Bestaande Woning Bouw






Meer dan een kwart eeuw levensloopbestendig renoveren

7 april, 2014 | door Martin Liebregts

Meer aandacht

Het was eind jaren tachtig van de vorige eeuw dat een groot complex met seniorenwoningen (aanleunwoningen) opgeknapt moest worden. Een van de uitgangspunten was dat specifieke voorzieningen nodig waren om de bewoners langer zelfstandig te laten wonen (drempels, deuren, extra liften, serres en aanpassing van de uitrusting van de woning etc.). De grondgedachte was dat het gebouw geschikt gemaakt moest worden om voor bewoners die zorg en diensten te kunnen leveren, die ze in de toekomst nodig zouden hebben. Om dit te kunnen realiseren, waren er nieuwe technieken nodig en nieuwe inzichten om ook individuele financiële ondersteuning te gebruiken voor collectieve voorzieningen.

En nu zijn we dertig jaar verder en is er een grote slag geslagen. Circa 50 procent van de woningvoorraad is te bestempelen als een nultredenwoning. In de afgelopen twintig jaar is het aantal nultredenwoningen zelfs structureel gestegen van zo’n 20 procent naar 50 procent van de woningvoorraad (1). Maar langer zelfstandig wonen is meer dan een nultredenwoning. Ook de zorg, met al haar variaties, moet in de toekomst in de woning steeds meer haar plaats krijgen. Vooral de vele eengezinswoningen, uiteindelijk 70 procent van de woningvoorraad, vormen hierbij een bijzondere opgave en aandachtgebied.

De doorzonwoning: brede en smalle beuk

Vooral de grote hoeveelheid eengezinswoningen in bezit van eigenaar-bewoners – circa 50 procent van de totale woningvoorraad – is een bijzondere opgave om die in de tijd passend te maken, met behoud of versterking van de (ruimtelijke) kwaliteit. De blik is in eerste instantie gericht op de doorzonwoning uit de periode 1950-1975, die nu veelal voor een meer ingrijpende onderhoudsbeurt staat (2) .
De gemiddelde doorzonwoning heeft een beukmaat van circa 6 meter (h.o.h.) en bruto diepte van circa. 7,50 à 8 meter (variërend van 6,50 tot 9 meter). Daarnaast is de doorzonwoning opgebouwd uit twee traveeën:

De smalle travee is het deel van de woning dat bij groot onderhoudsplannen en renovaties het ingrijpends wordt aangepakt, vanwege de aanwezigheid van keuken, douche en toilet, en vaak ook die van installaties, met de vaak bijbehorende asbestproblematiek. De vraag is nu of deze ‘smalle’ travee zo herschikt kan worden, zodat:

Een andere oplossingsstrategie is bijvoorbeeld van de begane grond een soort patiowoning te maken (3) .

Elk woningtype kent haar eigen aanpak

Het meer levensloopbestendig maken van een eengezinswoning is mede afhankelijk van de cascostructuur. Een tuinkamerwoning biedt andere mogelijkheden dan een doorzonwoning, een smalle beuk van 4,40 meter levert andere oplossingen dan een brede beuk van meer dan 6 meter. In de praktijk dienen voor de verschillende cascostructuren passende, projectoverstijgende creatieve oplossingen bedacht te worden. Het bundelen van die oplossingen kan de praktijk in de toekomst versnellen.


Bronnen/verwijzingen

(1) In 1996 werden 1.326.000 woningen aangemerkt als toegankelijke voorraad (21 procent). Anno 2012 is dit circa 50 procent
Zie o.a. Volkshuisvesting in cijfers 99 en WoON 2012
(2) Zie ook ‘Essay, de toekomst van de woningvoorraad’, Martin Liebregts e.a., Boxtel/Eindhoven, 2014
(3) Een wijk, een buurt, een straat maar vooral mensen’, Martin Liebregts e.a., Eindhoven 2011

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Stedenbouw en architectuur, Voorraad, Wonen| Reacties uitgeschakeld voor Meer dan een kwart eeuw levensloopbestendig renoveren

Je kunt niet meer reageren!