Bestaande Woning Bouw






HET DAGELIJKS TERUGKERENDE CAMPINGGEVOEL

5 mei, 2010 | door Martin Liebregts

Eendimensionale oplossingen

Voortdurend verschijnen er in de woningbouw en inrichting van de woonomgeving nieuwe ruimtelijke concepten, die een oplossing moeten bieden voor actuele en structurele problemen op de langere termijn. Het begon allemaal in de eerste helft van de vorige eeuw, toen scheiding van functies en ‚Äėlicht, lucht en ruimte‚Äô het ultieme antwoord moesten geven op de problemen met het wonen. De traditionele gem√™leerde bouwblokken met een duidelijke voor- en achterkant werden vervangen door o.a. strokenverkaveling met een uniforme bebouwing. Vooral in de naoorlogse periode is deze lange tijd dominant geweest, met de Bijlmer als het ultieme hoogtepunt als het gaat om functiescheiding. Het zijn deze wijken, die als eerste problemen opleverden met de omvang van de gemeenschappelijkheid en scheiding openbaar en priv√©. Het ideaal bleek toch niet duurzaam te zijn.

Het volgende verschijnsel dat hierop deels een antwoord was, is te betitelen als de woonstraat. Gedurende de zeventiger en tachtiger jaren van de vorige eeuw moest dit het ultieme antwoord vormen op de dreigende opkomst van de auto en ruimte voor het kind. Het zijn vervolgens deze buurten, die nu om extra aandacht vragen. En nu verschijnen er nieuwe oplossingen voor parkeren door woningen op een parkeerdek te situeren en zo conflicten te introduceren tussen privé, gemeenschappelijk en openbaar. De buitenruimten van de woningen grenzen aan de openbare of gemeenschappelijke ruimten. Privé is niet meer privé.

De camping als nachtmerrie

Enkele jaren geleden las ik de uitspraak ‚ÄėDe voorwaarde voor een goede buur begint bij een deugdelijke erfafscheiding‚Äô. Dit was ongeveer de strekking van die tekst. Met andere woorden, je moet je kunnen afzonderen of terugtrekken om ook iets gezamenlijks te kunnen doen. Wie kent niet de uitzendingen van het televisieprogramma de rijdende rechter, waar bijna de helft van de conflicten over de (onduidelijke) erfafscheidingen gaat.
En wat gaan we nu doen in de (vervangende) nieuwbouw door het situeren van het wonen bovenop een parkeergarage? We confronteren buitenruimten met elkaar in uitlopende vormen:

En dit noemen we verdicht, stedelijk wonen, waarbij de privacy van het wonen wordt opgeofferd aan het ultieme privé vervoermiddel. En zo wordt campingwonen tot een nachtmerrie, verdwijnt de buitenruimte en wordt op termijn de gevel gebarricadeerd.

Is dit nu de prijs die we in het wonen moeten betalen voor het bezit van de auto? Of zijn er betere oplossingen, die ruimte aan het wonen overlaten?

Meer gebruik, minder techniek

Bij alles wat we maken, zouden we ons af moeten vragen of je zelf zo zou willen wonen. Pas op dat moment ga je alles nog eens goed doordenken op het gebruik. In de meeste andere gevallen wordt er veel meer gekeken naar het autonome beeld, functionele (eendimensionale) oplossing of het ideaal.

Meer gebruik, minder techniek pleit ervoor om toch vooraf en achteraf systematisch te kijken naar wat de gevolgen voor het gebruik zijn. In die zin zou de traditie van gebruiksevaluaties weer in ere hersteld moeten worden. Want het gebruik heeft altijd gelijk. Zij bepaalt of iets functioneert, niet het ontwerp of de techniek. Dus met minder techniek wordt bedoeld dat de oplossing niet bedacht moet worden vanuit één probleem, maar integraal moet zijn. En dan kom je uit bij het gebruik.

In dat opzicht pleit ik ervoor dat we met elkaar systematisch kijken naar de kwaliteit van de ons omringende bebouwing. En met elkaar proberen te ontdekken waarom iets wel werkt, gewaardeerd wordt en waarom niet? Dan gaat het om alle aspecten van de kwaliteit van beeld, beleving tot functie.

Wie doet mee?
Zie ook:

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Doelgroep, Proces, Stedenbouw en architectuur| 1 Reactie »

Een reactie op “HET DAGELIJKS TERUGKERENDE CAMPINGGEVOEL”

  1. Reactie door: Ad van Dongen 11 mei, 2010 om 14:46

    Ik ben het roerend eens met deze noodkreet. De overgang van privé naar openbaar krijgt in veel verkavelingsplannen onvoldoende aandacht. Het lijkt erop dat de ontwerper zich soms geen voorstelling kan maken van hoe zoiets eruit ziet nadat de woningen in gebruik zijn genomen.