Bestaande Woning Bouw






lenteakkoord

14 mei, 2008 | door Martin Liebregts

Door Martin Liebregts en Haico van Nunen 

vraagt om nieuwe duurzame bouwconcepten: zomerkoninkjes 

Op 22 april 2008 heeft de Bouw een convenant ondertekend om vanaf 2020 uitsluitend nog energieneutrale gebouwen op te leveren. In drie stappen moet dit doel verwezenlijkt worden. De eerste reductie van 25 procent moet zijn beslag krijgen in 2011. In 2015 zal de reductie opgelopen moeten zijn met 50 procent ten opzichte van de EPC van 2007. In 2020 is het streven energieneutraal te bouwen.
Het streven is nobel, maar het directe effect op de woningvoorraad is beperkt. De aandacht is hiermee gericht op zo’n 10 tot 15 procent van de voorraad in 2020, afhankelijk van het deel dat betrekking heeft op vervanging. Het biedt vanaf 2020 een goede uitgangspositie, maar tot die tijd staat de vooruitgang nagenoeg stil. Ondanks alle ambities verdwijnt een duurzame woningbouw naar de verre toekomst. De belangrijkste belemmeringen in deze benadering zijn gelegen in het denken over een woning als één totaal af-product en in de onderschatting van de levensduur van de bestaande woningen. Bovendien is er een toenemende vraag naar maatwerk door de consument, zowel in de bestaande woningbouw als nieuwbouw.energie index


Het gaat uit van de maakbaarheid van het totaal in plaats van de benutting van de voortdurende veranderingsprocessen op onderdelen van de vraag- en aanbod kant.
Verder is het te betreuren dat de grote spelers als de toeleverende industrie en de consumenten ontbreken bij een dergelijk ‚Äėambitieus‚Äô programma.
Om de discussie niet te laten verzanden in percentages, zal eerst de reductiepotentie ten aanzien van het energiegebruik wat concreter voor de woningen en de onderdelen, respectievelijk componenten ervan bekeken worden. Vervolgens wordt gekeken naar de belemmeringen, die spelen bij te ééndimensionale benaderingen, en die bij andere invalshoeken kansen bieden.

Reductie en de componenten van een woning

De huidige EPC voor de nieuwbouw bedraagt 0,8 en de overeengekomen reducties van 25 procent, 50 procent en tot slot energieneutraal, leveren een EPC op van respectievelijk 0,6 en 0,4 en¬† ten slotte van ‚Äėnul‚Äô. Verhoging van de isolatie van de schil biedt ruimte voor een reductie van 0,25 tot 0,30, de energie-opwekking en ventilatie geven ieder een reductiemogelijkheid in dezelfde orde van grootte. Bij de schil varieert de levensduur van de bouwdelen minimaal tussen de 30 en 60 jaar, bij de installaties ligt dit tussen de 15 en 30 jaar. Dat houdt in dat er tijdens de gebruiksfase van de woning momenten zijn om een structurele reductie van het energiegebruik te realiseren. Het kan zelfs een stap verder gaan. De woningen, of onderdelen ervan, kunnen energieleveranciers worden. In de toekomst kan bijvoorbeeld een dak of gevel vervangen worden om energie te leveren.

De huidige nieuwbouwbenadering gaat nog te veel uit van een volledige scheiding tussen de bouw- en installatiedelen. De cijfers richten zich bij de reductie van het energiegebruik op de nieuwe woning als een geheel. De potentie van een betere integratie wordt niet benut.
In de renovatiepraktijk is juist vanuit de gewenste toegevoegde kwaliteit steeds meer sprake van een uitgebalanceerde integratie op bouwdeelniveau.¬† Een dak is er niet alleen om de woning waterdicht te maken, maar biedt ook mogelijkheden voor extra ruimte (vergroot je woning), ‚Äėmooi‚Äô licht en energieopwekking (zonneboiler, pv-cellen). Hetzelfde geldt voor de gevel, waar bescherming tegen het buitenklimaat gecombineerd kan worden met dat deel van de woninginstallatie (verwarming en ventilatie) die zorgt voor een behaaglijk en comfortabel binnenmilieu voor de aangrenzende ruimten. Deze componenten kunnen veranderen van energiegebruikers in energieleveranciers.
Als de woning meer beschouwd wordt als iets dat is opgebouwd uit componenten, dan kan er gezocht worden naar een gezamenlijke benadering van de bestaande bouw en de nieuwbouw. Uitwisselbaarheid van oplossingen, zowel in de nieuwbouw als de renovatie, heeft tevens meer kansen vanuit het oogpunt van fabrikanten en  leveranciers. De benadering vanuit componenten biedt de mogelijkheid energiebesparing meer in de tijd te beschouwen.  De EPC en de EI worden in dit voorbeeld even gelijk  gesteld, (wat technisch niet helemaal correct is) .

Een woning is nooit af

Tijdens de levensduur van een woning vinden er voortdurend aanpassingen plaats, ook ten aanzien van de energetische kwaliteit. Bijvoorbeeld een woning uit 1970 heeft door allerlei onderhoudsmaatregelen al een reductie van 20 tot 30 procent ondergaan ten aanzien van het oorspronkelijke energiegebruik. Ook op het terrein van comfort en binnenklimaat hebben er allerlei aanpassingen plaatsgevonden. Met andere woorden, een woning uit 1970 is anno 2008 niet meer dezelfde. Er hebben zich allerlei veranderingen voorgedaan. Enkel en alleen een statische benadering van een woning, die in een keer af is, is niet zinvol. De ambitie moet veel meer gericht worden op duurzame aanpassingsmogelijkheden voor de totale voorraad als op een eindoplossing van een fractie (de nieuwbouw). Eigenlijk beginnen we pas over 15 jaar met grote sprongen. Is het niet de bevestiging van ontwikkelingen die ook zonder convenant ons te wachten staan. Het extra is bescheiden.

De woning gaat steeds langer mee

Mensen die zeggen dat de bestaande voorraad geen toekomst heeft, praten nooit over hun eigen woning. Altijd gaat het over de huursector, wat circa 30 procent van de voorraad is en bij alle monitoringen eruit springt door de goede (onderhouds)kwaliteit.
Recent onderzoek onder circa 25 experts naar de verwachtingen over de levensduur van de woning lever-de een periode van 120 jaar op. Dit betekent, dat over 50 jaar nog ruim tweederde van de huidige voorraad er staat. Uiteindelijk is een woning meer dan een stapel stenen. Het biedt mensen geborgenheid en de bewoners hebben er een emotionele relatie mee. Welke beslisser zou niet de beste advocaat nemen als morgen derden zouden zeggen dat zijn woning gesloopt dient te worden.
Alleen al om de levensduur van de bestaande voorraad zullen de ambities voor nieuwbouw en bestaande bouw ge√Įntegreerd dienen te worden. Het aanbod om het energiegebruik te beteugelen, zal op elkaar afgestemd moeten worden.
Maatwerk met een goede kosten-kwaliteitsverhouding is de sleutel voor de bestaande bouw en nieuwbouw.

Toenemende vraag naar maatwerk en de ruimte voor conceptueel bouwen

Duurzaamheid moet een uitnodigende keuze worden voor alle segmenten van de bouw. De markt – en dan vooral de consument – moet met begeleidende wetgeving de belangrijkste speler worden. Hiervoor is het nodig dat het aanbod op een nieuwe leest geschoeid wordt. Niet de intermediairs moeten de boventoon voeren van wat nodig en wenselijk is, maar er moet een directere relatie ontstaan tussen de vraag (consument en beheerder) en het aanbod (toeleverende industrie).
De consument, zowel in de bestaande bouw als nieuwbouw, wil maatwerk. Nieuwbouw van nu moet voorzien in de mogelijkheid tot aanpassing. Dit betekent, dat tijd, kwaliteit en kosten passend moeten zijn. Ook ten aanzien van duurzaamheid moet het een vragersmarkt worden onder het maatschappelijke gesternte van de wetgever.

Conceptueel bouwen gaat uit van maatwerk met behoud van de voordelen van standaardisatie. Een aanbodmarkt, die ruimte biedt voor keuzen aan de vraagkant. Hiervoor moet anders naar woningen gekeken worden: een woning is nooit af, aanpassingen in de tijd moeten mogelijk zijn en het gaat niet om projecten maar (deel)producten.
Het denken in componenten – zowel ten aanzien van de bestaande bouw als de nieuwbouw – biedt ruimte om energieneutraal, nu en in de toekomst bij voortschrijdend energiegebruik door de behoefte aan meer comfort (bijvoorbeeld koeling) in te vullen. Componenten als dak(opbouw) en gevel kunnen van energiegebruikers energieleveranciers worden.
Anders dan in het ‚Äėlenteakkoord‚Äô ontstaat er dan ook een verbetering in de bestaande voorraad. Bovendien kan er nu al gestart worden met verbeteringen in plaats van te wachten tot 2020.

Het denken in componenten biedt meer mogelijkheden:
–¬†De vereiste productontwikkeling vindt plaats in het zoeken naar een samenhang tussen gebouw en installatie;
–¬†De hoogwaardige eisen ten aanzien van uitvoering, die een rol spelen bij energieneutrale of energieproducerende woningen, kunnen door standaardisatie en borging beter gerealiseerd worden;
–¬†De componenten laten toe tijdens het gebruik van de woning vervanging uit te voeren, die comfort, bruikbaarheid en duurzaamheid combineren;
–¬†Het denken in de tijd wordt ermee bevorderd. Voortdurend kunnen er aanpassingen nodig zijn om de woning, zowel vanuit het gebruik als op grond van duurzaamheidseisen, te laten voldoen.
Door deze benadering krijgen veranderingen en voortschrijdende inzichten ruimte.

Zomerkoninkjes

De lente doet iedereen ontwaken uit de winterslaap. In die zin is het lente-akkoord een eerste stap in de richting naar een duurzame woningbouw. Het is jammer dat het de blik te veel verengt tot nieuwbouw. Gezien de lange levensduur van woningen en de korte levensduur van mensen is het zinvol nieuwbouw en bestaande bouw meer als een gezamenlijk vraagstuk te benaderen. Gezien de omvang van de bestaande bouw leidt het anders tot een gedrag van goede bedoelingen, zonder dat dit de ambitie was.
De markt begint ervan doordrongen te worden dat er met concepten gewerkt moet worden. Concepten waarbij vraag en aanbod dichter bij elkaar komen, is onder andere de benadering, waarbij een woning is opgebouwd uit componenten, ofwel samenhangende bouwdelen, die voorzien in gebruiksfuncties, en ruimte bieden voor aanpassingen in de tijd. En dan maakt het niet uit of men het heeft over bestaande bouw of nieuwbouw.
De uitdaging voor de markt ligt erin aanbod te cre√ęren die voldoende ruimte biedt voor maatwerk, die minimaal energieneutraal en in potentie energieleverancier kan worden en die tot slot ontwikkelingen mogelijk maakt, die samenhangen met de voortdurende veranderingsprocessen in het gebruik en de maatschappij. Dan is er sprake van uitdagingen, die het predikaat zomerkoninkjes verdienen.
 
Bronnen

(1)¬†‚ÄėLente-akkoord energiebesparing in de nieuwbouw‚Äô, 22 april 2008
(2)¬†Deelstudie promotieonderzoek Haico van Nunen ‚Äúlevensduur woning is 120 jaar‚ÄĚ.

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Duurzaamheid, Proces, Renovatie en onderhoud| 1 Reactie »

Een reactie op “lenteakkoord”

  1. Reactie door: Dyon Noy 14 mei, 2008 om 19:37

    Lenteconvenant: polderprietpraat?

    Aardig is dat, maar niet meer dan dat: de bouwsector maakt inspanningsafspraken met het Rijk. Het convenant straalt helaas meer het onderhandelingsresultaat uit dan bevlogen gezamenlijke ambitie. Heel veel voornemens. Het convenant riekt naar veel onderzoek en nog meer discussies over meet- en rekenmethoden. Nergens wordt het echt ‘SMART’. Kan dat goedkomen? Een excuustruus? Daarnaast deden de toekomstige bewoners en vastgoedbeheerders even niet mee? Echte focus ontbreekt. Rekenkundig klopt de stelling van de Bouwhulpgroep volledig dat veruit de meeste winst in de bestaande voorraad te halen is. Twee vragen.

    Spannend is wat mij betreft de vraag hoe vastgoedbeheerders en toekomstige gebruikers de toekomstige energiezuinige woningen waarderen. Hoe bereik je dat de markt er zelf om vraagt. Of blijft het vooral een zaak van subsidieren en verplichten.

    Ook spannend is wat mij betreft de vraag wat zeer energiezuinige en duurzame nieuwbouw voor bestaand vastgoed op kan leveren. Leg de koppeling. Creativiteit en bevlogenheid is eerder geboden dan brave goede bedoelingen. Transformeer nieuwbouwtechnologie naar bestaande bouw (analoog aan in de ruimtevaart ontwikkelende techniek)? Beloon duurzame energieopwekking voor nieuwbouw als deze tegelijk voor bestaande bouw ingezet wordt. Koop de extreem onrendabele nieuwbouwinvestering af met maatregelen in de bestaande bouw (analoog aan discussie over CO2 rechten). Etc. Etc.