Bestaande Woning Bouw






Meer gebruik, minder techniek

6 september, 2010 | door Haico van Nunen

Nieuwbouw krijgt steeds meer technische oplossingen om te voldoen aan strengere energieprestaties, en ook in de bestaande bouw gebruiken we nieuwe technieken om woningen comfortabeler, energiezuiniger of functioneler te maken. Al die oplossingen hebben hun eigen randvoorwaarden. Er is niets aan de hand, zolang die randvoorwaarden geen inbreuk doen op de normale gang van zaken. Doen ze dat wel, of vragen ze zelfs om een verandering, dan kunnen problemen ontstaan, variërend van enig ongenoegen tot absolute ramp.

Aanscherping energieprestaties

Energiebesparing is een belangrijk speerpunt in de bouw. Wil Nederland aan haar doelstelling voor CO2-reductie voldoen (uitstoot met 30% verminderen ten opzichte van 1990 (1)), dan zijn flinke stappen nodig. Voor de nieuwbouw zijn die stappen ook benoemd. De energieprestatie coëfficiënten voor de toekomst zijn uitgezet. De EPC wordt binnenkort aangescherpt van 0,8 naar 0,6 (2011), om in 2015 naar 0,4  te gaan om vervolgens in 2020 energieneutraal te worden (EPC = 0) (2). Bij de invoering van de EPC in 1995 en na de eerste aanscherping ervan kon men nog voldoen aan de eisen (1,0) met een dikker isolatiepakket of kleine aanpassingen in het ontwerp. Met de aanpassing naar 0,8 is dit al veel moeilijker geworden. Met enkel een dik isolatiepakket kan moeilijk aan de gestelde eisen worden voldaan. De oplossing wordt vervolgens gezocht in andere middelen, zoals ventilatie met warmteterugwinning of een zonneboiler. Bij de volgende aanscherping (volgend jaar al!) wordt het nog lastiger om te voldoen aan de norm van 0,6. Naast een goede basis (isolatie) moet ook een goed afgewogen keuze gemaakt worden in de installatieonderdelen. Hierbij kun je onderscheid maken naar verwarming, warmtapwater en ventilatie. Ook koeling wordt hier een aandachtspunt.

Tussen theorie en praktiijk

Gelukkig staat de techniek niet stil. Er zijn veel nieuwe ontwikkelingen die  een bijdrage kunnen leveren aan de energieprestatie van een woning. Denk hierbij aan de ontwikkeling van warmtepompen, vraaggestuurde ventilatie, micro-wkk of zonnepanelen. Alle deze systemen of apparaten zijn zo ontwikkeld dat ze zo optimaal mogelijk werken, met het hoogste rendement. Om dit rendement te halen, vragen de apparaten wel iets van de gebruiker, namelijk dat ze gebruikt worden waarvoor ze ontworpen zijn.

Echter, de situaties waarin de apparaten gebruikt worden (de praktijk) en de ‘ideale’ situatie (de theorie) kunnen ver uit elkaar liggen. Neem als voorbeeld de gebalanceerde ventilatie. Het voordeel van gebalanceerde ventilatie is dat er altijd geventileerd wordt en er dus altijd voldoende verse lucht aanwezig is. Er wordt voldoende lucht afgezogen, maar ook weer voldoende lucht toegevoerd om een balans te krijgen. De warme binnenlucht wordt gebruikt om de koude buitenlucht op te warmen waardoor minder energie verloren gaat. Aangezien zowel toevoer als afvoer geregeld is, zijn roosters overbodig en hoeven ramen niet open.  Bewoners zijn echter gewend om gewoon hun ramen te openen en doen dat dan ook.

Afweging

Als het goed is, vinden de keuze en afwegingen van de totale energetische prestatie al in een vroeg stadium plaats. Wordt er veel geïsoleerd, wat voor een installaties worden toegepast en wat betekent dit voor het ontwerp? Helaas vinden de definitieve keuzes ook nog in een later stadium plaats, als er eigenlijk al niet meer gekozen kan worden. De keuzes worden steeds beperkter en de ontwerper moet uiteindelijk kiezen voor een technische oplossing om aan de eisen te voldoen, waarbij er geen aandacht voor de bewoners is.

Er zou juist op voorhand al gekeken moeten worden naar het te verwachten gebruik in de woning. Als mensen naar verwachting hun ramen toch open zetten, is vraaggestuurde ventilatie wellicht meer geschikt dan gebalanceerde ventilatie. Als mensen toch hun ramen open zetten, heeft het systeem geen vraag en zal het niets verbruiken.

Na oplevering bewoners

Uiteindelijk is de woning klaar en kan er worden gewoond. De woning heeft een EPC die aan de voorschriften voldoet en de bewoner mag daar een bepaald energieverbruik bij verwachten. De bewoners weten ondertussen hoe ze met de installatie moeten omgaan. Daar hebben ze een briefing over gehad, of informatiebrochures. Die geven niet alleen uitleg, maar maken ook duidelijk wat van de bewoners verwacht wordt, hoe ze de installatie moeten gebruiken en wat ze wel en niet mogen doen.  Er wordt bijvoorbeeld uitgelegd dat er verschillende standen zijn en wanneer je deze kunt gebruiken. En dat bij toepassing van vloerverwarming er een lange opwarmtijd is. Echter, dat dit allemaal uitgelegd wordt, wil nog niet zeggen dat het ook zo gebruikt wordt. Ten eerste zijn mensen op het moment van sleuteloverdracht met veel dingen tegelijk bezig. De werking van de installatie heeft dan niet de hoogste prioriteit.  Daar komt bij dat  mensen toch gewoontedieren zijn. Dingen die de bewoner al jaren doet, zoals het slapen met een open raam of het aanzetten van de verwarming, leert hij niet in een keer af omdat de woning daarom vraagt.

Het gevolg is dat mensen de standen op hun ventilatie niet gebruiken. Enkel bij koken of douchen gebruikt men de hoogste stand. Daarentegen zetten mensen wel de ramen open om de nodige ‘frisse’ lucht binnen te krijgen. Bovendien, ga er maar eens aan staan: voorheen moest iedereen van de overheid ventileren, nu moeten in de nieuwe toepassingen de ramen juist gesloten blijven. Zelfs op dit moment nog staat op de ‘ventilatiekaart’ van VROM vermeld dat ramen open moeten (3). Om dit ‘verkeerde’ gebruik tegen te gaan, zijn er zelfs ontwerpen zonder te openen ramen, omdat dit volgens het systeem toch niet nodig is. Hiermee dwing je de bewoner in een bepaald gebruik.

Het vraagt dus nogal wat van bewoners, zij moeten zich aanpassen aan de woningen en de woning niet aan hen. Recent onderzoek (4) laat zien dat het zeker een jaar kost voor bewoners om te wennen aan nieuwe eigenschappen. En dat waren bewoners die ook wilden wennen.

Bestaande bouw: bestaande bewoners

Niet alleen de nieuwbouw moet gaan verbeteren, ook de bestaande bouw moet beter gaan presteren. Daar is het niet de EPC maar een Energie Index, met bijbehorende labeling, die sturend moet gaan werken. Vooralsnog hangt hier geen verplichting mee samen. Maar het streven naar een lagere energierekening is voor velen wel een impuls en uiteindelijk zal het label een rol gaan spelen als kwaliteitsaspect.

Van een nieuwbouwwoning weet de bewoner dat hij nieuw is, en accepteert hij nog net iets eerder een gedwongen gebruik. In de bestaande bouw wonen er al mensen, en die hebben die woning al jaren gebruikt. En dan komt er nu in een keer een  bepaalde techniek in de woning die van de bewoner  verlangt dat hij dingen anders doet. Sommige bewoners accepteren dit zonder slag of stoot. Maar sommigen zullen dat absoluut niet doen.

Denk vanuit het gebruik

Om het energieverbruik te reduceren zijn maatregelen nodig. Een deel van de oplossingen vind je in de techniek. Die techniek is ook noodzakelijk, omdat de prestatie-eisen steeds strenger worden. De beschikbare oplossingen bieden, technisch gezien, de beste resultaten. Maar vaak moeten mensen rekening gaan houden met het apparaat, en daar gaat het mis. Indien men ramen open zet terwijl er balansventilatie aanwezig is, verstoort dat het systeem. Heeft de woning vloerverwarming, dan moet de bewoner er rekening mee houden dat dit traag werkt, bij zonne-energie moet men overdag meer gaan gebruiken terwijl met dag- en nachttarief juist de avonduren weer voordeliger zijn.

Zodra voorafgaand aan de realisatie van een project (nieuwbouw of bestaande bouw) goed over het totaal wordt nagedacht, wordt de kwaliteit sterk verbeterd. er moet niet alleen vooraf een prestatie inzichtelijk worden gemaakt, maar ook de gevolgen voor het gebruik. De woning moet rekening houden met de persoon en niet andersom.

Voorlichting

We ontkomen waarschijnlijk niet aan het opnemen van technieken in onze woningen. Isoleren vormt een basis, maar daarmee worden woningen niet energieneutraal. Met installaties kunnen we efficiënt met energie omgaan, of zelfs de woning actief benutten als energieopwekking (5). Als we dan technieken hebben die we willen gebruiken, maar niet direct aansluiten bij het gebruik, moet wel duidelijk gemaakt worden waarom iets niet mag. Leg uit dat het niet nodig is om de ramen te openen. Maar geef gelijktijdig aan dat je de grotere ventilatiebehoefte ook kunt oplossen met een andere stand op de schakelaar.

Dit zal ook niet allemaal in een keer gaan, dat heeft tijd nodig. Het is vergelijkbaar met de situatie een tiental jaren terug, toen mensen hun cv ketel ’s nachts lager moesten zetten. Dat deed ook niet iedereen, dat was maar lastig. Tegenwoordig hebben we een programmeerbare thermostaat die overal rekening mee kan houden.

De toekomst

In de toekomst wordt de techniek steeds meer bepalend voor het energiegebruik en de reductie ervan. Maar dan moet in de ontwerpfase het gebruik voorop staan en dan pas de techniek. Het kan niet zo zijn dat de bewoner beperkt wordt in zijn mogelijkheden omdat het energiesysteem hierin niet kan voorzien. Bij een nieuwe auto wil je ook niet eerst het hele boekje doorlezen, hij moet het gewoon doen.  Duidelijke communicatie over dat wat in de woning zit (hoe het werkt, maar ook wat het doet) is van belang om mensen duidelijk te maken hoe ze met de woning moeten omgaan. Pas dan heeft de bewoner een woning die bij hem past.

Bronnen:
1. Meer Met Minder.
2. Nieuwe energie voor het klimaat: werkprogramma schoon en zuinig. 2007. 7421
3. Ministerie VROM, Ventilatie kaart
4. Velux
5. Energiestrategie niet passief maar actief neutraal, M.Liebregts, H. van Nunen, en J.Persoon op kennisbank BestaandeWoningBouw

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Doelgroep, Duurzaamheid, Voorraad| 2 Reacties »

2 Reacties op “Meer gebruik, minder techniek”

  1. Reactie door: Frans Horst 6 september, 2010 om 12:38

    Vraaggestuurd ventileren kent vele beperkingen en is een afgeleide van computerberekeningen binnen een fictief energetisch rekensysteem! Daarbij ´moet de bewoner een raam open kunnen ztten´, om wat voor reden dan ook. Integraal denken vereist toch een andere insteek; een mix van bewonersbehoeften en bouwfysische wetmatigheden. Weet ook, dat in een vlak land als Nederland er nagenoeg altijd sprake is van een onder- en bovendrukzijde. De passieve aandrijfenergie ligt voor het oprapen! Weet ook, dat in een land vol met (vervuilende) infrastructuur, de geluidluwe zijde de ventilatietoevoerzijde zou moeten zijn.
    Aldus ontstaan situatie-eigen oplossingen als optimum voor de bewoner die moet kunnen begrijpen wat het gezondst is…..

  2. Reactie door: Kees van wuyckhuyse 7 september, 2010 om 08:06

    Met deze kennis vraag ik mij als architect dan af wat wel de meest ideale manier van ventileren is ? Wat zijn de beperkingen van vraaggestuurd ventileren bijvoorbeeld ? Als ik de sites van de bekende fabrikanten bekijk, die allen vergelijkbare systemen aanbieden, is dit immers op het moment de meest ideale manier van ventileren.