Bestaande Woning Bouw






#DuurzaamRenoveren

21 december, 2016 | door Haico van Nunen

(Leestijd 8 minuten)

Zo op de valreep voor het nieuwe jaar ben ik bezig om de resultaten van een workshop te verwerken. De workshop met docenten en studenten van Hogeschool Rotterdam is gehouden in het kader van ‘Duurzaam Renoveren’. Tijdens die workshop hebben we aan de hand van de thema’s duurzaamheid, betaalbaarheid, kwaliteit en (woning)verbetering gezocht naar de overlap tussen deze thema’s. Die overlap moet bijdragen aan de opschaling van Duurzame Renovatie. Bij de logische vraag wat duurzaamheid is, werden diverse invullingen gegeven. Een aantal hiervan hadden betrekking op de levensuur van een gebouw. Vanuit mijn eigen perspectief vind ik dat de levensduur van een woning minimaal gemiddeld 120 jaar is(1). Gebaseerd op de markt, maar ook gezien de vervangingssnelheid van onze voorraad moeten woningen ook wel zo lang mee gaan, anders ontstaat er een woningtekort. Maar het ging niet zozeer over wát dan de levensduur is, maar de nadruk werd gelegd op het afstemmen van levensduren van onderdelen van een woning op het geheel. Natuurlijk is dat niet nieuw, het is de grondgedachte van het drager inbouw principe van Habraken(2).‘Bouw niet voor de eeuwigheid’ en ‘materialen met een lange levensduur niet toepassen op gebouwen met een korte levensduur’ werden door de deelnemers genoemd in het licht van duurzaamheid. Dit gaf aanleiding om nog eens na te denken over het integraal ontwerpen, en het afstemmen tussen bouwen (investeren) en onderhouden (beheren), een onderwerp dat bij de bespreking van het thema betaalbaarheid weer terugkwam.

Lange of korte termijn
De setting was een brainstorm over duurzame renovatie, maar alles bij elkaar genomen zie je dat het hele spectrum, bouwen en onderhouden van belang is wil je tot een opschaling van duurzame oplossingen komen. Het is niet meer voldoende om alleen maar te kijken naar een ontwerp, je moet nadenken over tussentijdse aanpassingen. Dat kan met onderdelen die lang mee gaan (spreiden van milieulast) of juist kort mee gaan (reduceren van milieulast). Maar daar houd je in beide gevallen dan wel rekening mee bij het ontwerp. Zo is er niets mis mee om een component na vijftien jaar te vervangen. Zolang je er maar rekening mee hebt gehouden dat dit na vijftien jaar gebeurt en dat de impact daarvan beperkt is. Daar stem je bijvoorbeeld tussentijds onderhoud, als dat al nodig is op af. De kosten moeten beperkt zijn en je zorgt dat de gebruikte materialen een kort cyclische levensduur hebben, of nogmaals gebruikt kunnen worden.
Twee scenario’s
Als je op die manier gaat kijken zie je scenario’s ontstaan. Je ontwerpt voor een relatief korte periode, waarbij (grote) onderhoudsingrepen niet voorkomen (a). Het eerste grote onderhoudsmoment betekent het einde van het gebouw. Een voorbeeld hiervan is project XX (3). Dit kantoorpand is in 1999 gebouwd met een ontwerp levensduur van 20 jaar. Het staat er nog steeds maar nadert nu zijn ontwerpperiode. Optimalisatie is in dit geval gezocht in de ontwerpfase, waarbij beheer en onderhoud geminimaliseerd worden. Bijkomend voordeel is dat na de ontwerpperiode er een ‘nieuw’ ontwerp kan worden gemaakt, naar de wensen en eisen van dat moment. Een verbeteringreep (renovatie) is dus niet nodig. Een andere benadering is om juist voor de lange tijd een ontwerp te maken, maar met ruimte voor tussentijdse aanpassingen (b). Denk hierbij aan de eerder genoemde 120 jaar, of zoals het bij voorbeeld van de Solids in Amsterdam aan 200 jaar (4). In dat geval volstaat het niet alleen om een ontwerp te maken, maar moeten ook de mogelijkheden om in de tijd het nodige onderhoud en aanpassingen te realiseren worden meegenomen. Uiteindelijk zou je beide varianten (a) en (b) middels een Total Cost of Ownership (TCO) willen afwegen. De werkelijke duurzaamheidskosten moeten hierbij dan beschouwd worden, eveneens een aanbeveling uit de workshop.

De praktijk
De praktijk voor de gemiddelde corporatie is echter anders. Er wordt een gebouw ontworpen en doorgerekend met een levensduur van vijftig jaar. Planmatig wordt onderhoud tegenwoordig opgenomen (dat was vijftwintig jaar gelden helemaal niet zo vanzelfsprekend). Hiermee wordt der huidige bouwtechnische staat in stand gehouden. Maar met grote aanpassingen van de gebruikskwaliteit wordt geen rekening gehouden. Hier moeten aanpassingen in de toekomst nog ontworpen worden, in tegenstelling tot het eerder genoemde Solids principe. Daarbij moeten we beseffen dat het casco nog lange tijd mee kan gaan, maar dat de inbouw aangepast moet worden, ook de ingreep die je nu doet. Het is daarom goed om nu bij verbeteringen wél rekening te houden met toekomstige aanpassingen. Dat betekent dus eigenlijk dat elke renovatie die nu wordt uitgevoerd voorzien moet zijn van een plan van aanpak voor toekomstig onderhoud en verbetering. Het gaat dan niet om kant en klare verbeterplannen maar meer om een schets van de mogelijkheden en logische momenten gezien levensduur van bouwdelen en benodigd onderhoud. Zodat je in de toekomst stap-voor-stap de woning aan kan passen aan benodigd onderhoud, maar ook aan de benodigde (woon)kwaliteit.

De uitwerking van de workshop heeft diverse punten naar voren gebracht die van belang zijn om tot opschaling van Duurzame Renovatie te komen. Maar het belangrijkste is het bewustzijn dat er daadwerkelijk overlap is tussen de thema’s. Het laat zien dat het niet gaat om het ontwikkelen van één technische oplossing, maar de hele mindset over wonen, bouwen en financieren daar onderdeel van is. Het besef moet ontstaan dat het in eerste instantie blijft gaan om het wonen en dat de bewoner als klant de korte en lange termijn met elkaar verbindt. Het gebruik op korte en lange termijn moeten centraler komen te staan. Het gaat dan niet alleen om het wonen maar ook over werken en zorg. Duurzaamheid wordt bij het ontwerpen voor wonen iets alledaags en gewoons het betekent oog hebben voor de continuïteit van het wonen.

Bronnen:
(1) Assessment of the sustainability of flexible building’, H. van Nunen, 2010 proefschrift Eindhoven University of Technology
(2) ‘De dragers en de mensen’, John Habraken , 1961
(3) Project XX Post Ter Avest
(4) Solids Amsterdam Het Oosten

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Duurzaamheid, Renovatie en onderhoud, Voorraad| 1 Reactie »

Een reactie op “#DuurzaamRenoveren”

  1. Reactie door: Tisha 30 maart, 2017 om 10:29

    iPu_oenUserJhly 20, 2011 With almost all data plans data is Orlistat online no prescription wrkeod out be adding both the sent and received data.Most service providers do not advise that Orlistat online no prescription you have gone over this limit and the first you Orlistat online no prescription will find out about it is when you receive your Orlistat online no prescription bill.Some service providers offer iPhone Apps that will tell you Orlistat online no prescription your allowances and how much you have used, as well as any additional costs incurred.