Bestaande Woning Bouw






OP ZOEK NAAR VERHALEN VAN BEWONERS

21 november, 2011 | door Martin Liebregts

een serie over social design – 3
Auteurs: Martin Liebregts en Roel Simons

De eigenheid van het verhaal

De kwaliteitsaanpassing in de bestaande wijk, buurt of woning vindt altijd plaats met een belangrijke inbreng voor de bewoner(s). In wezen gaat het om de vraag voor de huidige en toekomstige bewoners. Dit geeft aan de beoordeling van de bewoners bij deze aanpassing een essentiële stem. Om aan dit gedeelte in de praktijk invulling te geven moet het startpunt liggen bij hun verhalen over wonen tot nu toe en in de toekomst. De kunst van elk aanpassingsproces is om in eerste instantie deze verhalen boven tafel te krijgen en voor alle betrokkenen leesbaar te maken.

En dan gaat het niet om goede of slechte verhalen en evenmin om behoudende of veranderingsgezinde verhalen. Uiteindelijk laat het palet van al deze beschouwingen een beeld zien van hoe er nu gewoond wordt en wat de verwachtingen zijn. Bij ‘sociale design’ gaat het onder andere om de verschillende verhalen van de huidige bewoners voor het voetlicht te brengen.
Juist die zeer diverse beschouwingen leggen bloot wat de wooncultuur in al zijn concreetheid tot nu toe heeft ingehouden en die dus mede de basis vormt voor de toekomst. In de praktijk bestaat niet één uniform beeld, maar zij omvat verschillende lagen en invalshoeken van waaruit het verteld kan worden.

Dit artikel richt zich op drie thema’s waarop het een en ander over de kwaliteit van het wonen, en met name de erbij behorende fysieke aspecten, verteld kan worden: het beeld of de identiteit, het gebruik of de ruimte en tenslotte het comfort dat geboden wordt (de techniek). Het bijzondere van een verhaal is dat de basis in het verleden ligt en de ervaringen die ermee verbonden zijn. En dan komen we bij het essentiële spanningsveld tussen wat was en wat is en wat de toekomst vereist.
En als je deze vertelsels beschouwt, dan gaat het in eerste instantie niet om het eigendom en de bijbehorende huidige zeggenschap, maar om het gebruik in zijn essentie. Het verleden heeft met zijn emancipatie, de discussie over zeggenschap en de macht van technici, regenten en eigenaren laten zien dat het schijngevechten zijn (1/2). Het zal in de toekomst steeds meer duidelijk worden dat als er geen gebruiker/bewoner meer is, het verhaal over het wonen stopt.

Het beeldverhaal

De omgeving die je omringt, is vaak een vanzelfsprekendheid. De specifieke bijzonderheden spreken niet als autonome grootheden, maar vormen een onderdeel van het totale palet wat je dagelijks voelt. Juist bij het leesbaar maken van de omgeving gaat het om een ontdekkingstocht om al die stukjes in beeld te brengen.
De bewoner kent zijn omgeving en wordt dagelijks geconfronteerd met de dingen die karakteristiek zijn, een positieve herkenning oproepen of die als storend ervaren worden. Een belangrijke stap voor de ontwikkeling van een beeldkwaliteitsplan voor een buurt of wijk is om die zaken in kaart te brengen. Bijvoorbeeld door middel van foto’s van de karakteristieke en storende elementen. Juist hier ligt een belangrijke rol weggelegd voor de bewoners. Tegelijkertijd is het nodig de stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit te duiden en te waarderen. Juist door de verbinding van de (persoonlijke) ervaring van de bewoner en de geduide structuur van een betrokken deskundige, krijgen er uiteenlopende persoonlijke verhalen verbanden, die vertaald kunnen worden naar een beeldkwaliteitsplan, dat aansluit bij het wonen.

Verstoringen Philipsdorp, gefotografeerd door bewoners

Het gebruiksverhaal

Er bestaat geen grotere duurproef als die van de bewoner van een woning. Bij grondgebonden woningen gaat het vaak om gemiddeld zo’n twintig jaar woonervaring. En natuurlijk is er sprake van gewoonte en gewenning als er heel lang vertoeft wordt. Maar als geen ander kennen ze tegelijkertijd de eigenschappen en mogelijkheden van de bestaande woning. Het is de kunst die kennis op systematische wijze boven tafel te krijgen en zo de basis te laten vormen voor de aanpassing. Hiervoor zijn in de afgelopen decennia allerlei methoden en technieken ontwikkeld. Te denken valt aan enquêtes, interviews, foto’s en niet te vergeten de nauwkeurige registratie van de meubilering. Het is vooral deze laatste methode die de praktijk van elke dag zorgvuldig registreert en er bijna een afdruk van vormt. Uiteindelijk is elke meubilering het resultaat van een voortdurend proberen en herschikken.
De ideale vorm, grootte en ligging van ruimten in een woning bestaan niet. Juist ogenschijnlijke tekortkomingen leiden in de praktijk tot diverse individuele aanpassingen, waarbij op passende wijze ruimte gezocht wordt. Daar komt bij dat vaak binnen de hoofdstructuur van een woning de min tegenover de andere plus staat. Een ogenschijnlijk minder bruikbare keuken moet beschouwd worden tegenover overmaat elders en andersom. Natuurlijk bestaan er algemene objectieve kwaliteitskenmerken van een vertrek of woning, maar ze moeten wel beschouwd worden in het licht van het totaal. Juist het nauwkeurig vastleggen van het huidige gebruik en aangebrachte voorzieningen/aanpassingen maken dit complexe samenspel zichtbaar.

Het comfortverhaal als basis voor de techniek

De bewoner heeft de bestaande woning in de loop der tijd weten te gebruiken en de mogelijkheden om het comfort van het wonen te verbeteren als het ware op hun eigen wijze benut door zelf aangebrachte voorzieningen. Ze kennen als het ware de eigenheid van de woning. Bij de kwaliteitsaanpassing is van belang dit gebruikersverhaal te kennen en bij de aanpassing hier rekening mee te houden. Het moet niet zo zijn dat je eerst als bewoner een cursus moet volgen voordat je het vernieuwde huis kunt gebruiken en de installatie, bij wijze van spreken, kunt bedienen.

De aanpassing van het comfort van de woning begint bij het nauwkeurig vastleggen van de bestaande situatie en het gebruik ervan. Als voorbeeld is te benoemen de bestaande ventilatievoorzieningen in de woningen, zoals die dagelijks worden gebruikt en bij dit gebruik wat minder optimaal is. Pas tegen de achtergrond van het bestaande gebruik is het zinnig over de aangepaste kwaliteit te communiceren. Ditzelfde geldt voor bestaande verwarmingsmogelijkheden en het bijbehorende energiegebruik als basis voor de te nemen maatregelen.

Bij energiebesparing en de erbij behorende verbetering van het (thermisch) comfort begint het nooit uitgebreid bij de situatie van de bewoners. Het gaat vaak over algemeenheden, percentages, toekomstscenario’s en het milieu, maar niet zo dat het voor de individuele bewoner als iets herkenbaars voelt. Dus omdat we een toekomst schetsen, zullen we de huidige situatie nauwkeurig in beeld moeten brengen en dat vereist nauwkeurig kijken en registreren.

Spanningsveld tussen verleden en toekomst

Natuurlijk kan het niet zo zijn dat er geen structurele vernieuwingen plaats mogen vinden vanwege de traditie. Alleen moet bij vernieuwing niet de techniek maar de eenvoud in het gebruik de leidraad vormen. Of het nu om ventilatie, verwarming of onderhoud gaat.

Veelal communiceren we bij voorstellen om de kwaliteit aan te passen, over de tekortkomingen van de huidige situatie in plaats van over de extra mogelijkheden, die de aanpassingen in zich hebben.

Zeggenschap zonder keuzemogelijkheid is zinloos

Om een vergelijking met de auto te maken, is het zinvol als de keuzemogelijkheid alleen uit exclusieve, handgemaakte auto’s bestaat, dan geldt de keuze en zeggenschap maar voor een betrekkelijk klein groepje. Dus zeggenschap staat niet op zichzelf, maar is onlosmakelijk verbonden met een betaalbaar aanbod. Of zoals dat in de jaren zeventig van de vorige eeuw werd gesteld: ‘Betaalbare huren is onze leus, wij willen een huis naar onze keus’. (1/2) In die zin is er in essentie niets nieuws onder de zon. Hoe gebruiksvriendelijk iets ook is en hoe groot de keuzemogelijkheid ook zal zijn, als het niet betaalbaar is, is het niet bereikbaar. Dus ‘social design’ is onlosmakelijk verbonden met de verbetering van de kosten-kwaliteitsverhouding van het aanbod. Dan pas kunnen nieuwe verhalen van bewoners betekenis krijgen.

De titel is ‘op zoek naar verhalen van bewoners.’ Gepoogd is hier te laten zien dat dit alleen mogelijk is als de beschouwing over kwaliteit van het wonen begint bij het beeld dat de bewoners hebben. En daar is niets nostalgisch aan. Integendeel het begint bij het respect voor de wooncultuur die in de afgelopen decennia vorm is gegeven. Met andere woorden, je moet er als deskundige naar kijken alsof je thuis een aanpassing zou overwegen. Zo eenvoudig is het. Dus zeggenschap wordt pas echt zinvol als er maatschappelijk een aanbod is om hier een passende invulling aan te geven. Zo niet, dan wordt het teruggebracht tot de keuze uit een zwarte of zwarte Ford. Het begint dus niet met verkopen, maar met luisteren naar de vraagkant van bewoner(s).

Bronnen
1. ‘Zand of smeerolie’, Jan van den Brink en Martin Liebregts, Dordrecht, 1980
2.‘Deskundigheid onder kontrole’, Jan van den Brink en Martin Liebregts, Dordrecht, 1982

De vorige twee artikelen over Social design waren
‘Social design: de worsteling met bewonerszeggenschap’, Martin Liebregts, Kennisbank Bestaande woningbouw, 8 november 2011
‘Overpeinzing: social design, ontwerpen voor wonen’, Martin Liebregts, Kennisbank Bestaandewoningbouw, 27 oktober 2011

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Doelgroep, Social Design, Stedenbouw en architectuur, Wonen| Reacties uitgeschakeld voor OP ZOEK NAAR VERHALEN VAN BEWONERS

Je kunt niet meer reageren!