Bestaande Woning Bouw






DUURZAAMHEID, HET IS MAAR HOE JE HET BEKIJKT (2)

13 oktober, 2015 | door Haico van Nunen

Duurzaamheid is meer dan energie. Maar het lijkt erop dat de opgave die er ligt op het vlak van materiaal gebruik blijft liggen. En dat terwijl voor de gemiddelde rijtjeswoning in Nederland de milieubelasting van energiegebruik en materialen ongeveer gelijk zijn.

Ontwikkeling van milieulast in de tijd. Vroegtijdige onttrekking zorgt voor een extra milieulast (rode deel). Om het vergelijkbaar te houden wordt het scenario ‘sloop na vijftig jaar en vervangende nieuwbouw voor honderd’ jaar vergeleken met een ‘levensduur van 120 jaar, inclusief extra renovatie’.

Duurzaamheid
Het beoordelen van alleen het energiegebruik (en eigenlijk niet zozeer het energiegebruik maar de CO2-uitstoot als resultante daarvan) geeft een zeer eenzijdig beeld van duurzaamheid. Bij het beschouwen van energiegebruik door bewoning moet bedacht worden dat het slechts een onderdeel is van de milieubelasting van het wonen, je moet zowel materiaal als energie meenemen Het figuur laat de beoordeling van de milieulast over een langere termijn zien, en maakt duidelijk dat met vervangende nieuwbouw (nul-op-de-meter), wel het energieverbruik afneemt, maar het materiaalgebruik toeneemt. Als het uitgangspunt wordt gehanteerd dat een woning na pakweg de helft van die tijd wordt gesloopt verhoogt dat de milieulast met wel 33 procent.

Met sloop en vervangende nieuwbouw hef je het energiegebruik op, maar creëer je extra milieulast. Met een NOM-renovatie (in een keer of in stappen) blijven de extra materialen beperkt.

Meer dan CO2
Het is te eng om duurzaamheid enkel in CO2 uit te drukken. Toch zijn veel beleidsstukken gebaseerd op CO2. Daarmee wordt duurzaamheid beperkingen op gelegd. Wanneer ook andere milieuaspecten worden meegenomen (onder meer stikstofoxiden (NOx), zwaveldioxide (SO2) of methaan (CH4)) (1) verschuift de aandacht meer naar materiaalgebruik. Of anders gezegd, de focus op CO2 dekt maar de halve waarheid.
In de het eerder genoemde onderzoek (2) wordt kort stilgestaan bij de relatie tussen materiaal en energie. Daarbij wordt gesteld dat de milieubelasting van energie veel groter is dan de milieubelasting van materialen. Deze uitspraak moet nader beschouwd worden. Onder meer omdat de uitstoot van CO2 maar een van de vele milieuaspecten is. Daar komt bij dat CO2 niet de grootste bijdrage geeft als het om materiaalgebruik gaat, maar bij energie wel een dominante rol speelt. Er wordt verder gesteld dat de materiaalbehoefte bij renovatie kleiner is dan bij nieuwbouw (wat op zichzelf wel klopt), maar de winst daarvan tegen het nul-energiegebruik van vervangende nieuwbouw daartegen weg valt. Bij die redenatie wordt wel vergeten dat er eerst nog een volledige woning gesloopt moet worden (na vijftig jaar al), met de bijbehorende milieubelasting. Het streven zou moeten zijn om de levensduur van een woning zo groot mogelijk te houden zodat je de milieulast over zoveel mogelijk jaren kunt spreiden.

Materiaalgebruik is een belangrijk aspect van duurzaamheid. De milieulast die door een gemiddelde woning wordt veroorzaakt (materiaal én energie), gemeten over 120 jaar bestaat voor ongeveer 45% uit energie en 55% uit materiaal (3). De focus van duurzaamheid heeft veel te lang enkel op energie gelegen. Dit rapport maakt die eenzijdige focus nogmaals duidelijk. We zijn er nog niet maar Nul-op-de meter (nieuwbouw en renovatie) is mogelijk, of je het nu in één keer doet of in stappen. Ook daar is nog een hele optimalisatie (en innovatie!) te maken om de milieubelasting van de materialen te reduceren, maar we zijn op de goede weg (zie bijvoorbeeld het artikel ‘plafond van duurzaamheid (4)). Voor materiaalgebruik ligt de grote opgave nog voor ons, maar sloop met vervangende nieuwbouw staat daarin niet vooraan bij de mogelijkheden.

De opgave voor de toekomst is om NOM-renovatie goed uit te werken en te optimaliseren, zodat volgens de visie van kringloopdenken ook daar een reductie mogelijk is.

Meer dan duurzaamheid
In het eerste artikel is al gezegd dat energie onderdeel is van duurzaamheid en dat duurzaamheid op haar beurt weer onderdeel is van volkshuisvesting. Binnen volkshuisvesting zijn er veel meer vraagstukken te beantwoorden. Het is van belang duurzaamheid te integreren met die andere aspecten. Hoe zit het bijvoorbeeld met betaalbaarheid, kun je als corporatie een nieuwbouwwoning aanbieden, ook onder de aftoppingsgrenzen? Maar ook de vraag wat het effect van grootschalige sloop-nieuwbouw op je totale bezit heeft. Het vraagstuk sloop-nieuwbouw of renoveren is niet nieuw. Er zijn eerdere studies verricht over de afweging tussen renovatie en sloop-nieuwbouw (5). Ook daarin werden diverse argumenten voor zowel renovatie als sloop nieuwbouw gegeven: milieu, financieel economisch, bouwtechnisch, uitvoering, woontechnisch, identiteit, imago en cultuurhistorisch belang, markt, woonomgeving, sociale effecten en bewoners invloeden, woningdifferentiatie en schaalniveau. En zelfs op deze opsomming zijn nog meer aandachtsgebieden te benoemen. Het laat zien dat afwegingen over ingrijpen op de voorraad veel breder gaan. Ook het nieuw verschenen rapport over vervangende nieuwbouw noemt een paar aandachtsgebieden van zowel renoveren als vervangende nieuwbouw, maar de uiteindelijke conclusie richt zich enkel op het energetisch vlak. Met de kop ‘Doelstellingen energieakkoord dichterbij met meer vervangende nieuwbouw’ is er schijnbaar een oplossing, maar als je het anders bekijkt wordt de integrale opgave pas echt duidelijk.


Bronnen / verwijzingen:

(1) RIVM – wat is LCA?
(2) Het artikel is geschreven naar aanleiding van een onderzoek uitgevoerd door TNO, in opdracht van NVTB, getiteld ‘vervangende nieuwbouw’17 juni 2015
(3) ‘Assessment of the Sustainability of Flexible building. The Improved Factor Method: service life prediction of buildings in the Netherlands, applied to life cycle assessment’, H. van Nunen, 2010
(4) ‘Overpeinzing: het plafond van duurzaamheid’ Haico van Nunen,23 juli 2015, kennisbank bestaandewoningbouw.nl
(5) ‘Vervangende Nieuwbouw of renovatie?’, Vincent Gruis, 2010

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Duurzaamheid, Renovatie en onderhoud, Voorraad| 4 Reacties »

4 Reacties op “DUURZAAMHEID, HET IS MAAR HOE JE HET BEKIJKT (2)”

  1. Reactie door: Menno Hartsema 14 oktober, 2015 om 14:59

    Duurzaamheid gaat altijd over People, Planet en Profit. Dus is de betaalbaarheid een belangrijk aspect. Niet alleen kan de investering worden gefinancierd, maar wat met de waarde van het gesloopte? Bij een corporatie woning is waarschijnlijk afgeboekt, maar een particulier moet een enorme waarde afboeken.

  2. Reactie door: André Thomsen 14 oktober, 2015 om 22:31

    De discussie vervangen of verbeteren wordt al vele jaren gekenmerkt door verborgen agenda’s en mede daarmee verband houdende eenzijdige benaderingen. En telkens weer is die eenzijdigheid verbonden aan een belanghebbende partij, meestal uit de bouwsector.
    Ik zal niet de enige zijn geweest die met dat in het achterhoofd een glimlach niet kon onderdrukken toen de vicevoorzitter van de NVTB, tevens hotemetoot van VBI, op de tv kwam met het nieuws dat vervanging van woningen beter is voor het milieu; kanaalplaten zijn nu eenmaal een typisch nieuwbouwproduct. Uiteraard is zo’n glimlach een weinig academische reactie, maar gelukkig fileert het artikel van Haico van Nuenen het onderliggende onderzoek in voldoende mate om de glimlachers recht te doen.
    Haico is overigens niet de enige die het belang van materiaalstromen en levensduurverlenging onderstreept. Al in 2006 deed Laure Itard datzelfde met dezelfde conclusie: beter dan voortijdige sloop en vervanging, zelfs door nieuwbouw op passief niveau. En in 2009 publiceerden Kees van der Flier en ik een inmiddels zeer veel geciteerd pleidooi voor een meer duurzame benadering; weliswaar in het Engels (het gezaghebbende blad Building Research and Information) maar opgenomen in de door Haico geciteerde publicatie van Vincent Gruis. Want eigenlijk voeren we hier een wat provinciale discussie; internationaal is de boodschap al wel geland.

  3. Reactie door: Peter Fraanje 16 oktober, 2015 om 10:41

    Beste allen,
    Lees het TNO rapport zou ik zeggen, het is geen of/of verhaal, maar een en+en verhaal. Doen alsof renovatie de enige goede ingreep is om onze woningvoorraad in goede conditie te houden is niet alleen vanuit het streven naar duurzaamheid een beperkte benadering, ook vanuit wooncomfort en gezondheidsoogpunt gun je honderdduizenden bewoners een betere woning. Per bewoner, per wijk, per situatie denk ik dat je moet kijken wat de meest passende oplossing is. Duurzaamheid is 1 van de criteria, leefbaarheid, comfort, vraag naar woonruimte en tal van andere zaken spelen daarbij een rol.

  4. Reactie door: Pieter Lanser 16 oktober, 2015 om 14:52

    Het is noch en/en noch of/of. Het is eerder if/if.
    De vergelijking met auto’s met brandstofmotoren is, denk ik, bruikbaar. Moderne auto’s zijn zuiniger, veiliger, comfortabeler dan beestjes uit de jaren zestig. Een enkele exoot uitgezonderd. Alleen naar CO2 of energieverbruik kijken is sowieso een veel te beperkte kijk op de zaak.
    Bij woningen speelt, anders dan bij auto’s, ook een hoger schaalniveau een rol, namelijk dat van een hele wijk. Op dat niveau betekent renovatie of vervangende nieuwbouw vaak een grote sociale ingreep omdat het gevolgen heeft voor de huurprijs (of marktwaarde).
    Het is goed te begrijpen dat leveranciers van nieuwe spullen graag nieuwe spullen verkopen. Ieder zijn recht. Veel algemene regels over wanneer wat de beste keuze is, zijn er helaas niet te geven. De waarde van het TNO-rapport ligt daarom niet in de conclusies (wie betaalt bepaalt) maar in de onderliggende afwegingen. Wie vanaf dat punt goed gebruik weet te maken van zijn zelfdenkendheid maakt meer kans op de juiste keuze dan iemand die dogmatisch of vooringenomen te werk gaat. Ik ga niet zover om te stellen dat elk geval bijzonder is, maar het scheelt niet veel.