van vóór 1940) en deels zijn het karakteristieke gebouwen, die een essentieel deel van het historisch stadsbeeld vormen, die in de afgelopen jaren zijn opgeknapt of in de nabije toekomst een transformatie zullen ondergaan.
De woningen vanaf 1990 zijn veelal appartementen die vaak zijn voorzien van een lift en die een royale plattegrond hebben. De woningen uit de periode 1975-1989 behoren tot een overgangsperiode. Soms beperkt qua oppervlakte en zonder lift en in andere gevallen de kwaliteiten van de latere periode bezitten.

De periode 1945-1974 en de dominante rol van het sociale bezit

De komende tien jaar richt zich de grote opgave op de aanpak van dit deel van de voorraad – portieketagewoningen 1945-1974 – en in het bijzonder dat deel van het sociale bezit (circa 350 duizend woningen). Een aantal minder goede eigenschappen kenmerken deze woningen:

De kwaliteitsaanpassing van dit deel van het woningbezit vergt veel creativiteit. Op het moment dat alle bovengenoemde tekortkomingen opgelost worden, ben je zogezegd op slopershoogte en is nieuwbouw vanuit de te leveren kwaliteit gunstiger dan renovatie. Met een totaal nieuwe schil zijn we er in deze situatie niet.
Het gaat dus om het ontwikkelen van meerdere verbeteringsstrategie√ęn, die het comfort van het wonen verbeteren en een bijdrage leveren aan de betaalbaarheid en het behoud ervan. Innovatieve denkkracht is hierbij gewenst. De oplossing zal naar mijn mening gezocht moeten worden tussen conserveren (+) en renoveren (+).

Meer aandacht voor de gestapelde bouw

Vanuit de sociale woningbouw gezien is er behoefte aan ‚Äėgoede‚Äô en ‚Äėhaalbare‚Äô oplossingen voor de kwaliteitsaanpassing van de gestapelde bouw. Dit bezit vormt op het moment een structureel onderdeel van de betaalbare huisvesting voor vooral een- en tweepersoonshuishoudens, die tevens het overgrote deel van de primaire doelgroep vormen.
In de kennisontwikkeling van allerlei vormen van kwaliteitsaanpassing zal hier meer aandacht voor moeten komen.

 


Bronnen/verwijzingen

(1) De portieketagewoningen zijn globaal als volgt verdeeld over de verschillende perioden:
< 1945 : ~ 29%
1945-1974 : ~ 43% (~380.000)
1975-1989 : ~15% (~130.000)
vanaf 1990 : ~13%
totaal : 100% (880.000)
(2) In de periode 1945-1989 vormde de sociale verhuurder een belangrijke speler op de nieuwbouwmarkt. Ongeveer 45 procent van alle woningen is in opdracht van hen gerealiseerd. Als je daarbij aanvult dat de samenstelling van het sociale bezit voor 50 procent uit grondgebonden woningen en voor 50 procent uit gestapelde woningen bestaat, dan kun je globaal aannemen dat de helft tot driekwart van de portieketagewoningen in handen is van corporaties, ofwel 300 duizend à 450 duizend uit de periode 1945-1989, omdat dit bezit sterk vertegenwoordigd is in stedelijke gebieden (aanname: 350 duizend portieketagewoningen in handen van sociale verhuurders)
(3) ‚ÄėEssay, de toekomst van de woningvoorraad‚Äô, Martin Liebregts e.a., Eindhoven/Boxtel, april 2014

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Renovatie en onderhoud, Voorraad, Wonen| Reacties uitgeschakeld voor De grenzen van de portieketagewoningen

Je kunt niet meer reageren!