Bestaande Woning Bouw






DE WIJK EN HET PUBLIEKE DOMEIN

3 april, 2009 | door Martin Liebregts

op zoek naar programma-ontwikkelaars
Auteurs: Arie Verheij en Martin Liebregts

De grenzen van particuliere bemoeienis

In deze tijd is niets meer vanzelfsprekend. En dat is maar goed ook. Op dat moment, dat het niet meer vanzelfsprekend is, wordt het noodzakelijk kritisch na te denken over de gang van zaken. Steeds meer (particuliere) instellingen gaan zich bemoeien met alle aspecten van een wijk. En de overheid gedoogt of bevordert dit, omdat die partijen (corporaties, zorginstellingen en welzijnsinstellingen) over geld of middelen beschikken. Maar kan dit zomaar? Is dit eigenlijk niet het domein van de overheid?

Het startpunt ligt meestal bij problemen die de leefbaarheid in een (vaak verouderde) wijk aantasten. Corporaties als grote huiseigenaren hebben daar last van en zien hier vanuit hun roots, die gericht zijn op maatschappelijke betrokkenheid (emancipatie), een taak weggelegd. En gaan dus aan de slag met vaak oneigenlijke werkzaamheden.
Stel dat een commerci√ęle belegger het op die manier zou doen, omdat hij vindt dat het hoort bij zijn maatschappelijk verantwoord ondernemen. Hoe zou de maatschappij ofwel de politiek hierop reageren? En betekent dit dus dat een corporatie of zorginstelling een private instelling is, die zich voorstaat op maatschappelijk verantwoord ondernemen?

De grenzen van maakbaarheid

De oude tijden van de wijkgedachte en de erbij behorende concepten worden weer uit de kast gehaald. Opnieuw wordt gedacht dat er blauwdrukken voor de samenleving te bedenken zijn, maar die bestaan niet. Juist de context bepaalt de kracht van bestaande stedelijke weefsels. Hierdoor ontstaat de diversiteit, gebaseerd op het uitnutten van de omstandigheden. De ene wijk is de andere niet!
De twintigste eeuw heeft door schade en schande geleerd dat er grenzen zijn aan het streven naar maakbaarheid van de wijk en de samenleving. Bij de kwaliteit van een wijk spelen te veel variabelen een rol, die in de tijd voortdurend veranderen.

Ken je grenzen

De bemoeienissen met de wijk moeten zich vanuit volkshuisvestelijk oogpunt in eerste instantie richten op de fysieke kwaliteit en het faciliteren van voorzieningen op het gebied van huisvesting. Het is op zichzelf al moeilijk genoeg om een kwalitatief goede fysieke structuur te realiseren. De oplossing ligt vaak in de eenvoud van de structuur. Te denken valt aan het gesloten bouwblok van de steden tot 1940, of de orthogonale gridstructuur van (grote) steden (Barcelona, New York, Elburg). De invulling en aanpassing in de tijd zijn op een eigen wijze binnen de voorschriften van de overheid gerealiseerd. De maatschappij heeft er zijn eigen werkelijkheid van gemaakt, zonder een private regisseur.
FACILITEREN IS WAT REST.

Programma-ontwikkelaar

Als er al grenzen aan de maakbaarheid worden gesteld, dan nog blijft er afstemming nodig bij een veranderingsproces in een wijk. Als je vraagt wie de regie moet hebben, zal elke partij (bewoner, gemeente, corporatie, welzijnsinstelling etc.) die rol claimen. De bewoner stelt dat het om wonen gaat, de gemeente acht zich verantwoordelijk voor het algemeen belang, de corporatie meent op basis van zijn bezit de rol te mogen toe-eigenen en tot slot stellen de welzijnsinstellingen dat het in eerste instantie om een sociaal-economisch probleem gaat. En zo ontstaat er opnieuw een patstelling.
In de tijd van de stadsvernieuwing had je het projectbureau dat op basis van een beleidsdocument, dat door de gemeente was goedgekeurd en waarvoor draagvlak was bij alle partijen, een relatief zelfstandige invulling kon geven aan de verandering onder controle van de politiek. Het wordt tijd om opnieuw de taken af te bakenen bij de ontwikkeling van wijken. Het accent zal minder op de uitvoering en meer op het programma moeten komen liggen. Een programma dat aansluiting vindt bij alle betrokken in een wijk. Minder visionair op de samenstelling gericht, maar meer ge√ęnt op de vragen in de praktijk. Hiervoor is een programma-ontwikkelaar nodig. Niet de ziener, niet de overallvisie, maar iemand die de aanknopingspunten in de wijk kan benoemen en benutten.

Een nieuwe praktijk: de noodzaak van een laboratorium

De vraag is nu hoe de nieuwe praktijk vorm kan krijgen. Hoe kunnen partijen los komen van hun eigen vooringenomen standpunten? Drie benaderingen zijn aan te geven:

(1) Zie interview Rob van Wingerden, Renovatie nr 2/2009

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Stedenbouw en architectuur, Voorraad| 1 Reactie »

Een reactie op “DE WIJK EN HET PUBLIEKE DOMEIN”

  1. Reactie door: Jos Lichtenberg 3 april, 2009 om 21:57

    Je zult maar eigenaar zijn? De waardeontwikkeling is toch ook een belang van formaat en dat geeft ook een stemrecht bij de ontwikkeling van de wijk. Het belang van een gezonde wijk waarin mensen graag wonen is dus groot. Wellicht wil de eigenaar van o.g. daarin zelfs wel meeinvesteren.
    Studie van de natuurlijke ontwikkelingen is zinvol, maar wat experimenteren met bewust programmatische ingrepen zoals concrete functies of spelregels (laboratorium) ook. In overheidsregels zie ik niet zoveel.