Bestaande Woning Bouw






Meer kansen voor de doorzonwoning

4 maart, 2013 | door Martin Liebregts

Woningtype als ordeningsprincipe (6)

Meer mogelijk dan vergroten

De meeste ideeën ontstaan bij toeval en omstandigheden, die niet vooraf te programmeren zijn. Hoe goed de eraan verdienende coaches het ook willen beweren. Dit geldt ook voor de aanpak van de eengezinswoning, in het bijzonder de doorzonwoning. Dit woningtype overheerst de bouw van grondgebonden woningen in de periode 1945-1975. Een groot deel van het sociaal woningbezit bestaat uit deze woningen (circa vijfentwintig procent) (1). En als het dan om het accomoderend vermogen gaat van deze woningen, dan denken we vaak aan uit-, aan- en opbouw, omdat de perceelsgrootte, de beukmaat en het dak deze aanpassingen gemakkelijk toelaten. Zeker bij de keuze van aanbouwen in combinatie met uitbouwen spelen de overweging voor de realisatie van levensloopbestendige woningen een cruciale rol (ofwel gelijkvloers wonen). Natuurlijk is aan dergelijke woningen op bepaalde schaal behoefte en zullen de hoekwoningen met perceelsgrootte van circa 225m2 hier voldoende ruimte voor bieden. Maar er liggen meer mogelijkheden om de doorzonwoning meer geschikt te maken voor andere doelgroepen.
In een gesprek met een opdrachtgever kwam het thema van de doorzonwoning en de aanpasbaarheid aan bod. Juist het zoeken van een passend antwoord binnen de bestaande massa was de opgave, die op tafel kwam.

De brede en smalle beuk

De gemiddelde doorzon heeft een beukmaat van circa 6m (h.o.h.) en bruto diepte van circa 7,5m à 8m (variërend van circa 6,5m tot 9m). Daarnaast is de doorzonwoning opgebouwd uit twee traveeën:

De smalle travee is het deel van de woning dat bij grootonderhoudsplannen en renovaties het ingrijpends wordt aangepakt vanwege de aanwezigheid van keuken, douche en toilet en vaak ook die van de installaties met de vaak bijbehorende asbest problematiek. De vraag is nu of deze ‘smalle’ travee zo herschikt kan worden, zodat:

 

Nieuwe kansen

Bij de aanpak van de doorzonwoning en het zoeken naar ruimte voor een levensloopbestendige woningen moet het accent liggen op de herontwikkeling van de ‘smalle’ travee. Op het moment zijn er allerlei oplossingen mogelijk afhankelijk van de uitgangssituatie:

Als deze benadering gekozen wordt, wordt de woning maar voor een deel op de schop genomen en blijven de ruimte op de verdieping niet ongebruikt. De gehele woning wordt dan als leefruimte benut.

Bron
1. In de periode 1945-1975 zijn er bijna 1,4 miljoen sociale huurwoningen gebouwd, waarvan er circa vijftig procent bestaan uit grondgebonden eengezinswoningen (en dan vooral doorzonwoningen). Stel dat er vijfentwintig procent van verkocht is of gesloopt, dan blijven er nog 525.000 woningen over ofwel bijna vijfentwintig procent van alle sociale huurwoningen in Nederland (2,4 miljoen).

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Renovatie en onderhoud, Voorraad, Wonen, woningtype als ordeningsprincipe| Reacties uitgeschakeld voor Meer kansen voor de doorzonwoning

Je kunt niet meer reageren!