Bestaande Woning Bouw






erfafscheidingen, het oprukkend beeld (1)

21 juli, 2011 | door Martin Liebregts

Foto’s: Roel Simons

Serie over de jaren zeventig en tachtig (8)

Opkomend beeld

Het beeld van een woonwijk wordt steeds meer bepaald door de aanwezige erfafscheidingen. Niemand en niets heeft zich de afgelopen zestig jaar er zorgen over gemaakt. Menig welstandsvergadering boog zich eindeloos over een raamverdeling, maar vergat vaak wat het beeld werkelijk bepaalt. Het beeld van de wijken van na 1960 wordt voor een substantieel deel beïnvloed door de aanwezigheid van erfafscheidingen, carports en uit- en aanbouwen. Alle beschouwingen vooraf over de beeldkwaliteit krijgen zo steeds meer het karakter van luchtspiegelingen. Wie komt er nog in de bestaande wijken om te proeven wat de kwaliteit van de gebouwde omgeving fixeert? Vanuit deze optiek oogt België als een schoonheid, omdat diversiteit het oorspronkelijke patroon was en is. In Nederland verwordt het door de oorspronkelijke strengheid al gauw tot een rommeltje. De rijtjes verdragen nu eenmaal maar beperkte afwijkingen. De ordening van het beeld is vaak niet iets van grote gebaren of stringente voorschriften. Het begint met een gevoel voor samenhang, die de continuïteit van het beeld moet ondersteunen.

Van heg naar hek

‘De schutting is moeilijk te weerstaan’ luidde de kop van een artikel in de NRC (2). Zelfs in een ecowijk, waarbij het open karakter het leitmotif is, verschijnen schuttingen. Mensen willen altijd iets privés. Hoe individueler de samenleving, des temeer trekken mensen zich terug achter hun privacyschermen (de schutting).
Bijna de helft van het beeld van de wijken met grondgebonden woningen wordt in beslag genomen door erfafscheidingen van 2 meter hoog (3),(4).
De tijden dat er een erfafscheiding door een haag gevormd werd, begint bijna tot het verleden te behoren. Zoals het woord hek zijn oorsprong vindt in heg, zo zullen houten schuttingen de heg gaan vervangen als de huidige praktijk zich doorzet

Woonerven omheind

In dit kader gaat het om de kwaliteit van de woonerven, die deels begrensd worden door tuinen (kop- en achtergevels). Juist de herbergzaamheid van die straatjes en pleintjes moesten de kwaliteit van het wonen ondersteunen. Nu dreigt het allereerst door de vele auto’s en vervolgens door de houten schuttingen zijn karakter volledig te verliezen. Tot nu toe was de definitie van een woonerf negatief uitgedrukt voor de bezoekende auto’s, zoals dat in Van Dale omschreven staat. ‘Woonerf is een woonbuurt waarvan de straten door verkeersdrempels en platenbakken e.d. niet of zeer moeilijk voor auto’s toegankelijk zijn.’
Als het woonkarakter verder verloren gaat door de wijze waarop de erfafscheidingen het vorm geven, blijft alleen nog het woord erf over ofwel onbebouwde grond behorende bij een huis.
<

Maar zover is het gelukkig nog niet. Het wordt tijd dat erfafscheidingen en schuttingen nieuwe vormen krijgen, die het beeld van de buurt in positieve zin versterken. Misschien ligt de mogelijkheid wel in de nieuwe generatie erfafscheidingen te combineren met (eigen) identiteit, uitstraling en ruimte voor energieopwekking. En zo komt het dan toch weer goed.


Bronnen/verwijzingen
1. ‘De jaren zestig wijken: de opkomst van de GAMMA-cultuur’, Martin Liebregts, Kennisbank Bestaandewoningbouw.nl, 26 mei 2011
2. ‘De schutting is moeilijk te weerstaan’, Merel Thie, NRC, 16 juli 2011
3. Nederland heeft ruim 7,2 miljoen woningen, waarvan ruim 5 miljoen grondgebonden woningen zijn. Gemiddeld beschikt zo’n woning over 25 meter erfafscheiding, waarvan 10 à 20 procent mede het straatbeeld bepalen. Dit komt overeen met 25 à 50 procent van de voor- en zijgevels van deze woningen (10 meter). Met andere woorden, de erfafscheiding is een dominant aanwezig beeldelement.
4. Wikipedia: ‘In Nederland mag men zonder bouwvergunning of bouwmelding erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn plaatsen met een hoogte van maximaal 2 meter. De voorgevelrooilijn is de lijn die, evenwijdig aan de weg, uw voorgevel raakt (zie VROM-brochure Erf- en perceelafscheidingen). Vóór de voorgevelrooilijn mogelijkheden slechts erfafscheidingen worden geplaatst met een hoogte van 1 meter. In alle andere gevallen is een bouwvergunning nodig. Bij hoekwoningen is er sprake van een iets andere situatie. Een hoekwoning kan twee voorgevelrooilijnen hebben omdat het perceel aan twee straten ligt.
5. Rond 1970 doet de doe-het-markt zijn intrede: HUBO (1969), GAMMA (1971), Praxis (1978).

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: de jaren zeventig en tachtig, Kwaliteiten, Stedenbouw en architectuur, Voorraad| 5 Reacties »

5 Reacties op “erfafscheidingen, het oprukkend beeld (1)”

  1. Reactie door: Frank Zuylen 21 juli, 2011 om 13:56

    De erfafscheidingen hebben, vooral tegenwoordig, een grote invloed op het straatbeeld, vooral in buurten met een open of halfopen bebouwingsstructuur. In het beste geval, bij woningbezit van woningcorporaties, zorgt de eigenaar voor uniforme afscheiding van de erven.
    Bij particulier eigendom is dat veel moeilijker te realiseren.
    De toenmalige wethouder van Gemert-Bakel Frans van Ekert had een lumineus idee: overal waar het ertoe deed zou de gemeente op openbare grond, maar direct grenzend aan particulier eigendom beukenhagen planten. Op die manier zou er toch een verzorgd beeld van de openbare ruimte tot stand gebracht kunnen worden.

  2. Reactie door: Sjoerd J. Veerman 2 augustus, 2011 om 14:13

    Het lumineus idee van collega Van Ekert hebben we ook in Alblasserdam in de wijk Alblasserwerf toegepast. In deze nieuwe woonwijk zijn voor de woningen beukhagen geplant in een gemeentelijke strook. Het is aanleiding tot ruzies in de wijk van de bewoners onderling en boosheid op de gemeente die zoiets heeft bedacht en nog handhaafd ook!! Bedenken is goed, maar handhaven dat vindt een groep bewoners te ver gaan.
    Privacy wordt hoger aangeslagen dan een mooi beeld.

  3. Reactie door: Hans Schalkwijk 2 augustus, 2011 om 15:48

    Handhaven is toch iets wat men niet graag doet, zelfs als je er geen schuttingen hoger dan 1m mag bouwen langs de openbare weg. Ik zie de schuttingbuurten wel oprukken net zoals het inpikken van gemeentegrond. In veel landen worden schuttingen langs de openbare weg wel toegestaan, met als gevolg, dat ik me er niet zo prettig voel. Het is maar welke cultuur je voorstaat. Dus beste wethouders handhaven loont, anders krijgen buren ook nog onderling ruzie. Hulde voor die gemeente die het nog doet.

  4. Reactie door: Jan Dirk de Boer 16 augustus, 2011 om 22:05

    Martin Liebrechts heeft gelijk dat bij het ontwerp van de jaren 60-70 woonwijken te weinig is nagedacht over de buitenruimte. Die ruimte is in de loop van de jaren door bewoners zelf ontworpen , met onder andere schuttingen om het huis en auto’s op de gezamenlijke erven . Ik begrijp Martin’s zorgen over de erfscheidingen wel – ik vind ze ook niet om aan te zien en ze verloederen snel- .Maar tegelijkertijd is het nou juist een van weinige aardige kanten van die bloemkoolachtige wijken, dat er ruimte is voor bewoners om zelf hun omgeving vorm te geven. Het is dan voor ontwerpers,- en nu dus her-ontwerpers en beheerders – wel zaak om iets te begrijpen van de ambities en leefstijlen van die bewoners en daarop een beetje te anticiperen.
    Zo kun je een cultureel onderscheid maken tussen ‘voorzitters’ en ‘achterzitters’ . Zonder daar een sluitende sociaal-economische verklaring voor te geven: volks- en middenklasse. Je hebt mensen die gericht zijn op wat er in hun buurt en straat gebeurt en de contacten met buren direct en dagelijks willen onderhouden; ze zitten bij een beetje mooi voor, want daar gebeurt het , de achtertuin is voor opslag , klussen en de was drogen. ‘Achterzitters’ daarentegen zijn meer naar binnen gericht , vinden privacy belangrijk. Zij zijn graag buiten maar ‘op hun eigen’: cocoonen op eigen terrein in de achtertuin, waar het wonen zich zomers steeds meer afspeelt. Aan de voorzijde toon je wie je bent, met een grafzerken tuintje of een weelderige kruidentuin.
    Bij het ontwerp van de wijken waar Martin het over heeft is niet aan dat culturele onderscheid gedacht. Woonerven zijn gedacht als min of meer collectieve buitenruimte aan de ‘voorzijde’ van de woningen. Maar er gingen ‘achterzitters’ wonen; die zetten hun auto ‘vóor’ en richtten zich aan de andere kant van de woningen hun eigen privé-paradijsje in, inderdaad afgescheiden met schuttingen. In de sociale levensloop van die wijken zijn er echter meer ‘voorzitters’ komen wonen en dat past niet meer. De openbare-straatzijde waar ze graag zouden gaan zitten is anders ingericht dan waarvoor ze ooit bedoeld was. En de paradijsjes aan de achterzijde worden door hen verwaarloosd. Zo is er niks meer passend. Het onderscheid in voor en achter in het ontwerp waren toch al vaak onduidelijk is, nu is de onoverzichtelijkheid door het gebruik nog groter. Ontwerp, beheer en gebruik weer laten kloppen, voor en achter duidelijk maken, daar ligt de uitdaging voor beheerders. En natuurlijk ook bewoners een rol geven om hun ‘paradijsjes’ te maken, nu en op termijn. Op zo’n manier dat het er ook nog karakteristiek en “mooi” uitziet.

  5. Reactie door: Flip ten Cate 30 augustus, 2011 om 10:48

    Martin Liebregts legt een vinger op een zere plek. Het zijn inderdaad vaak de schuttingen en erfscheidingen die de oorspronkelijke beeldkwaliteit verstoren. Op zichzelf is er denk ik nog niet zoveel tegen variatie, maar kwaliteitsverlies treedt met name op door verloedering. Wie bij de Gamma een goedkope schutting koopt, en hem naar behoren plaatst (een kunst op zich!), moet ‘m binnen een jaar verven en binnen drie jaar de eerste rotte planken vervangen. Dat is de meesten niet gegeven, dus gaat het er steeds armoediger uitzien, met zelfs woningwaardeverlies als gevolg.
    Jammer is wel dat Liebregts het de welstandscommissies verwijt dat ze teveel op het ene detail en te weinig op het andere hebben gelet. Wie een beetje heeft opgelet weet dat de Federatie Welstand zich nagenoeg als enige kwaad gemaakt heeft tegen de voorstellen voor vergunningvrij bouwen. Het is sinds enige tijd verboden om welstandseisen te stellen aan erfscheidingen. Inmiddels is het probleem veel groter geworden dan Liebregts schrijft: op de erfgrens aan alle achterommetjes in Nederland mogen loodsen verrijzen tot vijf meter hoog. Welstandstoets daarop is verboden bij de wet, sinds 1 oktober vorig jaar. Het vergunningvrije bouwen omvat niet alleen ‘bijbehorende bouwwerken’ (serres en schuurtjes) tot drie meter hoog en erfscheidingen van twee meter hoog, maar ook al het bouwen op het achtererf dat het bestemmingsplan toelaat met een maximum van vijf meter! Het achtererf begint op 1 meter achter de voorgevelrooilijn, betreft dus ook zijtuinen, en beperkt zich niet tot woningen: het gaat om alle hoofdgebouwen.
    Men kan klagen over de schuttingen van twee meter waar de welstand de afgelopen jareen onvoldoende aandacht heeft geschonken, en misschien is dat terecht, maar waarom hebben deze klagers dan de welstandsmensen in de kou laten staan bij het verzet tegen deze enorme golf van vergunningvrij bouwen die desastreus zal uitpakken, juist voor de kwaliteit van de bestaande woonomgeving? Die eenzame strijd van de welstand is door menigeen ten onrechte opgevat als een poging van een bedreigde club om z’n territoir te verdedigen en om individuele burgers hun eigen zeggenschap over hun bezit en het uiterlijk daarvan te ontnemen. “Betutteling!” riep men opnieuw. Het zal ons worst zijn – uit welstandsoogpunt – op welke manier burgers in hun huis of achtertuin (buiten het zicht van anderen) hun expressie botvieren (uit oogpunt van bouwkwaliteit, bouwveiligheid en milieu is het een andere kwestie). Het gaat in ons bezwaar echter om de ruimtelijke kwaliteit van het publieke domein, en daar heeft de overheid een taak.
    Het is verheugend om te lezen dat op deze kennisbank bestaande bouw zorg bestaat over deze kwaliteitsvragen, die wat mij betreft uitgebreid zouden moeten worden tot al het (zichtbare) vergunningvrije bouwen, niet alleen de schuttingen. Maar natuurlijk steekt het wel dat mensen die kritiek hebben op het falen van de welstand bij de vraag wat de beeldkwaliteit van een wijk nu werkelijk bepaalt, hun stem niet, met ons, verhieven toen er een verbod werd uitgevaardigd over welstandsbeoordeling van bijna al het bouwen op nagenoeg alle Nederlandse achter- en zij-erven.
    (auteur is directeur van de Federatie Welstand)