Bestaande Woning Bouw






De zonering als begin van de eigenheid

23 maart, 2011 | door Martin Liebregts

Op zoek naar een plek om te wonen 2

Verandering in gebruik en omstandigheden 1

Als je terug in de tijd kijkt, dan zie je de kamer en suite – de basis van de doorzonwoning – die bestond uit de goede kamer ofwel salon (ruimte voor publiek aan de voorzijde) en de woon-/leefkamer aan de achterzijde. De bewoner leefde aan de achterzijde in zijn eigen intimiteit. De doorzonwoning van na de oorlog heeft dit principe volledig teniet gedaan in combinatie met grote ramen aan de voorzijde. Op dat moment lag elke was bijna op straat (wit en schoon). De scheiding tussen privé, gemeenschappelijk en openbaar is op dat moment verlaten. De uniformiteit, de gelijkheid en de maakbaarheid waren utopische begrippen, die als het ware een blauwdruk gaven van de toekomst. Nooit meer oorlog, nooit meer honger. Gemeenschapszin en geloof in vooruitgang vormden de basis voor de inrichting van de gebouwde omgeving. Nederland, het Westen nam bijna de vorm van het UTOPIA van Thomas More aan. Alles was maakbaar en de vooruitgangsfilosofie overheerste. Maar nu, ruim een halve eeuw later, blijkt de wereld toch gecompliceerder te zijn. Verschillende ontwikkelingen hebben ervoor gezorgd dat de uniforme, wijkafhankelijke bewoners niet meer bestaan.

Vijf belangrijke ontwikkelingen hebben het gebruik van de gebouwde omgeving sterk veranderd in de afgelopen vijftig jaar (2):

Vanuit deze veranderingen moet opnieuw naar de naoorlogse woonwijken gekeken worden, in het bijzonder naar de verhoudingen tussen de openbare, gemeenschappelijke en privé domeinen.
Op het moment dat de gedeelde gemeenschappelijkheid door overeenkomende leefstijlen en de bijbehorende normen en waarden verdwijnt, is de enige mogelijkheid dat de gemeenschappelijke ruimte openbaar of privé wordt, of gemeenschappelijk met een specifieke beheervorm (community).

Zonering van de woning

Elke woning kent een openbare en een privé zone. De slaapverdieping wordt algemeen tot de privé zone gerekend. De woonkamer is ervoor om gasten te ontvangen en de keuken is een wisselgebied. De structuur van de woningen in het verleden waren op dit punt duidelijk gestructureerd. De zogenaamde ‘goed’ kamer – aan de voorkant van de woning gelegen – was bestemd om het bezoek (derden) te ontvangen. De achterkamer, ofwel de woonkeuken was er voor de intimi. Al deze regels, die nog wel in de hoofden van de mensen spelen, zijn vergeten. Dit heeft tot gevolg, dat je in de keuken binnenkomt, ofwel dat je eerst de badkamer en slaapkamers passeert, alvorens je in het meer openbare deel van de woning komt: de ‘woonkamer’. In die zin wordt het tijd dat de woning opnieuw gezoneerd wordt (3).

De confrontatie tussen privé en openbaar

Bij strokenverkaveling word je geconfronteerd met de achterkant van je overburen. De voorkant van je eigen woning – de openbaarheid – kijkt uit op de buitenruimte van de ander (privéruimten). In de praktijk leidt dit tot allerlei conflicten, zeker als de leefstijlen sterk uiteenlopen.
Dit conflict deed zich niet voor bij de traditionele verkaveling van het (gesloten) bouwblok. In dat geval was duidelijk wat getoond werd aan het openbare leven en wat achterkant (privé) was. De straatkant werd met zorg vormgegeven, wat vaak tot uitdrukking kwam in de keuze van een bijzonder materiaal voor de voorgevel. De achterzijde mocht vormgegeven worden met materiaal met minder uitstraling. Nog steeds als je bij een gesloten bouwblok de voorkant met de achterkant vergelijkt, dan is de voorzijde een verzorgd geheel, dat vaak de atmosfeer bezit van welstand, de achterzijde gaat zo zijn eigen weg.




In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw werden er stedenbouwkundige ensembles gemaakt – ook bij rijtjeswoningen -, die een grote mate van gemeenschappelijke ruimten bevatten. In de illustratie lagen de rijtjeswoningen oorspronkelijk genesteld in een groene gemeenschappelijke ruimte (voortuinen, zijtuinen e.d.). In de loop der tijd zijn steeds meer stukken geprivatiseerd en deels afgezet met hekken/erfafscheidingen. Het resultaat is op den duur een sterk verlies aan ruimtelijkheid en uitstraling, als dit proces niet begeleid wordt en vormgegeven.

Wil de gemeenschappelijke ruimte betekenis kunnen hebben, dan moet er ook een EIGENAAR zijn, ofwel een groep mensen die zich hierbij betrokken voelt. Hiervoor is het noodzakelijk dat het een organisatorisch kader heeft. Bijvoorbeeld als Vereniging van Eigenaren is het mogelijk de gemeenschappelijke ruimte te beheren. Ingeval van de huursector is de directe betrokkenheid ook vereist, wil het werken.

Bekende oorzaken van conflicten, die nog steeds in de nieuwbouw worden toegepast, zijn balkons op straathoogte of privé buitenruimte aan een gemeenschappelijke ruimte/toegang. Het gebruik dat in de volksbuurten plaatsvindt, – zitten in de tuin aan de straatzijde -, is alleen mogelijk bij een uniforme leefstijl. Dit kan niet zomaar geïntroduceerd worden in de nieuwbouw, zonder dat het problemen oplevert.

De subtiele overgangen

Het is altijd prettig als er een overgangsgebied is tussen privé en openbaar. Traditioneel bij eengezinswoningen is dit het voortuintje, die derden op afstand houdt, of een stoepje, dat de naam ‘Brabants Stoepje’ draagt. Dit stoepje is een bestaand stukje grond voor de woning, waarvan de bestrating qua materiaal vaak afwijkt van het trottoir. (Het alternatief is een geveltuin.)
Deze subtiele overgang verlevendigt het straatbeeld, maar geeft ook ruimte tot afstand (en verdeelt gebieden als overgangszone).

De oude patronen bevestigd

De afgelopen decennia hebben er zich structurele veranderingen in de maatschappij voorgedaan: van een uniforme, gesloten zuilenmaatschappij naar een veelvormige, open maatschappij met uiteenlopende culturen. Dit betekent dat de zonering van de woning, de overgang en de omgeving zorgvuldig in achtgenomen moeten worden, willen er geen onnodige botsingen optreden. Eigenheid krijgt pas ruimte als het niet leidt tot onnodige conflicten.
Vanuit deze benadering is het vereist, dat:

Als aan deze eisen wordt voldaan, dan zijn de ‘oude’ patronen weer bevestigd en ontstaat er ruimte voor de invulling van de eigenheid.


Bronnen
1. Diverse artikelen, die dit thema behandelen en waarvan illustraties zijn gebruikt:
– Zie het eerste artikel ‘Op zoek naar een plek om te wonen’, Martin Liebregts, kennisbank Bestaandewoningbouw.nl, 10 maart 2011
‘Het dagelijks terugkerend campinggevoel’, Martin Liebregts, kennisbank Bestaandewoningbouw.nl, 5 mei 2010
– ‘Soberheid corrigeren in Klein Thorn’, Sandra Arts en Martin Liebregts, Renovatie 4/2007
2. ‘De wijkontwikkeling: de doorontwikkeling van een jaren zestig wijk’, Martin Liebregts, kennisbank Bestaandewoningbouw.nl, 14 oktober 2010
3. ‘Onderzoek naar gebruikskwaliteit van vier woningbouwprojecten, Martin Liebregts, BouwhulpGroep, Eindhoven, 1988

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Renovatie en onderhoud, Stedenbouw en architectuur, Wonen| Reacties uitgeschakeld voor De zonering als begin van de eigenheid

Je kunt niet meer reageren!