Bestaande Woning Bouw






Overpeinzing: variatie in de gevel als nieuwe beeldtaal

6 februari, 2014 | door Martin Liebregts

Sinds de opkomst van de grootschalige woningbouw, versterkt door de dominantie van het moderne bouwen, is uniformiteit in de rijtjes en blokken het overheersende beeld. Nu individualiteit en keuzevrijheid mede de nieuwe vragen zijn, is er geleidelijk een zoektocht ontstaan naar de variatie van mogelijkheden in het beeld. In eerste instantie is het antwoord een eenmalig ontworpen variatie.
In de toekomst, waarbij de kwaliteitsaanpassing niet van boven georganiseerd wordt, maar ontstaat vanuit de verschillende vragen op woningniveau, vereist dit een nieuwe interpretatie of opvatting over het ‚Äėsamenhangende‚Äô (straat)beeld.


‚ÄÉ
Diversiteit en kaders

De uniformiteit van het gevelbeeld van gestapelde woningbouw behoort op korte termijn ook tot het verleden. De gedwongen eenvormigheid zal plaats gaan maken voor een meer individuele invulling, zowel qua beeld als comfort. Dit laatste beeld is vaak al de praktijk in gebouwen die meerdere eigenaren kennen en beheerd worden door een VvE (Vereniging van Eigenaren). Aan de binnenzijde van de gevel worden allerlei geriefverhogende kwaliteitsaanpassingen genomen zoals isolatie, extra ventilatievoorzieningen etc. En soms wijzigt een balkon in een serre. Maar ook de vanzelfsprekendheid dat alle gevels hetzelfde moeten zijn, verdwijnt geleidelijk van de agenda. Zo wil de ene bewoner bijvoorbeeld glas tot de vloer, de andere bewoner hecht meer waarde aan een bloemkozijn. Tegelijkertijd met de opkomst van de diversiteit in de gevel zal gezocht worden naar de kaders waarbinnen deze diversiteit plaats kan vinden in de zich veranderende gevel.

Nieuwe plasticiteit

De meeste gevels van woongebouwen zijn vlak. Voor zover er van enige plasticiteit sprake is, moet hiervoor vaak het balkon zorgdragen. De variatie bestaat dan veelal uit inpandige, halfinpandige of uitpandige balkons. In de laatste situatie zijn ze vaak voorzien van grof gedimensioneerde consoles. Erkers of half uitgebouwde kamers ontbreken volledig. Zelfs het verschil in geleding tussen de voet, de romp en de be√ęindiging is vaak marginaal. Met dit gegeven en de wens om meer individuele expressie in de gevel begint de zoektocht naar de nieuwe plasticiteit.

De texturen van morgen

De verandering in de textuur van de gevel is en blijft bescheiden als we naar de woningbouw van de afgelopen vijftig à zestig jaar kijken. Steen, beton, stucwerk en plaatmateriaal Рkeramisch of natuur Рdomineren het beeld. Nieuwe ophangings- en verlijmingstechnieken laten nieuwe materialen gemakkelijk toe in de nabije toekomst. Dit houdt in dat er ook steeds nieuwe texturen toegepast gaan worden, en wel zo, dat aanpassingen in de tijd tot de mogelijkheden gaan behoren. De keuze voor de toe te passen textuur zal ook aan de tijdgeest onderhevig zijn. Soms is dit jammer of niet altijd vanuit het beeld gewenst, want mooie stenen overleven vaak de waan van de dag. Als het geheel samenhang blijft vertonen, is het toch slechts een smaakoordeel.

De mens van morgen is er vandaag

Terwijl de levensduur van een woning – grondgebonden – meer dan honderdtwintig jaar is, en de aanpassing van een woning een cyclus kent van dertig jaar, is het huidige beeld toch ook de dominante verschijningsvorm voor de mens van morgen. De aanpassingen vinden geleidelijk plaatst. Wat geldt voor de gebouwde omgeving is ook van toepassing voor de mens, ze kennen beiden een lange levensduur. De levensverwachting bij geboorte nu bedraagt al bijna negentig jaar. Dus tijdens het lange leven van de mens is de bestaande, gebouwde omgeving, met kleine aanpassingen in de tijd, het blijvende bekende. En door de hoge leeftijd die we tegenwoordig bereiken, is de mens van morgen er ook vandaag al.

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Kwaliteiten, Stedenbouw en architectuur, Voorraad| 2 Reacties »

2 Reacties op “Overpeinzing: variatie in de gevel als nieuwe beeldtaal”

  1. Reactie door: Frank Zuylen 7 februari, 2014 om 23:46

    Wat een gruwel: in een appartementengebouw wonen waarbij de (wan-)smaak van je buren ook aan de buitenkant zichtbaar is.
    Ik kan me enige “personalisering” van het eigen deel van de gevel nog wel voorstellen, maar de vrijheid die hier wordt gesuggereerd kan alleen maar leiden tot een verlies aan architectonische kwaliteit van het gebouw als geheel. Het is wat anders als in de oorspronkelijke opzet van het gebouw al rekening is gehouden met enige individualisering, zoals Lucien Kroll dat deed in zijn studentenflats.
    Maar dit voorstel tot een totale architectonische anarchie zet alles op zijn kop.

  2. Reactie door: ing Wim van der Does 10 februari, 2014 om 23:20

    Met een verantwoord gevel-keuzepakket, ontworpen door een architect, is beheerste variatie acceptabel. Iedereen weet van te voren wat men kan verwachten. Technisch gezien kunnen de aansluitingen die kunnen voorkomen tevoren uitgedetailleerd worden. Eventueel kunnen enkele varianten later toegevoegd worden (bijvoorbeeld serre, bloemenraam, erker etc.).