Bestaande Woning Bouw






De kansen voor het bouwsysteem Pronto

5 juni, 2013 | door Martin Liebregts

Een serie over systeemwoningen -31-

De afweging in de praktijk

De afweging in de praktijk om te komen tot de gewenste kwaliteitsaanpassing is afhankelijk van vele variabelen en niet zomaar een rekensommetje. Dit laat de praktijk van de aanpassing aan de portieketagewoningen van het bouwsysteem Pronto overduidelijk zien. Er is niet één oplossing en de afwegingscriteria krijgen in de specifieke context voortdurend nieuwe waarden toegekend. Jammer voor de rekenmeesters, maar zo eenvoudig en complex is de dagelijkse keuze voor de passende oplossing (1).

Globaal worden er zeven criteria onderscheiden, die de keuzen op een of andere manier be√Įnvloeden:

Juist een mix van deze criteria bepaalt in de praktijk de aard en omvang van de ingreep, die kan vari√ęren van ‚Äėniets doen‚Äô tot vervangende nieuwbouw.

Het systeem bepaalt mede de weg

In de eerder verschenen artikelen (2) is uitgebreid ingegaan op de eigenschappen van deze portieketagewoningen. Specifiek voor deze woningen spelen drie aspecten een bijzondere rol:

De bovengenoemde knelpunten zijn eenvoudig te corrigeren als de woningen ingrijpend verbeterd worden. Maar de huidige situatie laat zien dat een dergelijke ingreep sporadisch op de agenda staat. Het belangrijkste argument hiervoor is, dat hiermee de huidige eigenschap van betaalbaarheid teniet wordt gedaan. Dit geldt ook als de woonlasten van deze woningen beschouwd worden (3). Het huidig energiegebruik is gezien de grootte en het huishoudenstype bescheiden.

Op zoek naar samenhangende deeloplossingen

Het is dus zoeken naar die oplossingen, die de ruimte benutten om op woningniveau de gewenste kwaliteit aan te brengen ten aanzien van de bovengenoemde drie aspecten; geluid, ruimtelijkheid en energie. In wezen is er behoefte aan een aanbod dat op woningniveau de gewenste kwaliteit aanbrengt. Te denken valt aan geluidsisolerende plafonds, voorzetwanden ten behoeve van geluid en van energie en nieuwe inbouw van keuken, douche en toilet. Eigenlijk gaat het om componenten, die een woning comfortabeler kunnen maken.

Bronnen
1. Voor een zevental projecten (met in totaal circa 2000 portieketagewoningen) is de afweging op een rij gezet en de criteria gekoppeld aan het gekozen ingreepniveau.
2. Zie eerdere publicaties over dit bouwsysteem:
Pronto-systeemwoning, een concept met een verhaal, Martin Liebregts, Kennisbank Bestaande Woningbouw, 18 december 2012
De kwaliteitsaanpassing van het bouwsysteem Pronto: minder techniek, meer kwaliteit, Martin Liebregts, Kennisbank Bestaande Woningbouw, 3 mei 2013
3. Een flat versus een rijtjeswoning. Het gemiddelde energiegebruik voor verwarming bedraagt bij een flat circa 80% van dat van een rijtjes woning.
– portiekwoning (< 1966): 1250 m3/jaar
– portiekwoning (1966-1975): 1100 m3/jaar
– portiekwoning (1976-1988): 900 m3/jaar
– portiekwoning (1989-2000): 800 m3/jaar
(gegevens milieucentraal, gemiddeld circa 1015 m3/jaar)
De gemiddelde woningbezetting is 1,5 à 1,7 personen bij portieketagewoningen (eengezinswoning 2,4). Dit houdt in dat het warmtapwaterverbruik ook lager is dan die bij eengezinswoningen (circa 60%)

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Renovatie en onderhoud, systeemwoningen, Voorraad, Wonen| Reacties uitgeschakeld voor De kansen voor het bouwsysteem Pronto

Je kunt niet meer reageren!