Bestaande Woning Bouw






De toekomst is aan renovatie toe

18 juni, 2013 | door Haico van Nunen

De bestaande bouw heeft de toekomst. Langzamerhand zie je dan ook de markt verschuiven van nieuwbouw naar de bestaande bouw. Renovatie wordt belangrijk. Tijdens het symposium Onderwijs, de basis voor toekomstgerichte renovatie stond de toekomst van renovatie centraal. Hoe ziet de toekomstige renovatieopgave eruit, en specifiek de vraag: Welke kennis is er nodig om hiermee aan de slag te gaan? Om in de toekomst de renovatieopgave van passende antwoorden en oplossingen te voorzien en een rol in die markt te kunnen blijven spelen, zullen de opleidingsinstituten hier aandacht aan moeten besteden. Aan de ander kant zullen ook de mensen die vandaag de dag in de praktijk bezig zijn met andere competenties en werkterreinen aan de slag moeten.


De veranderingen worden deze middag nader toegelicht. Een van de drie thema’s die centraal stonden deze middag is het thema ‘grondstoffenbank’. In een inleidende presentatie worden stellingen benoemd, die vervolgens in één van de de workshops met de deelnemers verder worden uitgewerkt.

‘Beschouwingen over duurzaamheid krijgen pas betekenis als ze geplaatst worden binnen de cyclische processen, die kenmerkend zijn voor het gebruik van gebouwen.’
Het gaat daarbij zelfs verder dan een product; denk eerder aan een component, dienst of prestatie. Op welke wijze kan een gebouw ingezet worden om te voldoen aan die dienst? Dat kan enerzijds betekenen dat onderdelen beter op elkaar worden afgestemd, of dat er juist oplossingen komen om op een andere manier de gewenste prestatie te halen. Als dakpannen nog niet aan vervanging toe zijn, waarom dan niet aan de binnenzijde goed isoleren. In de lijn van de grondstoffenbank is het voor de industrie interessant om daar een leidende rol in te nemen. Door de grondstoffen alleen maar ‘uit te lenen’ blijven ze eigenaar van de materialen en zijn ze verzekerd van grondstoffen in de toekomst. Ze kunnen zelfs betere diensten aanbieden, omdat de dienstverlening (exploitatie) meer bij de producent komt te liggen, en vanuit die visie producten te ontwikkelen zijn. Hele nieuwe markten dienen zich daarmee aan.
Door het gebouw ook echt te beschouwen in verschillende (series) componenten met verschillende gebruiksduren (levensduren), kun je op een andere manier met gebouwen omgaan. Duurzaamheid krijgt daarmee betekenis.

‘We moeten ons voortdurend een beeld vormen van de grondstoffenstroom tijdens de bouw en exploitatie van gebouwen en bij aanpassingen van een gebouw hierop inspelen.’
Een gemiddelde eengezinswoning bestaat al snel uit 115 ton materiaal. Daar zijn de benodigde vervangingen nog niet eens in meegeteld. Mede in het licht van de vorige stelling moet er gekeken worden hoe de grondstoffenstroom geoptimaliseerd kan worden. Dat moet niet enkel gebeuren vanuit materialen, dan wordt het teveel een rekensom. Er moet een integrale benadering van de opgave plaatsvinden. Misschien betekent dit juist wel dat je zeer stevige casco’s bouwt (veel materiaal), maar dat ze wel lang mee gaan. Optimalisatie wil niet per se zeggen dat er minder materiaal nodig is, maar wel dat je de stromen efficiënter maakt. Aan de andere kant ligt de opgave voor kort-cyclische producten verscholen in het afstemmen van kwaliteit in de tijd.

‘Van Trias Energetica naar Trias Solida: beperk het verbruik, door mooi functionele en stevige gebouwen te maken.’
Het gaat om goede, evenwichtige gebouwen. De laatste tijd ligt de focus vooral op energie. De welbekende Trias Energetica wordt hiervoor gebruik om de principes te duiden. Voor een gebouw geldt eenzelfde principe: de Trias Solida. In tegenstelling tot de Trias Energetica is dit niet het afpellen van oplossingsrichtingen, maar juist een samenspel tussen de drie basiskwaliteiten: mooi, functioneel en stevig. Door een afgewogen keuze te maken met bovenstaande drie kwaliteiten wordt een duurzame invulling gegeven. Het is geen nieuw rijtje; de drie kwaliteiten die hier genoemd worden zijn ruim tweeduizend jaar geleden al door Vitruvius benoemd: Utilitas, Venustas en Firmitas. Het zijn de drie kernwaarden die destijds al werden gebruikt om de kwaliteit van een gebouw te beschrijven. Vandaag de dag gelden die kernwaarden nog steeds, al kunnen we ze nu steeds fijner benoemen. Iedere woning is echter terug te leiden naar de Trias Solida om op die manier de duurzaamheid van een gebouw te bepalen.

Grondstoffenbank als thema is een kwaliteitsaspect dat vandaag de dag nog onderbelicht is, maar volgens de aanwezigen niet te negeren. Het zou wel eens een van de (doorslaggevende) redenen kunnen worden om aan de slag te gaan met renovatie. Wel wordt er opgemerkt dat in het verleden hier ook al aandacht voor was. Scheiding van drager-inbouw (SAR), aanpasbaar bouwen, flexibel bouwen, noem maar op, alles om de woning aan te kunnen passen. Waarom lukt het dan nu wel? Wellicht schuilt het effect dan toch in herhaling. Er is een zekere kritische massa nodig om een verandering in te zetten. De opleidingen moeten (mede) in die massa voorzien.

Wilt u de deelnemers over de grondstoffenbank aan het woord horen, klik dan hier.

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Duurzaamheid, Renovatie en onderhoud, Voorraad| 3 Reacties »

3 Reacties op “De toekomst is aan renovatie toe”

  1. Reactie door: Rob Leegwater 18 juni, 2013 om 11:42

    Een kloostermop is geen grapje. Kloostermoppen vormen het eeuwenoude bewijs dat je met eenvoudige materialen duurzame casco’s kan bouwen. In deze oude bouwwerken is de ‘inbouw’ vrijwel altijd gescheiden van het ‘casco’. John Habraken (SAR) was zijn tijd vooruit maar kreeg inspiratie van Vitruvius en Palladio. Voor de scholing van jonge mensen is van het grootste belang om de visie van Vitruvius correct te vertalen: Utilitas, Firmitas, Venustas, elke andere volgorde faalt!

  2. Reactie door: louis Hiddes 18 juni, 2013 om 11:48

    Beste Haico,
    Als goede vastgoedbeheerder dien je altijd het onroerend goed op zo’n wijze te onderhouden dat er minimaal sprake is van waardebehoud en geen waarde verlies. Het onderhouden heeft dan niet alleen betrekking op het technische onderhoud, maar ook hoe het proiduct markttechnische aan de vraag blijft voldoen.
    Het hebben van 7 miljoen woningen had dan altijd de hoogste prioriteit en niet de opgave van 50.000 tot 60.000 woningen per jaar.
    die waren uitsluitend bedoeld om de groeiende en aanwezige kwalitatieve vraag te voldoen. Of soms dat te vervangen wat echt slecht was.
    Wat het probleem is dat nieuwbouw een veel leuker opgave is en de aandacht voor het bestaande wat minder leuk.

  3. Reactie door: Pierre van Vliet 19 juni, 2013 om 10:00

    Het is goed dat er een focus hebben is op het onderhouden en Trias Solida van gebouwen. Toch zullen we ook moeten kijken naar de stedenbouwkundige opzet van wijken. Hoe vaak zien we niet dat dit ook verkeerd gaat. Dit blijkt dan uit een openbare ruimte die bijna geheel wordt ingenomen door geparkeerde auto’s etc. Kortom, een pleidooi om integraal naar gebouwen en hun omgeving te kijken.