Bestaande Woning Bouw






Krachtwijk: buurtwerker of bouwvakker?

26 mei, 2009 | door Dyon Noy

De aanpak van de 40 krachtwijken staat permanent in de spotlights. De heffing is nog steeds geen gelopen zaak. De bezwaren van corporaties zijn begrijpelijk. Op veel plaatsen is al aanzienlijk geïnvesteerd. Het is maar zeer de vraag of de heffing veel meer oplevert dan extra en ongewenste overheidsbemoeienis, vertraging en nodeloos rondpompen van geld. Spreken we wel over de juiste wijken? Is krimp niet net zo’n groot probleem? Daarbij zorgt het etiket ‘probleemwijk’, ‘krachtwijk’ of ‘Vogelaarwijk’ alleen al voor overwegend ongevraagde publiciteit. Anderzijds ontbreekt het aan een blauwdruk voor de aanpak. Gezien de omvangrijke inspanningen is de wens begrijpelijk om effecten van maatregelen met bijbehorende kosten te meten. Doen we de juiste zaken? Investeren in vastgoed of in sociale activiteiten?

Meten is (w)eten?

Ook de onderzoekswereld ontgint inmiddels de probleemwijken. Enkele jaren terug concludeerde het CFV in Sectorbeeld 2007 [pdf|480K] (hoofdstuk 8.3) al dat er een enorme spreiding in intensiteit van wijkaanpak door woningcorporaties bestaat. En als er al een aanpak is, dan ligt er grote nadruk op vervangende nieuwbouw en koopwoningen. Het brede onderzoek Helpt herstructurering? (Universiteit Utrecht, 2008) stelt ook vragen bij de selectie van de 40 wijken. Het beschrijft haarfijn het ‘waterbedeffect’: bewoners van sloopwoningen verhuizen naar de nieuwe probleembuurten ofwel afvoerputjes in de wijk. De meer bemiddelde kopers van de nieuwbouw wonen in een enclave in de wijk. Wandel door Malburgen in Arnhem of Meilust in Den Haag. Enorme contrasten tussen belendende oud- en nieuwbouw. Een pleidooi voor een meer integrale stedelijke benadering binnen een transparant proces. De recente studie De baat op straat [pdf|780K] (SEO, 2009) meldt dat sociale investeringen van corporaties geen meetbaar effect opleveren. Als door een wesp gestoken reageerden VROM, Aedes en SEV dat deze conclusie te kort door de bocht is. ‘Sociale investeringen zijn net zo belangrijk als vastgoedinvesteringen. Effecten zijn pas op lange termijn meetbaar.’

Lokaal en eigenwijs!

Binnen deze gespannen context houdt alleen de gedegen lokale aanpak stand. Een integrale benadering. De woning als onderdeel van het bouwblok. Het bouwblok als onderdeel van de buurt. De buurt als onderdeel van de (kracht-) wijk. En de wijk als onderdeel van de stad. De schaal en fasering van fysieke ingrepen voorkomen het ‘waterbedeffect’. Onderlinge afstemming in de juiste mix van fysieke, sociale en economische maatregelen. Zowel de bouwvakker als de buurtwerker. Nauwe samenwerking met lokale belanghouders, waarbij de wijkbewoners natuurlijk voorop staan.

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Beheer, Voorraad| Reacties uitgeschakeld voor Krachtwijk: buurtwerker of bouwvakker?

Je kunt niet meer reageren!