Bestaande Woning Bouw






EEN ZOEKTOCHT NAAR KNUSHEID: DE WONINGBOUW UIT DE JAREN ZEVENTIG EN TACHTIG

6 juni, 2011 | door Martin Liebregts

Er moet sprake zijn van enige afstand om de ontwikkelingen en gebeurtenissen te begrijpen. Dat geldt ook voor de stedenbouwkundige, architectonische en volkshuisvestelijke ontwikkelingen uit het verleden. Je was erbij, maar pas bij een terugblik wordt een beetje van de essentie duidelijk en kunnen (ideologische) vooroordelen terzijde geschoven worden. Dit speelt zeker ten aanzien van de beschouwing over de woningbouw uit de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw.

Het was een mega-breuk tussen de sixties en de seventies. Niets was meer goed. Licht, lucht en ruimte hadden geleid tot grootschaligheid, beton en maakbaarheid van bovenaf. Het moest structureel anders en het individu moest een dominante plaats krijgen. Het zoeken was gericht op geborgenheid, knusheid en kindvriendelijkheid. Het is tevens de periode dat bewonersorganisaties op grote schaal ontstaan. De emancipatie van onderop krijgt voor het eerst in de geschiedenis van het wonen betekenis. Zonder grote bewegingen of voormannen of -vrouwen begint de verovering van de woonomgeving door de burgers. Naast de uiteenlopende bewonersorganisaties ontstaat er ook verzet tegen de traditionele bestuurscultuur (regenten). De kraakbeweging is hier een van de voorbeelden van, waarbij het eigendom niet vanzelfsprekend zeggenschap inhoudt. Een turbulente periode met de eerste grote milieugolf, waarin deze fysieke omgeving zijn vorm kreeg.
Ondanks alle maatschappijkritiek was het toch een periode die te typeren is als een zoektocht naar knusheid in de kleuren bruin en oranje. Het is deze periode dat de ¬īzogenaamde¬ī bloemkoolwijken hun vorm kregen in de golf van nieuwe uitbreidingswijken. Misschien is de ¬īzitkuil¬ī wel het woord dat bij uitstek de periode typeert. Een deel van de woonkamer wordt lager gesitueerd om als een gemeenschappelijke leefplek het ideaal van ‚Äėsamen‚Äô uit te drukken.
Al deze gedachten hebben ertoe bijgedragen dat de fysieke ruimte, die ons omringt en in die periode ontstaat, zo‚Äôn invulling ofwel karakter heeft gekregen. Het beeld bestaat uit kronkelige straten, vaak bergingen aan de straatzijde, het groen is verzameld aan de ‚Äėachterzijde‚Äô van de verscholen rijtjeswoning, al of niet met een doorlopend dakvlak. Nu, ruim dertig jaar later, is het moment aangebroken om de kwaliteiten opnieuw te beschouwen ofwel tegen het licht te houden.
Dit decennium bereiken deze wijken de leeftijd van vijfendertig tot 40 jaar. Dit betekent, dat ook hier iets moet gebeuren met het aanbod.

In de jaren zeventig komen de nieuwe wijken op het toneel, die de gewenste gemoedelijkheid vorm moeten geven. In een vijftal artikelen zal het beeld van deze periode voor het voetlicht gebracht worden. Juist het proeven van de fysieke kwaliteit moet mede de basis vormen voor het aanpassingsprogramma voor de komende jaren. Met clichés en etiketten zoals steenachtig en bloemkoolwijken, komen we er niet. De sprong voorwaarts is nodig omdat we anders door reeds genomen maatregelen voor voldongen feiten worden geplaatst. De koers is dan gezet en bijsturing leidt tot kapitaalvernietiging.

De vijf verhalen, die verteld worden, gaan over:
1. Naar binnen gerichte woonerven. De hoven die bedacht zijn, wenden zich zoveel mogelijk af van de ‚Äėdrukke‚Äô wereld. Tegelijkertijd wordt de auto veelal een plaats gegund in de voortuin, samen met de berging.

2. Variatie in de vorm van verschuivende massa’s. In principe domineert de uniformiteit van materialen, textuur en detaillering. Maar de variatie wordt gezocht in het schuiven met massa’s en daken.

3. De berging als voorkant, de keuken als binnenkomst. Nog nooit in de geschiedenis van het wonen is de achterkant als voorkant gepresenteerd. Bergingen, carports en garages vormen het voorkomen aan de voorzijde, terwijl de keuken Рeeuwenlang het privédomein Рde ontvangstruimte voor de bezoeker wordt.

4. Het veranderend eigendom en de heilige koe. Het autobezit heeft het beeld van de woonwijken de afgelopen dertig jaar structureel veranderd. De auto als toppunt van individuele vrijheid wordt begeleid door een sterke toename van het eigen woningbezit. Het aandeel huurwoningen neemt van 60 à 70 procent in de jaren zestig af tot 30 à 20 procent in de jaren negentig.

5. De verdwenen openbaarheid en gemeenschappelijkheid. De tijd van de grote parken is voorbij. Het groen ligt verscholen aan de achterzijde. De openbaarheid heeft geen eigen ruimte meer of het moeten de ontsluitingswegen zijn.

De zoektocht is begonnen en richt zich op de eigenheid van deze wijken. Als dat duidelijk is, kan er begonnen worden met de kunst van integratie en aanpassing.

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: de jaren zeventig en tachtig, Kwaliteiten, Stedenbouw en architectuur, Wonen| 1 Reactie »

Een reactie op “EEN ZOEKTOCHT NAAR KNUSHEID: DE WONINGBOUW UIT DE JAREN ZEVENTIG EN TACHTIG”

  1. Reactie door: Frank Zuylen 7 juni, 2011 om 12:56

    “Met clich√©s en etiketten komen we er niet.”
    Dat klopt. Daarom kun je de verhalen ook niet zo vertellen.
    Bijvoorbeeld: de berging als voorkant, de keuken als binnenkomst. Al in de jaren zestig werden er op de dorpen in Brabant gexperimenteerd met woningen met de keuken aan de entree-zijde, bijvoorbeeld in Sint-Oedenrode.
    Een belangrijke oorzaak van het veranderende stedenbouwkundige beeld ligt in de veranderende woningplattegronden: van tweebeukig naar eenbeukig en versmalling van woningbreedte tot soms wel 4.50 m. Dat werkte door in de bebouwingsintensiteit en bijgevolg ook in de ordening van de openbare ruimte: auto’s werden gegroepeerd op pleintjes en de voordeuren waren te bereiken via voetpaden.
    Over de verdwenen openbaarheid en gemeenschappelijkheid: in de zeventiger jaren waren de grote parken in Den Bosch zeker nog niet voorbij. De wijk Noord krijgt het natuurgebied de Herven en het Rompertpark, de wijk Maaspoort is gebouwd rondom een centrale gelegen park aan de Noorderplas.
    Als je de fysieke kwaliteiten van wijken uit die periode wil duiden moet je je ook verdiepen in de stedenbouwkundige uitgangspunten van destijds. Waarom werd er zo gebouwd?