Bestaande Woning Bouw






Dilemma’s voor effectieve aanpak energiebesparing

4 augustus, 2010 | door Harm Valk

De aanpak van de voorraad stagneert, hoor je alom. In de bestaande (woning-)bouw zijn aanzienlijke CO2-besparingen mogelijk, ook dat wordt breed erkend. Denken over duurzaamheid lijkt beperkt tot energiebesparing, maar het begrip duurzaamheid is breder. Een succesvolle (project)aanpak kijkt ook naar de resterende kwaliteit in relatie tot de exploitatieduur, de toekomstwaarde van het complex. Op veel plaatsen speelt ook monumentaliteit een rol.

Er is dus veel te winnen. Toch komen projecten maar mondjesmaat van de grond. Verschillende oorzaken worden genoemd: onvoldoende aansluiting bij volkshuisvestelijk kader, split-incentives, gebrek aan investeringskracht bij eigenaar/bewoners, uitblijven van overheidsdwang, twijfel aan noodzaak, twijfel over economische haalbaarheid, te grote focus op techniek, etc. Het blijft vaak bij een aansprekend voorbeeld, wat vervolgens onvoldoende navolging krijgt. Het tempo is daarmee te traag om in de voorraad de ambitieuze energiedoelstellingen van de overheid te realiseren.

Renovatie Velve Enschede

Renovatie Velve Enschede

Een aantal knelpunten toegelicht:

Wortel en stok ontbreken.
Wil een maatschappij (c.q. de overheid) iets bereiken waartoe een burger, bedrijf of institutie geen marktprikkels krijgt, dan is een combinatie van verleiding en dwang noodzakelijk. De verleiding (subsidie, maar soms ook immateri√ęle zaken als ‚Äėstatus‚Äô) is beperkt, wisselend, onberekenbaar kortom ontbreekt de facto. Dwang ontbreekt volledig voor de bestaande voorraad. Een convenant is in de praktijk vlees noch vis: het verleidt niet en het dwingt niet.

Probleemeigenaar ontbreekt.
CO2 is niemands probleem; de betaalbaarheid van energie en leveringszekerheid op lange termijn ook niet. Praktische handvatten om het woonlastendenken om te zetten in praktische voorstellen zijn er nog onvoldeonde. Daarmee ontbreekt de drang om zaken te verbeteren.

Oplossingstrategie ontbreekt.
Er zijn verschillende oplossingsstrategie√ęn om tot energieneutraliteit c.q. duurzaamheid te komen. Grofweg gezegd: aan de afnemerskant de energievraag minimaliseren, of de opwekking verduurzamen. Bij keuze voor de een, wordt de ander minder rendabel. Nu wordt geen duidelijke beleidskeuze gemaakt. Een zelfde vraag dringt zich op ten aanzien van de energiedrager: wordt het elektriciteit, blijft het gas, zetten we breed in op warmtenetten of wordt het wellicht zelfs een heel nieuwe drager als waterstof. Hoewel voor de energievoorziening zelf deze vraag pas over 10-15 jaar actueel lijkt te worden, is voor strategische investeringen in de gebouwde omgeving door partijen als corporaties wel van belang. Zij immers hebben een investerings- en exploitatiehorizon van 40 jaar en meer.

Consensus en sturing ontbreken.
Omdat op bovenstaande dilemma’s een strategische keuze ontbreekt ontstaat er ook geen vanzelfsprekende consensus over de richting en inrichting van wat PEGO noemt de energietransitie. Zolang de horizon van onze bestuurders niet verder reikt dan vier jaar is die ook niet te verwachten.

Conclusie
Zolang er geen sprake is van sturing, dwang en coördinatie, blijft verbetering van de energiezuinigheid van de bestaande woningvoorraad afhankelijk van de min of meer toevallige inzet van bij een project of gebied betrokken partijen. Met alle respect voor het noodzakelijke maatwerk: die moet in mijn ogen gesteund worden door consensus over richting en ambitie en effectief flankerend beleid.

Van de overheid is op korte termijn geen beleidswijziging te verwachten. Blijft over de krachten te bundelen van personen en partijen die vanuit eigen overtuiging of doelstelling belang hebben bij het doorbreken van de huidige patstelling.

Van kleine veranderingen voor grote groepen gaat geen wervende kracht uit, terwijl het wel veel inspanning kost met de zekerheid dat op afzienbare tijd nieuwe ingrepen nodig zullen zijn. Daarom: doe het liever op een klein aantal plaatsen goed, dan op meer plaatsen half. Toegespitst op de corporatievoorraad: kies voor complexen waar een integrale architectonisch/energetisch/volkshuisvestelijke ingreep het verschil maakt.

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Proces, Renovatie en onderhoud| 1 Reactie »

Een reactie op “Dilemma’s voor effectieve aanpak energiebesparing”

  1. Reactie door: Sean Vos 25 augustus, 2010 om 11:12

    Een herkenbaar verhaal. Bij het verbeteren van de bestaande woningvoorraad spelen veel belangen een rol en is er nog te weinig centrale sturing op hoe we de woningvoorraad duurzamer kunnen maken. Het gevolg: veel partijen kijken de kat uit de boom en slechts daar waar bevlogen medewerkers hun schouders eronder zetten en anderen overtuigen, komen projecten van de grond.

    Helaas betekent dit dat de transitie slechts zeer langzaam verloopt. En dat terwijl iedereen weet dat een energieneutrale samenleving werkelijkheid zal (moeten) worden.

    Niets doen is geen optie. Bij een woningvoorraad van 7 miljoen woningen zal de transitie naar energieneutraliteit decennia in beslag nemen en is het dus verstandig om vandaag al te gaan beginnen. Technisch is het mogelijk. Ga daarbij ambitieuze doelstellingen niet uit de weg, maar pak het meteen goed aan. Bij de ambitie om twee labelstappen omhoog te gaan of te streven naar een energielabel ‘C’ of ‘B’ weten we zeker dat de betreffende woningen binnen twintig jaar weer aan de beurt zijn voor een upgrade. En dan is het geld op omdat er eerder al in de woning is ge√Įnvesteerd. Bovendien levert de ‘in een keer goed’ aanpak een enorme schat aan ervaring op, waarmee in een volgend project weer voordeel kan worden behaald.

    Kortom: aan de slag. En laten we daarbij hopen dat de overheid haar verantwoordelijkheid neemt om met de combinatie van verleiding en dwang de juiste partijen te bewegen en bovendien de wet- en regelgeving aanpast om de energietransitie te versnellen.

    Sean Vos
    SlimRenoveren