Bestaande Woning Bouw






Duurzaam en inclusief bouwen

25 maart, 2011 | door Martin Liebregts

Verslag Bestuurdersconferentie Duurzaam en inclusief bouwen 03-03

Organisatie en verslag: Alleato

Stenen met geluk verbinden
Houden bouwers en beleidsmakers bij het ontwikkelen en vernieuwen van woningen en wijken voldoende rekening met maatschappelijke veranderingen? En wat is daarbij nodig om behalve duurzaam ook inclusief te bouwen? Deze vragen legde sociaal adviesbureau  Alleato in opdracht van het directoraat-generaal WWI van het ministerie van Binnenlandse Zaken onlangs voor aan een exclusief gezelschap van corporatiedirecteuren, architecten, alsmede vertegenwoordigers uit de bouwwereld, het openbaar bestuur en de sociale sector. `Het gaat niet om de stenen en de planning, de essentie is dat de invulling daarvan met liefde voor het vak wordt gedaan en er sprake is van passie in het proces. Bij dit alles is de nodige flexibiliteit de sleutel voor het succes,` concludeerde Jim Schuyt, directeur van De Alliantie en dagvoorzitter van deze bijeenkomst.
 
Bij duurzaamheid wordt over het algemeen gedacht aan fysieke ingrepen die de natuur en het milieu ten goede komen. In de bouw gaat het dan al gauw over slimme manieren van energiebesparing of milieuvriendelijk materiaalgebruik. Dan wel een wijze van bouwen die garant staat voor een lange economische levensduur. Het ultieme voorbeeld zijn natuurlijk onze eeuwenoude monumenten. Met de toevoeging van de term inclusief bouwen wordt een relatie gelegd tussen duurzaamheid en de sociaal maatschappelijke impact van het bouwen. Inclusief bouwen wil zeggen dat er ook aandacht is voor demografische veranderingen, voor nieuwe levensstijlen die andere woonwensen met zich meebrengen en verschuivingen in de betekenis van het wonen ten opzichte van werk en vrijtijdsbesteding.  Bij inclusief wonen krijgen uiteenlopende wensen van nieuwe doelgroepen, sociaal culturele verschillen en veranderingen in de samenleving hun vertaling in bouwplannen.

De factor tijd
Volgens Martin Liebregts, directeur van de BouwhulpGroep, zit duurzaamheid en inclusief bouwen van oorsprong al ingebakken in de fundamenten van de bouwkunst. De essentie ervan ligt wat hem betreft verankerd in de begrippen functionaliteit, degelijkheid en schoonheid. Oftewel het Utilitas, Firmitas en Venustas volgens Vetruvius, een van de grondleggers van de bouwkunst.  Daar bestaat  geen blauwdruk van, maar doet een beroep op je om voortdurend vooruit te kijken en tegelijkertijd terug te blikken. Heel specifiek wijst Liebregts op de noodzaak om daarbij anders naar de factor tijd te kijken. En rekening te houden met bijvoorbeeld de levensduur en het gebruik van een woning, de samenstelling van een buurt of zoiets als de milieubelasting van een huis. Het zijn elementen met ieder een heel eigen cyclus. Zo gaat een woning gemiddeld 120 jaar mee en kent zij vaak bewoners die er verschillende fasen van hun leven in doorbrengen. Veranderend energiegebruik en nieuwe milieueisen over zo’n tijdsperiode vragen eveneens om aanpassingen. Maatregelen die de bouwkosten, woonlasten of het onderhoud betreffen, moeten volgens Liebregts daarom steeds op integrale wijze beoordeeld worden, dus in het perspectief van zo’n langere periode.  Als houvast voor een dergelijke integrale benadering adviseerde Liebregts: `Ga niet als een slager te werk, maar opereer met de precisie van een chirurg.
Clichébeeld
`Al onze onderzoeken en demografische gegevens wijzen erop dat de diversiteit op de woningmarkt enorm aan het toenemen is,` merkt Nathan Rozema op, directeur van Onderzoeksbureau Labyrinth.  In het rapport `Smaken verschillen` over multicultureel bouwen gaf de Vrom-raad acht jaar geleden al  een uitwerking voor het stimuleren van meer diversiteit op de woningmarkt. In dat licht verbaast hem de eenzijdigheid in de beeldvorming van veel nieuwbouwprojecten. Nog altijd domineert het clichébeeld van een modaal Hollands gezin met blonde kinderen, terwijl in werkelijkheid een meerderheid van de jeugd in zo’n wijk van niet westerse komaf blijkt te zijn. Uit een inventarisatie in de Vogelaarwijk Overvecht kon hij opmaken dat daar een enorm potentieel zat aan allochtone ondernemers, veel ZZP-ers, die heel veel werkuren in de wijk doorbrengen.
Als lid van de visitatiecommissie wijkenaanpak is het Rozema opgevallen dat in de bezochte wijken de participatie van bewoners maar moeilijk van de grond is gekomen, al helemaal bij de allochtone bevolking.  Uit interviews van zijn bureau blijkt dat 40 tot 50 procent graag iets van de eigen culturele achtergrond terug wil zien in de architectuur van hun wijk. Ter illustratie van de kansen die hier liggen voor bouwprojecten in collectief opdrachtgeverschap, vertelt Manon Pattynama van Pattynama Ahaus Architectuur (PAA) over een uitgebreid participatietraject in Amsterdam Zuidoost, waarin ze intensief heeft samengewerkt met 40 bewoners, aspirant huurders en kopers, voor 80 % Surinamers. Al pratend en schetsend bleek dat hun wensen veel minder exotisch en afwijkend waren dan gedacht. Of zoals een deelnemer opmerkte: `If I wanted to live in a compound, I would have stayed in Ghana.` 

Braakliggende terreintjes
Als lichtend voorbeeld van inclusief wonen en een inclusief woonmilieu vertelde Dani√ęlle Schenk, senior adviseur van Companen, over hun aanpak in de Arnhemse wijk Malburgen, een buurt met Mediterrane woningen. Ook hier is veel aandacht voor bewonersparticipatie en bewoners die uitermate tevreden zijn met het resultaat. Net als zijzelf, ze is er namelijk zelf ook gaan wonen.¬† De kern van het succes zit hem niet in grote gebaren, veel meer in de kleine schaal, de menselijke maat, de variatie in de buurt en een veilige omgeving, weet Schenk inmiddels. Haar ervaring is dat de kleine dingen juist het verschil maken. Zoals een zitbank op een plek onderweg naar de winkels, een attractief speelplekje voor de kinderen of zo maar een braakliggend terreintje waar nog iets te klooien valt.¬†¬†

Chirurgisch ingrijpen    
Na de inleidingen kwamen er tijdens de gedachtewisseling meer succesvolle voorbeelden ter tafel. Bouwprojecten waarbij de landschappelijkheid en het groen van de omgeving als onderlegger is gebruikt. Of projecten waarbij niet de potenti√ęle bewoners, maar de zittende huurders nauw bij het proces betrokken worden en er eerst gebouwd wordt om pas daarna de sloophamer ter hand te nemen. Ook kwamen er verschillen in benadering op tafel:¬† marktconforme of populistische woningbouw tegenover de zogeheten wethoudersarchitectuur. Kaalslag met het cre√ęren van een hele nieuwe plek met een eigen identiteit, tegenover het kleinschalig chirurgisch ingrijpen in een bestaande structuur. Bewoners in een regierol, tegenover het primaat van het vakmanschap van de professional. En rekening houden met een levensduur van 120 jaar en de cycli die een woning zoal doorloopt, of juist inspelen op trends en actuele levensstijlen.
Verbindingen zoeken
Kenmerkend voor het inclusief denken is dat tegenstellingen niet zozeer de richtsnoer zijn; er wordt vooral gezocht naar samenhang en het  incorporeren van elementen die op het eerste gezicht strijdig met elkaar lijken. De opgave is dan om ter plekke op zoek te gaan naar de samenhang tussen fysiek en sociaal, alsmede het verbinden van de potenties van de bewoners met het vakmanschap en overzicht waar professionals en bestuurders over beschikken. Daarbij moet het proces van de ontwikkeling en planning nauwer aansluiten op de uitvoering.  `We moeten bij het verbinden van het fysieke met het sociale luisteren naar de verhalen van bewoners en leren hoe we in kunnen spelen op hun almaar veranderende woonwensen,` concludeerde dagvoorzitter Jim Schuyt tot slot, want: `We doen het voor mensen, voor hun en onze geluksbeleving.`

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Kwaliteiten, Productinnovatie, Renovatie en onderhoud, Voorraad| Reacties uitgeschakeld voor Duurzaam en inclusief bouwen

Je kunt niet meer reageren!