Bestaande Woning Bouw






De maten van het wonen, een lange traditie

26 oktober, 2012 | door Martin Liebregts

serie over nieuwe plattegronden – 6 –

De afgelopen vijftig jaar is er in wezen weinig veranderd in het aanbod over het wonen. Zelfs de toename van de woninggrootte is beperkt. Door de flexibiliteit van de woningen in de periode van 1950-1970 is de woonruimte automatisch vergroot met de aangrenzende slaapkamer, die gescheiden was van de woonkamer door een glazen wand of kastwand, zoals o.a. gestapelde woningen en de eengezinswoningen met voor- en achterkamer.

In dit artikel, in de serie over nieuwe plattegronden, staat de eengezinswoning centraal. In wezen gaat het om de geringe wijziging van de afgelopen vijftig jaar als het gaat om de oppervlakte voor de afzonderlijke activiteiten. Woonkamer en keuken zijn in huidige plattegronden samengevoegd. De douche is wat ruimer geworden en de ruimte in de kap wordt bijna altijd benut. Maar de absolute grootte van de woonverdieping beweegt zich rond hetzelfde gemiddelde: een bruto oppervlak voor de begane grond van 50 m² ( in het verleden ruim 6 m¹ breed bij ruim 8 m¹ diep en nu 5,4 m¹ bij circa 9,5 m¹). Maar als de oppervlakte bescheiden groeit, wat is er dan met het aanbod gebeurd? Om deze vraag te beantwoorden, kijken we naar de nieuwbouw anno 2012 (1).

Het gebrek aan variatie

De eengezinswoningen, die nu ontworpen en gebouwd worden, zijn, los van hun uiterlijk, bijna allemaal identieke woningen met een overheersende beukmaat  van 5,4 m1 en een plattegrond, die aangeduid kan worden met tuinkamerwoning. Ongeveer driekwart van grondgebonden woningen in de prijsklasse tot € 300.000 stichtingskosten wordt met een dergelijke plattegrond uitgevoerd. Het resterende deel is circa voor de helft straatkamerwoningen of specifieke stadswoningen. Op deze wijze brengt de markt zijn eigen uniformiteit voort. De vernieuwingen uit het verleden (jaren vijftig en zeventig), die nieuwe woningtypologieën en woonvormen voortbrachten, zijn we vergeten.

Het nieuwe wat we op dit moment maken, houdt verband met het moment van bouwen en de bijbehorende mode en tijdgeest. Zelfs de architectuur is door de overheersing van de beeldtaal uit de jaren dertig veel van hetzelfde geworden. Grootte, plattegrond en beeld zijn bijna identiek. Misschien wordt het tijd tot nieuwe oplossingen te komen of oude, goede oplossingen opnieuw tot leven te brengen.

De verhouding tussen de oppervlakte

In tegenstelling tot de driekamerappartement, waarbij er een duidelijke relatie is tussen grootte van de woonkamer en die van de badkamer en interne berging (machinekamer). Een dergelijke relatie ontbreekt bij eengezinswoningen. De woon- en slaapverdieping worden afzonderlijk vormgegeven. Bij appartementen wordt de badkamer groter, omdat deze ruimte evenals de woonkamer/keuken luxe en comfort omvatten en uitstralen. Dit geldt op dit moment niet voor eengezinswoningen. De ondergrens voor de badkamer van circa 4,5 m² is hiervan meer de leidraad.

Nieuwe wegen

De grootste verandering van de afgelopen vijftig jaar en de belangrijkste omslag die heeft plaatsgevonden, is die van systeemwoningen naar productiesystemen met de bijbehorende overspanning. Het economisch gebruik van de breedplaatvloer en de optimale benutting van de locatie hebben nu ruim dertig jaar de plattegronden bepaald. Het maakt niet uit in welk deel van het land dat je eengezinswoning betreedt. In driekwart van de gevallen is te voorspellen hoe de plattegrond eruit ziet. Slechts in grote uitzondering (één op de tien) word je als bezoeker een beetje verrast. Het lijkt zo alsof er nooit iets gebeurd is, alleen de diepte van de woning en een kapvorm laten de invloed van de economische conjuntuur zien. Het wordt weer tijd dat er meer ruimte komt om nieuwe plattegrondtypen te bedenken, ontwikkelen en evalueren of opnieuw te gebruiken.

Woninggrootte in de vrije sector

Bronnen
1. Voor een honderdtal nieuwbouwprojecten in de koopsector zijn gegevens verzameld in oktober 2012
2. In de jaren 1965-1975 verschillen de woonoppervlakte van de eengezinswoningen in de categorie woningwet, premiesector en vrije sector als volgt:
– Woningwet : ~66 m² (60-69 m2) (100)
– Premiesector : ~73 m² (63-75 m2) (111)
– Vrije sector : ~83 m² (68-92 m2) (126)
Het verschil tussen de oppervlakte en inhoud van huur en koop over de periode 1991-2000 ziet er als volgt uit:
– Woonkamer  
huur:  30 m² (100)
koop:  40 m² (133)
– Inhoud 
huur: 312 m² (100)
koop: 480 m² (154) (meergezinswoning)
De gegevens die over de nieuwbouw van 2000-2012 zijn verzameld, betreft de categorie in de prijsklasse tussen  € 200.000 – € 300.000, gemiddeld € 235.000, en is meer vergelijkbaar met de ‘oude’ categorie premiesector. De vergelijkbare nieuwbouw in de sociale sector ligt qua grootte circa 10 à 15% lager.
Eerder verschenen artikelen in deze serie:
De structuur van een driekamerappartement, Martin Liebregts, kennisbank BestaandeWoningbouw.nl, 2 oktober 2012
Driekamerappartementen en de verhouding tussen de overige vertrekken, kennisbank BestaandeWoningbouw.nl, 9 oktober 2012
Studentenunits, een replica van de bejaardenhuisvesting, Martin Liebregts, kennisbank BestaandeWoningbouw.nl, 10 oktober 2012
Optimale basismaten van driekamerappartementen, Martin Liebregts, kennisbank BestaandeWoningbouw.nl, 16 oktober 2012
Structuur voor woonunits met één, twee en drie kamers, Martin Liebregts en Sandra Arts, kennisbank BestaandeWoningbouw.nl, 19 oktober 2012

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Kwaliteiten, nieuwe plattegronden, Voorraad, Wonen| 3 Reacties »

3 Reacties op “De maten van het wonen, een lange traditie”

  1. Reactie door: tom maas 29 oktober, 2012 om 15:48

    Dit interessante,nuttige pleidooi om nieuwe typen plattegronden te ontwikkelen zou aan waarde winnen als ook de derde dimensie erbij betrokken wordt: de (plafond)hoogte (en toepassing van vides en dergelijke hoogteverschillen als verbijzondering). Voor de beleving van de ruimte van woningen is het funest geweest dat eind vorige eeuw in het allereerste bouwbesluit de minimumplafondhoogte op 2.40 m werd gesteld. Tot dan gold voor woonverdiepingen 2.70 m als minimum. De foutieve veronderstelling was dat de ‘vrije’ markt – die er helemaal niet was – wel voor de nodige ademruimte zou zorgen. Resultaat is dat vooral in grotere appartementen (met grote woonkamers) de ruimte een onaangenaam ‘geplette’ indruk maakt. Functioneel ook desastreus: terwijl de Nederlander aantoonbaar langer werd, ging de plafondhoogte omlaag. Als mijn neefje van 2 meter langs komt, krijg ik het gevoel in een kabouterwoning te wonen.

  2. Reactie door: marie-josé verheugen 29 oktober, 2012 om 17:03

    Ik zou een lans willen breken voor het begin jaren zeventig gebouwde complex Eurowoningen in Leusden: eengezins, drive-in, flexibel indeelbaar, seriebouw, weinig dragende binnenwanden. Nu na ruim 40 jaar een breed scala van indelingen, keukens beneden of op de eerste laag, 1-2 of meer badkamers, toegevoegde kelders, tuintrappen, 2-5 slaapkamers, veel beroepen aan huis. Bejaarden, alleenstaanden, jonge kinderen grotere kinderen, dus gemengd. Kortom een pleidooi voor flexibel indeelbaar bouwen. Én gemeenschappelijke voorzieningen ( Zwembad, tennisbaan etc.)en een eigen rechtsvorm, website televisiekanaal en zelfbeheer. Natuurlijk ook nadelen zoals energetisch zeer matig ( opgeleverd toen de eerste energiecrisis uitbrak), maar een enthousiast team van wijkbewoners stort zich op het onderzoek van bouwkundige en technische aanpassingen en “best practices” in de wijk. Energiewijk van Nederland in 2010. Kortom een wijk met toekomst.
    http://www.groenstichtingrozendaal.nl

  3. Reactie door: cash 8 oktober, 2015 om 05:01

    Hello!