Bestaande Woning Bouw






De ondergang van de publieke ruimte ?

25 mei, 2011 | door Roel Kruijer

In de bijlage het Spectrum van het Eindhovens Dagblad1 viel mijn oog op twee artikelen.

In het ene artikel vertelt Wladimir Manshanden – ooit begonnen als graffitispuiter – over zijn werk als straatkunstenaar; hij vindt de stad Eindhoven maar lelijk en braaf en anoniem, maar‚Ķ tegelijkertijd ook inspirerend. In het andere artikel kijkt oud burgemeester Rein Welschen terug op zijn bestuurlijke periode in Eindhoven en haakt ondermeer in op de wijze van besturen van een stad: “Steden besturen moet anders. Er moet meer ruimte komen voor dit soort bottom-up beleid, want gemeentebesturen in de steden kunnen het straks niet meer aan. Niet ambtenaren maar de mensen in de stad moeten met plannen komen“.

Nu, deze uitspraken roepen vragen op. Op de eerste plaats: hoe kijk je naar de stad en welk licht werpt dat op de openbare ruimte? Immers het beeld van de stad wordt sterk bepaald door openbare ruimtes, zoals een markt, een plein , een winkelstraat en een park. En ‚Äď de lijn doortrekkend ‚Äď hoe dan de openbare ruimte in te richten, nu en in de toekomst?

De stad en de publieke ruimte

Historisch gezien hebben Europese steden zich ontwikkeld van ommuurde steden tot netwerksteden. Ineke Bruil2 schildert de stad in drie ideaal-typische sociaal culturele modellen. Naast het model van de laat-middeleeuwse ommuurde stad en het eigentijdse model van de netwerkstad schetst ze een beeld van stad en openbare ruimte; in dit model gaat het met name om de sociale interactie tussen vreemden. Historisch gezien hebben de de nieuwe vormen van mobiliteit – zoals de trein, de tram en de metro – een grote sociaal culturele impact. Was er in de middeleeuwse stad nog een grote verbondenheid van burgers, met de komst van het snellere vervoer veranderde dat. Reizigers groeten elkaar nauwelijks, meer en meer werd men anoniem voor elkaar. Ook groeiden de steden – ingezet door de industri√ęle revolutie – stormachtig. De stad wordt een smeltkroes van verschillende bevolkingsgroepen. Er is sprake van een grotere culturele pluriformiteit. Aan de ene kant is dat uitdagend, spannende plekken ontstaan, the place to be; tegelijkertijd ook sociale ellende. Naast de schoonheid van de stad ook de lelijke stad. De openbare ruimte is dan een plek om elkaar te ontmoeten, vaak anoniem, maar het is ook een plek voor uitwisseling tussen verschillende groepen burgers.

Het model van stad en openbare ruimte sluit aan bij de stadsvisie zoals Richard Florida3 die schetst in zijn boek The rise of the creative class. Wel is de invalshoek anders. Uitgangspunt is dat creativiteit – innoverend vermogen ‚Äďde belangrijkste bouwsteen is van economische groei. Ieder mens is in zijn visie creatief. Het mensenklimaat is belangrijker dan een zakenklimaat. Ook is het een klimaat met een grotere diversiteit van mensen die een open tolerante houding hebben naar elkaar. De stad is een brandpunt, een broedplaats van creatieve mensen. De stad is een plaats waar het spannend is‚Ķ ook het alledaagse leven op straat: lopen, fietsen en zitten op een terrasje. Cultuur op het juiste moment. Creatieve mensen willen wonen op authentieke plekken in de stad zoals op een getransformeerd fabrieksterrein in de stad. Beide stadsvisies – het sociologische – culturele model en de visie van Richard Florida – schetsen een optimistisch beeld van de stad. Natuurlijk… er zijn schaduwkanten, zoals de fragmentatie van de stad met als gevolg meer homogene functionele delen van de stad, de dreiging van onveiligheid en de dreigende tweedeling van creatieve en niet creatieve mensen, van haves en van haves not.

De openbare ruimte heeft aan betekenis gewonnen. Juist de uitwisseling tussen mensen is erg belangrijk geworden. Met recht kan dan worden gesproken van een openbare ruimte als publieke ruimte.

Architect Rem Koolhaas4 schetst een ander beeld van de stad. In zijn visie over generische stedelijkheid ziet hij een stad die verkeert in een gigantisch transformatieproces. Kort samengevat : steden worden een vrij willekeurige verzameling van gebouwen. De identiteit van specifieke openbare plekken is verdwenen. Elk gebouw is groots en hoog en is opgebouwd uit rechthoekige blokken met een atrium. Een gebouw als een luchthaven. Alle functies zijn er in samengebald. De hoofdfunctie is shoppen. De straat, het publieke domein, en zelfs het stadscentrum verdwijnen; in plaats daarvan zijn er afgeschermde meer geprivatiseerde zones, onderling verbonden door gangen. De stadsvisie van Koolhaas mag dan realistisch zijn maar tegen het licht van een ge√Įdealiseerde opvatting van de stad – waarin identiteit, spanning en vrijheid is – komt zijn toekomstbeeld als onderkoeld over en nijgt het naar de ondergang van de openbare ruimte als publieke ruimte.

Om vanuit deze verschillende visies op stad en openbare ruimte een eigen standpunt in te nemen ga ik uit van mijn eigen stadservaring. De plaats waar ik woon is Eindhoven. Als je in de tijd terugkijkt- een paar decennia en dat beeld vergelijkt met nu, anno 2011, dan zie je dat er veel veranderd is. Ten positieve. Niet zo snel zal het beeld opkomen van een stad waarin publieke ruimtes verdwijnen. De binnenstad is meer en meer verblijfsgebied geworden. Er wordt gewinkeld, gewandeld en in de zomer zitten terrasjes overvol. Het wonen in de stad is gevarieerder en heeft aan terrein gewonnen. Er is meer aandacht voor groen en water in de stad.

Maar ook komt een dubbel beeld van de stad naar voren. Enerzijds tekent zich het beeld af van the generitic city: het primaat van alle stedelijke functies is winkelen. Hoogbouw heeft stap voor stap haar intrede gedaan. Overdekte grote winkelcentra zijn verrezen, waarin meerdere functies zijn opgenomen zoals een muziekcentrum en een casino. Anderzijds worden fabrieksterreinen getransformeerd in creatieve woon-werk omgevingen, de creatieve industrie wordt merkbaar en er is een afwisseling van aantrekkelijke evenementen in de stad.

De openbare ruimten laat dit beeld zien: buitenruimte met dominante functies als winkelen en horeca aangevuld met binnenruimtes in winkelcentra, gecombineerd horeca en cultuur. Voor de inrichting valt op de uniformiteit in bestrating en straatmeubilair, met een grote zorg voor esthetiek.

De openbare ruimte van morgen

Om het publieke karakter van de ruimte te versterken pleit ik voor een grotere vari√ęteit van kleinschalige functies in de openbare ruimte. Al in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw proclameerden de Situationisten5 hun beeld van de nieuwe stad: po√ęzie, feest, spel en muziek. De utopie van Constant. New Babylon. Eigentijds, kan – als erfenis van hun gedachtegoed – worden gepleit voor de tijdelijke toe-eigening van de publieke ruimte. Rituelen, routes en routines van specifieke stadsgebruikers moeten inzichtelijk worden gemaakt. Kleinschalige activiteiten: ontmoeting en uitwisseling, o.a. door alternatieve stadswandelingen, psychogeografie en bevordering van het openbare debat. Voorbeelden zijn een stadstuin, een podium, een mobiele keuken, een tentoonstellingsruimte zoals de afgebeelde ijsbeer Tosca, eetplekken en een wijkhotel verspreid in leegstaande woningen.

Een bottom-up benadering bij de ontwikkeling en beheer van kleinschalige functies ligt dan erg voor de hand. Met andere woorden constructies en initiatieven waarbij verschillende groepen burgers worden betrokken zijn essentieel. Voor de uitvoering zullen lastige noten moeten worden gekraakt. Wie financiert? Wie draagt verantwoordelijkheid? Wie is belanghebbende?

Al met al, de openbare ruimte heeft toekomst! In het spoor van Rein Welschen en Wladimir Manshanden: Er is werk aan de winkel: meer kleinschalige functies in de openbare ruimte. Inspirerend en uitdagend voor alle partijen.

ir. Roel Kruijer, docent stedenbouw faculteit Facility Management, Hogeschool Zuyd

Bronnen
– Eindhovens Dagblad, 30 april 2011
– Ineke Bruil, Stedelijkheid: een maakbare ambitie?
– Richard Florida, Een introductie tot de creatieve klasse‚ÄĚin Creativiteit in de stad. NAi Uitgevers¬†2005
– Rem Koolhaas, De moraal is blind
– Sven Lutticken, De kunst van de revolutie. De Situationistische Internationale en haar Nachleben. Geheime publiciteit, NAi uitgevers 2005

– Sunset Cinema http://www.bikvanderpol.net/?book=1&page=316
-Nu Hier http://nuhier.mmmmx.net/home/
– Hotel Transvaal http://www.hoteltransvaal.com/lab/lab.php?id=2
– Raum Labor http://www.raumlabor.net
– Add on.20 hohenmeter http://www.add-on.at/cms/cat23.html
– Ecoboulevard http://www.ecosistemaurbano.com/
– Toronto Barbeque http://www.archined.nl/nieuws/2010/december/alles-dreht-sich/

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Stedenbouw en architectuur| Reacties uitgeschakeld voor De ondergang van de publieke ruimte ?

Je kunt niet meer reageren!