Bestaande Woning Bouw






Niet woning maar gebied telt bij duurzame energie

19 november, 2010 | door Dyon Noy

Rendabele exploitatie van duurzame energie is¬†een pittige opgave voor woningcorporaties. De exploitatie staat nog in de kinderschoenen en vele lessen (zie ook rapport ‘Naar duurzame energie bij collectieve installaties’) [pdf|720Kb] moeten nog geleerd worden.¬†Alleen gegarandeerde en langdurige afzet van warmte leidt voor woningcorporaties tot rendabele exploitatie van installaties voor duurzame energie. Daarbij overstijgen opbrengsten pas op langere termijn de exploitatielasten. Met als verklaring dat tarieven voor brandstoffen meer dan de inflatie blijven stijgen. Niet ondenkbaar. In de periode van 1996 tot en met 2009 lag de jaarlijkse stijging van energietarieven [pdf|47Kb] ongeveer 6% boven het niveau van de inflatie.

Woningcomplex

De huidige uitvoeringspraktijk toont een fors knelpunt. De meeste collectieve installaties voor duurzame energie van woningcorporaties zijn op statische wijze voor slechts √©√©n woningcomplex geschikt. Ook vormen opwekkingsinstallaties meestal integraal onderdeel van het gebouw. Er is alleen naar het complex en de woningen daarbinnen gekeken. Nadelige gevolgen ontstaan op langere termijn volop. De warmtevraag van aangesloten woningen daalt de komende decennia. Bij reguliere onderhoudsingrepen dringen nu nog onbekende technieken die warmtevraag te zijner tijd terug. Met als gevolg dat het financi√ęle rendement daalt en het breakeven point in de tijd nog verder opschuift.

Verwevenheid

Tegelijk verlaagt die verwevenheid van opwekkingsinstallaties met het gebouw de kans op verhoging van afzet op termijn. Hoe nog andere warmtevragers in het gebied aansluiten? Technisch gezien onhaalbaar zonder extreme ingrepen. En hoe opwekkingsinstallaties een langere levensduur dan het gebouw mee te geven? Door integratie met het gebouw betekent einde exploitatie vastgoed automatisch einde exploitatie voor de  aan het gebouw gekoppelde installaties. Een forse handicap als het gaat om inpassing van duurzame energie in de bestaande bouw. Hier is de restant exploitatieperiode immers vaak beduidend korter dan de termijn die vereist is om rendement met de installaties te maken.

Gebied

Niet woning of complex, maar het gebied is dus beleidsuitgangspunt. De factor tijd speelt hierbij een cruciale rol. Gebiedsgericht werken aan duurzame energie vereist analyse van de energievraag van het eigen woningbezit¬†(a) plus de energievraag van derden (b) in de nabijheid van het eigen woningbezit. Duurzame energie is absoluut gebaat bij schaal. Zet daarom alles op alles om ‚Äďook in de tijd- zoveel mogelijk aansluitingen te realiseren. Zet deze energievraag op gebiedsniveau af tegen het mogelijke eigen aanbod van duurzame energie (c). Denk hierbij voor het eigen bezit aan platte en hellende daken voor PV-panelen, mogelijkheden voor oppervlakte- en bodemwater voor warmtepompen of warmte-koudeopslag, geothermie of opstelplaatsen voor windmolens. Onderzoek het eventuele nog te ontwikkelen aanbod van duurzame energie van derden (d) in de nabijheid van het eigen woningbezit. Bijvoorbeeld stadsverwarming.

Plug and play

En mocht de energievraag bij nieuwe installaties hoe dan ook op termijn teruglopen, dan is tijdig anticiperen een must. Mogelijkheden? Maak tijdelijk gebruik van fossiele brandstoffen voor de warmtevraag die¬†op enig moment¬†wegvalt. Zet overcapaciteit aan duurzame energie te zijner tijd in voor andere afnemers. Of geef de duurzame energie een ‚Äėplug and play‚Äô karakter. Bij het teruglopen van de warmtevraag is deze eenvoudig op een andere locatie inzetbaar.

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Duurzaamheid, Proces, Voorraad| 1 Reactie »

Een reactie op “Niet woning maar gebied telt bij duurzame energie”

  1. Reactie door: Wim van den Bergh 19 november, 2010 om 14:21

    Dyon, Je slaat wat mij betreft de spijker op zijn kop. In de uitrol van de eerste projecten bij WWB vanuit Energiek BV zijn dit juist de elementen die ik van harte onderschrijf. Om duurzame businessmodellen te maken zullen we met name moeten zorgen voor voldoende schaalgrootte in aantallen afnemers en volume, flexibiliteit van de gekozen oplossing en complexoverstijgende -liefst gebiedsgerichte- invulling. Dit alles om maximalisatie van de opbrengst te garanderen en zo de risico’s te beperken.