Bestaande Woning Bouw






de vijf golven van industrialisatie en woningbouw

8 januari, 2015 | door Yuri van Bergen

Een serie over architectuur, volkshuisvesting en industrialisatie -2-

Door: Yuri van Bergen

8,5 miljoen woningen
Volgens de prognoses van CBS groeit de Nederlandse woningvoorraad niet verder dan 8,5 miljoen woningen in 2045 (1). Met onze huidige voorraad van ruim 7,2 miljoen woningen zullen daar de komende tientallen jaren een substantieel aantal nieuwbouwwoningen aan worden toegevoegd, maar procentueel hebben we het over minder dan 10 procent van onze voorraad. Interessant is de vraag, wat het huidige geïndustrialiseerde aanbod van ‘cataloguswoningen’ kan bijdragen aan het aanbod voor een veranderende vraag want nieuw is ten slotte toch altijd beter!? Het antwoord ligt bij wat die veranderende vraag inhoudt. Het gaat hier om veranderingen die breed maatschappelijk worden gedragen.
In 2007 is de eindrapportage ‘Duurzaam bouwen, wonen en werken na 2015’(2) verschenen en schreven we op deze kennisbank: ‘Bouwen voor de toekomst meer dan alleen energiebesparing’(3). Dit rapport is door de BouwhulpGroep in opdracht van de Projectgroep DEPW opgesteld. In dit rapport worden de ontwikkelingen in het wonen getypeerd door de constateringen ‘kwaliteit wordt individueel’, ‘de standaardwoning verdwijnt’ en ‘duurzaamheid verdient alle aandacht’. Wanneer de toekomstige vraag zo wordt gedefinieerd, is het duidelijk dat dit de totale woningvoorraad betreft en dat nieuwbouw per definitie een marginale bijdrage kan leveren.


Het idee van industrialisatie en woningbouw
Voor de oorsprong van industrialisatie in de Nederlandse woningbouw moeten we terug naar het begin van de vorige eeuw waar de westerse wereld zich opmaakte voor een tweede golf van industriële revolutie. In plaats van stoom zijn nu olie en elektriciteit de drijvende kracht en werd deze tijd gekenmerkt door uitvindingen en innovaties, die waren gebaseerd op wetenschap. Wederom loopt Nederland niet voorop, maar er ontstaat langzaam een moderne industrie aan het begin van de twintigste eeuw. Die is in 1913 al goed voor 20 procent van onze nationale economie (4).
Naast de geplande inhaalslag, geeft de Eerste Wereldoorlog een enorme stimulans in de economie als productie van goederen en leveren van diensten aan de vechtende landen om ons heen. Met deze toenemende vraag naar productiecapaciteit ontstaan er ideeën voor het ‘anders’ huisvesten van het werkend kapitaal. Naast het verhogen van de werklonen en het verbeteren van de leefomstandigheden (5) zijn er theorieën dat een gelukkige, uitgeruste arbeider ook een betere arbeider is. Dus ontvangen (inmiddels) beroemde architecten als Berlage en Granpré Molière de opdracht voor de bouw van zogenaamde fabrieksdorpen, waarbij werkgelegenheid, huisvesting en recreatie rondom de fabriek werden gecreëerd (6).
In de steden Rotterdam, Hengelo en Eindhoven werden de eerste tuindorpen van Nederland gebouwd (7). Met deze toenemende woningbehoefte ontstonden er nieuwe ideeën omtrent de productie van woningen. De traditionele duurzame woning in de serie van één voldeed niet meer aan de vraag, massa was de toekomst. En daarmee is het tijdperk van geïndustrialiseerde woningbouw in Nederland begonnen.

De vijfde golf van industrialisatie
Als we terugkijken naar de verdere ontwikkeling in de woningvoorraad, dan zijn er vier golven te herkennen waar gekozen is voor het op grote schaal produceren van nieuwbouwkwaliteit ten behoeve van een maatschappelijk economische vraag. De geschiedenis van industrialisatie en woningbouw laat zien dat de behoefte aan woningen altijd een dominante drijfveer is geweest, het ging om meer, beter en goedkoper. Kijken we naar de veranderende vraag, dan komen daar voor de huidige opgave van industrialisatie maatwerk (keuzevrijheid prijs-kwaliteit) keuze van het moment (voor de gebruiker) en vervangbaarheid op onderdelen (component) bij.
En het allerbelangrijkste is, dat de industrialisatie zich niet meer kan beperken tot alleen nieuwbouw. De nieuwe golf van industrialisatie zal plaatsvinden in de bestaande bouw.


Bronnen/verwijzingen

(1) ‘Een miljoen huishoudens meer in 2045’, Webmagazine CBS, 4 april 2011
(2) In het kader van het EOS langetermijnonderzoek is de rapportage opgezet met trends en ontwikkelingen
(3) ‘Bouwen voor de toekomst is meer dan alleen energiebesparing’, Haico van Nunen, kennisbank Bestaandewoningbouw.nl, 11 oktober 2007
(4) ‘De Nederlandse industrie 1913-1965’, Herman de Jong, Amsterdam University Press, augustus 2005
(5) ‘Koninkrijk vol sloppen’, Auke van der Woud, Uitgeverij Bert Bakker, 2010
(6) ‘Nostalgie, romantiek of eigenheid’, Martin Liebregts en Sandra Arts, www.bestaandewijk.nl, mei 2010
(7) ‘Design en Politics’, samenstellers Henk Ovink en Elien Wierenga, nai010 uitgevers, oktober 2009
(8) De vijf golven worden mede bepaald vanuit de context, en hebben ieder hun specifieke aandachtsvelden:
1. Aandacht voor anders nadenken over bouwen en gebruik van plattegronden (eerste verkenning prefabricage)
2. Meer en goedkoper bouwen, onder meer door bouwsystemen en prefabricage
3. Beter, meer en goedkoper bouwen, met name door een modulaire aanpak en projectongebonden produceren
4. De Vinex vraagt om meer, betere en goedkopere nieuwbouwwoningen met keuzevrijheid
5. De industrialisatie-opgave verplaatst zich naar de bestaande bouw. Keuze van het moment en vervangbaarheid op onderdelen (componenten) worden van belang

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: architectuur, volkshuisvesting en industrialisatie, Bewoners aan de knoppen, ComponentRenovatie, Serie van één| 1 Reactie »

Een reactie op “de vijf golven van industrialisatie en woningbouw”

  1. Reactie door: Abdaladeem 20 december, 2015 om 16:57

    We coduv’le done with that insight early on.