Bestaande Woning Bouw






GEMIDDELDE ENERGIEBESPARING BESTAAT ALLEEN VOOR DE STATISTICUS

14 maart, 2011 | door Martin Liebregts

Het is goed om voortdurend naar de energiebesparingspraktijk van alledag te kijken om een beter begrip te krijgen van de werkelijke effecten. Zo is de afgelopen periode opnieuw een renovatieproject geëvalueerd, dat meer dan een jaar de ingreep achter zich heeft gelaten. Een van de onderdelen van de evaluatie was het energiegebruik ten behoeve van verwarming. Zowel voor als na de renovatie vormde dit in de enquête een onderdeel. Aardig is dat dan achteraf blijkt dat in dit geval de voorspelde gemiddelde energiebesparing van 40% ook gerealiseerd werd. Maar tegelijkertijd blijkt dat uit de cijfers dat op woningniveau de besparing in procenten varieert van 15% tot 60%. En de sleutel ligt niet in het oude verbruik. Het bevestigt weer eens dat de gemiddelde energiebesparing alleen bestaat voor de statisticus en niet voor de individuele bewoner. Het geeft ook aan hoe ingewikkeld het is in geval van energiebesparing op woningniveau een voorspelling te doen (zowel relatief als absoluut).

In het artikel ‘levensduurdenken over de bestaande woningvoorraad’ (1) is uitgebreid ingegaan op de invloedsfactoren op het verbruik bij gelijke energetische kwaliteit en woninggrootte (inkomen, opleiding, grootte gezin, leeftijd kinderen, al of niet 65plussers, oppervlakte woonkamer, aantal vertrekken). Er is een spreiding te zien van 40% (± 20%)
Het bovengenoemd voorbeeld toont opnieuw aan dat we nog beter moeten begrijpen, welke variabelen en in welke mate deze van invloed zijn op het individuele energiegebruik ten behoeve van verwarming. Het is heel gemakkelijk om de huurverhoging voor de energetische kwaliteit uniform vast te stellen, zoals nu weer bij de aanpassing van WWS-punten is gebeurd. Voor de statisticus is hiermee het vraagstuk opgelost, maar niet voor de individuele bewoner. Zeker niet, als bij de verbetering van de energetische kwaliteit de woonlastenbesparing het belangrijkste motief is. De kennis over de dagelijkse praktijk kan leiden tot een voorlichting op maat over de energiebesparende maatregelen en technische producten, die hier beter op inspelen. Alleen dan blijft energiebesparing geen papier, maar wordt het iets meer werkelijkheid met tegelijkertijd een positief effect op de woonlasten.

Bronnen:
1. Manifest: levensduurdenken over de bestaande woningvoorraad, Martin Liebregts, Haico van Nunen en Jelle Persoon, kennisbank bestaande woningbouw, 11 november 2010

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Duurzaamheid, Kosten, Renovatie en onderhoud| 2 Reacties »

2 Reacties op “GEMIDDELDE ENERGIEBESPARING BESTAAT ALLEEN VOOR DE STATISTICUS”

  1. Reactie door: Jaap van der Veen 22 maart, 2011 om 16:51

    Afegezien van de vaak grote individuele verschillen is het werkelijke verbruik vaak aanmerkelijk lager dan het theoretisch berekende verbruik. Mensen met een laag inkomen blijken in energieonvriendelijke woningen (noodgedwongen) al zeer zuinig te stoken. Een eerste voorwaarde om een realistische schatting van de energiebesparing te maken is daarom vooraf het werkelijke energiegebruik (gas) te onderzoeken. Soms is het voor een corporatie mogelijk om via de netwerkbeheerder de verbruiksgegevens te verkrijgen. Een andere, meer bewerkelijke methode is om de bewoners zelf om hun verbruiksgegevens te vragen, bijvoorbeeld via de bewonersorganisatie. Die methode heeft tevens het voordeel dat bewoners zich bewuster worden van hun stookgedrag.

  2. Reactie door: autofinanzierung 9 maart, 2017 om 22:41

    Täytyy todeta, että jos alkaa pohtia vaikkapa työpaikan kahvi/ruokapöytä keskusteluja, niin verraten usein on kyllä aiheissa ”kuinka jollekulle on käynyt jollain tavoin huonosti”… On toki paljon huumoriakin ilmassa, mutta…Eli ei tuo välttämättä rajoitu kyllä pelkän seksikeskustelun ”negatiivisuuteen”… Toki kokemuspiirini rajoittuu taas vain muutamaan työpaikkaan ja yhteen parisuhteeseen joten en voi yleistää tätä