Bestaande Woning Bouw






HET DRAAIT OM WOONKWALITEIT EN WOONLASTEN

26 mei, 2010 | door Martin Liebregts

Martin Liebregts en Jelle Persoon

In het afgelopen halfjaar is er een uitgebreide enquête gehouden onder vijftig beslissers, die betrokken zijn bij de kwaliteitsaanpassing van de bestaande woningvoorraad. 1 Een van de onderdelen uit de enquête richtte zich op de kennisbehoefte. Op nummer een en twee staan met stip bovenaan de ‘woonkwaliteit’ en de ‘woonlasten’. Eindelijk, na vijftig jaar, wordt het algemeen duidelijk waar het om gaat, en wel om het gebruik. Of het nu om de kwaliteit of de kosten gaat. De twee begrippen worden niet voor niets samen genoemd. Uiteindelijk gaat het nu en in de toekomst om de prijs-/kwaliteitsverhouding van het wonen.
Bij de beschouwing krijgt tot nu toe de woonkwaliteit nog steeds beperkte aandacht. Meestal wordt het afgedaan met meer wooncomfort. Maar wie kan zeggen wat dat nu en op termijn inhoudt?
diagram woonlasten

Op dezelfde eenvoudige wijze wordt er over woonlasten gesproken. Ook hier ligt de nadruk op een deel van het energieverbruik, dat zich vooral richt op verwarming, warmtapwater en ventilatie. De huidige verhouding tussen huur en dit aspect van energie (ca. 85:15) zal over twintig, dertig jaar beduidend anders liggen. 2 Structureel wordt het huishoudelijk verbruik en de toename ervan vergeten. Dit betekent dat al snel energieverbruik domineert in plaats van de mogelijkheid om energie op te wekken. 3/4 Zowel woonkwaliteit als woonlasten krijgen nog een te beperkte aandacht.

Gebruiksevaluaties als basis van woonkwaliteit

De beste woningplattegronden dateren uit de periode 1965-1975. Op dat moment kon de kennis over de ruimtelijke aspecten van het wonen optimaal benut worden, omdat uiteindelijk, na twintig sobere naoorlogse jaren, de financiële middelen beschikbaar waren. De meest flexibele doorzonwoning is gebouwd rond 1973. In de jaren tachtig van de vorige eeuw is de kennis verder achteruitgehold, mede onder invloed van de beperkte middelen. En nu, anno 2010, wordt er nauwelijks nog iets gepubliceerd, dat gebaseerd is op systematisch onderzoek naar de woonpatronen en de gewenste kwaliteit. Het consequent onderzoek dat in de periode 1940-1945 begon en rond 1970 op zijn hoogtepunt was, bestaat niet meer. Bijna nergens worden de gerealiseerde woningen gedocumenteerd, mede op basis van gebruiksevaluaties. In het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw heeft het nog gespeeld ten tijde van de stadsvernieuwing. Er is bijna volledige radiostilte opgestreden. Goede woningen worden niet achter de tekentafel verzonnen. Ze zijn in eerste instantie het product van systematisch onderzoek naar de effecten op het gebruik. Pas met deze kennis ontstaan goede woningen en ruimten.
Deze gebruiksevaluaties zouden ook weer niet te beperkt gericht moeten worden op ruimtelijke kwaliteit en woonomgeving, maar ook op het gewenste binnenklimaat, een belangrijke voorwaarde voor het wonen. Gezien de steeds verdergaande individualisering van het wonen worden er meer en andere eisen gesteld aan het woonklimaat en de individuele regelbaarheid daarvan. Koeling en adequate ventilatie zijn ‘moderne’ eisen, waarop men nog niet voldoende is ingespeeld.
Ventilatie en kwaliteit van het binnenklimaat zijn nu te vaak een bijproduct van energiezuinige maatregelen. Voor een deel ligt hier de verklaring dat bewoners van energiezuinige projecten juist hierover minder tevreden zijn. 6

De woonlasten, een samenspel van vele variabelen

De afgelopen periode is in de discussie over woonlasten weer een prominente rol weggelegd voor de energiekosten. En dan beperkt het zich tot de woninggebonden energiekosten voor verwarming, warmtapwater en ventilatie. Op twee punten is hier fundamenteel kritiek te geven:

Ook bij een al te rigide benadering van energiebesparing en de vertaling ervan in de huur, ontneemt de bewoner de marge om via gebruik enigszins nog te sturen in de woonlasten. Je woont dan weliswaar comfortabel, maar de speelruimte is volledig weg.

De toekomst vraagt om een evenwichtigere benadering dan tot nu toe. In de visie op de toekomst worden er vaak niet meer dan twee aspecten uitgelicht: huur (kaal) en energiekosten (verwarming, warmtapwater en ventilatie). Een meer integrale benadering wordt niet gepresenteerd, omdat vaak de waan van de dag regeert bij besluiten voor de langere termijn. Want tegen deze kortetermijnbenadering zijn vele kanttekeningen te plaatsen:
– Hoe staat het met de benutting van de mogelijkheden om energie op te wekken?
– In hoeverre laten de woningen langer zelfstandig wonen toe of is er ruimte voor extra zorg?
– Welke comforteisen spelen er op twintig, dertig jaar? Dat zijn de termijnen waarop de prijsontwikkeling voor huur en energie naast elkaar worden gezet.
– Hoe ontwikkelen zich per regio de andere woonlastencomponenten? In de krimpregio’s zal de huur beduidend minder stijgen dan in het centrum van het land. Met andere woorden, wat bepaald de prijs van het onroerend goed?
– Welke ruimte wordt er geboden aan de toenemende behoefte aan individualiteit? En dan gaat het niet alleen om individualiteit in het wonen, maar ook om wat men belangrijk vindt. Mag men en kan men wonen en wooncomfort minder belangrijk vinden en meer geld in andere zaken willen steken?

Een kwestie van documenteren

Hoe komt het dat we kennis en ervaring uit het verleden zo slecht benutten? Het verleden geeft ons inzicht hoe dingen functioneren en de toekomst vraagt aan ons nieuwe gezichtspunten te ontwikkelen. Op dit moment kijken we voortdurend vooruit op basis van de hype van de dag en vergeten ons eigen verleden. Zeker als het om wonen gaat dat ingebed is in een lange traditie, is dit bijna een doodzonde. Of het nu om woonkwaliteit, woonlasten of iets anders gaat, de basis moet mede gelegd worden door de feiten uit het verleden. Dat vereist nu eenmaal systematisch documenteren en evalueren. Misschien is het goed de gebruiksevaluaties nieuw leven in te blazen. Als deze kennis beschikbaar komt, zullen we bewuster omgaan met de vraag: Wat is in deze opgave uniek (projectgericht) en wat is van algemene aard (projectoverschrijdend)? We hoeven niet opnieuw 1,5 miljoen doorzonwoningen te bouwen om ons dat bewust te worden.


Bronnen:

1. ‘De Grote-Renovatie-Enquête’, BouwhulpGroep, voorjaar 2010
2. Seminar ‘Van Energiebeleid naar Uitvoering’, ICP+
Huur versus totale energieverbruik (verwarming, warmtapwater, ventilatie en huishoudelijk verbruik) bedraagt 80:20
3. Kansen voor A-B-C, niet passief maar neutraal actief, Haico van Nunen, kennisbank Bestaandewoningbouw.nl, 23 september 2009
4. De eenvoud van duurzaamheid, Martin Liebregts en Jelle Persoon, kennisbank Bestaandewoningbouw.nl, 16 maart 2010
5. ‘Woningbouw als maatschappelijk geheugen’, BouwhulpGroep, Martin Liebregts en Jelle Persoon, Eindhoven, 2006
6. Zie ‘Schatgraven in de bestaande bouw’, BouwhulpGroep in opdracht van Agentschap NL, april 2010

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Kwaliteiten, Renovatie en onderhoud, Voorraad| 5 Reacties »

5 Reacties op “HET DRAAIT OM WOONKWALITEIT EN WOONLASTEN”

  1. Reactie door: VACpunt Wonen 16 juni, 2010 om 08:48

    Het WoonKwaliteitOnderzoek

    Als kenniscentrum voor gebruikskwaliteit initieert VACpunt Wonen onderzoek naar de ervaringen van bewoners. Hoe bevalt hun huis en hun wijk? VACpunt Wonen heeft daarvoor een onderzoeksmethode ontwikkeld: het zogenaamde WoonKwaliteitOnderzoek, kortweg WKO genoemd. Het WKO is een instrument om de wensen van woonconsumenten in beeld te brengen en knelpunten in de woning of woonomgeving te signaleren.

    Het onderzoek biedt in de eerste plaats informatie aan de Adviescommissies Wonen, maar ook aan corporaties, gemeenten of projectontwikkelaars. Woonconsumenten spelen immers een steeds grotere rol in het bouwproces. En dan is het van belang om te weten wat bewoners onhandig vinden en waar zij juist heel enthousiast over zijn.

    Het WKO

    De resultaten van het WKO laten zien hoe bewoners de praktische bruikbaarheid van hun woning en woonomgeving waarderen. Alle soorten woningen zijn met de vragenlijsten te onderzoeken, grondgebonden woningen en etagewoningen, woningen met extra snufjes op het gebied van duurzaamheid, in nieuwbouw- en renovatieprojecten. Als het om een etagewoning gaat, wordt ook het woongebouw met de gezamenlijke voorzieningen, zoals een lift en een fietsenstalling, in het onderzoek meegenomen.

    Drie vragenlijsten

    Het WKO bestaat uit bondige vragenlijsten die zo opgesteld zijn, dat ze zowel mondeling als schriftelijk kunnen worden afgenomen. Er zijn drie vragenlijsten:
    • Woning
    • Woongebouw
    • Woonomgeving

    In deze vragenlijstenkomen alle relevante aspecten aan bod die van invloed kunnen zijn op de tevredenheid van de bewoners. Bovendien is het WKO eenvoudig uit te breiden met losse modules (Energie en Zorg) of specifieke vragen.

    WoonKwaliteitOnderzoek op lokaal niveau

    Veel Adviescommissies Wonen doen regelmatig een WoonKwaliteitOnderzoek (WKO). Elk jaar komen er knelpunten naar voren. Echt knelpunten waar de bewoner ofwel de woonconsument mee zit. Welke knelpunten kwamen naar voren in deze WKO’s? Een overzicht.

    Woning:
    1. Berging en bergruimte
    2. Afmetingen
    3. Deuren
    4. Installaties
    5. Toegankelijkheid

    Woonomgeving:
    1. Parkeren
    2. Toegankelijkheid
    3. Verkeersveiligheid
    4. Voorzieningen
    5. Sociale veiligheid

    Woongebouw:
    1. Parkeren (auto, scootmobiel en fiets
    2. Toegankelijkheid
    3. Berging/bergruimte
    4. Lift
    5. Veiligheid

    Waardevol

    De informatie die WKO’s opleveren, is voor iedereen zeer waardevol.
    Opdrachtgevers komen te weten hoe bewoners de woning en de woonomgeving beleven en hoe toekomstige plannen verbeterd kunnen worden. De Adviescommissies Wonen toetsen de eigen adviezen aan de hand van de resultaten en gebruiken de input bij de advisering over andere plannen. En VACpunt Wonen verzamelt de onderzoeksresultaten en probeert zo zicht te houden op nieuwe trends in het bouwen en op ontwikkelingen in de wensen van bewoners. Zelfs het ministerie van VROM kan er haar voordeel mee doen bij het vaststellen van beleid en regelgeving, zoals het Bouwbesluit.

  2. Reactie door: on 14 mei, 2015 om 06:30

    Hello!

  3. Reactie door: no 18 mei, 2015 om 09:03

    Hello!

  4. Reactie door: super 13 oktober, 2015 om 13:34

    Hello!

  5. Reactie door: sildenafil 10 mei, 2016 om 12:28

    Hello!