Bestaande Woning Bouw






OVERPEINZING: VOOROORLOGSE TUINDORPEN ALS THEMAWONEN AVANT LA LETTRE

5 oktober, 2011 | door Martin Liebregts

Nog steeds overheerst bij de beschouwing van de kwaliteit het eendimensionale denken. Of het nu over onderhoud gaat, de aandacht verlegd wordt naar energiebesparing of dat algemeen nieuwbouwkwaliteit als eis op tafel wordt gelegd. De revival van de vooroorlogse buurten en wijken laat ons toch overduidelijk zien dat het nooit om één aspect gaat, maar kwaliteit uit een samenspel van factoren bestaat. En dan gaat het niet om optelsommetjes of het afvinken van een kwaliteitslijstje. Het gaat dus om iets meer: een samenhangende kwaliteit, die er voor zorgt dat iemand ergens graag woont. Om bij de vooroorlogse wijken wat gevoel te krijgen, zullen er enkele karakteristieken bekeken worden, zoals de stedenbouw en de straat, de architectonische opbouw en de percelen. Het vormt geen alomvattend betoog, maar probeert iets te laten zien van de vooroorlogse tuindorpen als ‘themawonen avant la lettre’.

Stedenbouw tussen groen en beslotenheid

Bij stedenbouw domineren twee kwaliteiten in de vooroorlogse tuindorpen: de aanwezigheid van groen en de besloten straten. Het groene karakter is een overheersende kwaliteit van deze woonmilieus. De straten worden gedomineerd door bomen, en gemeenschappelijke buitenruimten en pleinen versterken het groene karakter en soms ondersteunen de voortuinen, die duidelijk afgebakend werden – al of niet in combinatie met muurtjes of hagen – deze landelijke sfeer.

Daarnaast kende de stedenbouw het karakter van een ruimtelijke beslotenheid. Een straat wordt als een autonome ruimte vormgegeven, al of niet begrensd door T-kruisingen, gebogen straatwanden o.i.d. Het is juist dit karakter dat vaak bij de herinterpretatie vergeten wordt.

Het blok of de straatwand als architectonische eenheid

Bij de architectonische vormgeving worden veel stijlen en beelden toegepast om de stedelijke ruimte van een tuindorp te begrenzen. Dit geldt voor alle tuindorpen en veelal ook voor andere vooroorlogse wijken. De uniformiteit in beeldtaal, die zich in de naoorlogse periode manifesteerde en tot bijna op de dag van vandaag voortduurt, was hier niet altijd van toepassing. Het uniforme rijtje moest bij wijze van spreken nog als Hollands ontwerp uitgevonden worden.

Kenmerkend voor de architectuur uit die periode is dat de afzonderlijke woning niet bestaat. De woning was veelal bescheiden van afmeting. Juist het samenstel van woningen tot een blok van 2, 4 of 8 woningen, of tot een wand, vormde de architectonische drager. De grootheid lag en ligt niet in de afzonderlijke woning, maar in zijn geheel van een wand, blok of buurt. Allerlei architectonische middelen werden ingezet om de totaliteit te versterken: een totale kap, accenten op hoeken of ter plaatse van het midden, een plint of zich herhalend afwijkende textuur (stucwerk of rollagen). De woning behoorde tot een ordening op hoger niveau, en had als geheel op blokniveau de uitstraling van dure stadswoningen.

Er wordt getracht juist dit beeld in de huidige retrowijken terug te brengen, zonder de fijne details. De romantiek die juist in de verfijning ligt, wordt tegenwoordig weggelaten. Dus retro geeft niet het wezen aan van het origineel. Het is meer een ‘look-alike’.

De perceelgrootte

De afgelopen eeuw is de gemiddelde perceelgrootte van de grondgebonden woningen, gerealiseerd in de sociale woningbouw, redelijk constant: ca. 155 m2. Of het nu om woningen uit de diverse vooroorlogse of naoorlogse perioden gaat. Altijd is er sprake geweest van een grote spreiding op complexniveau (tussen 115 m2 en 250 m2). En waarom lijken de percelen uit de vooroorlogse periode groter dan die van de naoorlogse periode? Hiervoor zijn twee aspecten te benoemen, die het beeld beïnvloeden:

In wezen is sprake van een verborgen traditie, die te betitelen is als de ‘constante perceelgrootte’. Dus de grootte van de percelen is niet het onderscheidende karakter. En toch is de intimiteit van het achterterrein een van de verborgen kwaliteiten. Misschien zijn het wel de geleding, de diversiteit in vorm en de groene erfafscheidingen, die het aantrekkelijk maken. Ofwel gelijk maar toch verschillend.

Themawonen, terug in de toekomst

De afgelopen jaren is themawonen weer een nieuwe leidraad in de stedenbouw. En daar horen ook allerlei retrowijken bij. Daar is niets mis mee als dit niet te oppervlakkig gebeurt of meer wordt uitgevoerd in de zin van ‘lijkend op’. Zeker als we het hebben over de beeldtaal van de vooroorlogse wijken waar soms het gedachtegoed van ‘Arts en Crafts’ een terugkerend verhaal vormt en oog voor detail domineert.

Alleen al om deze reden moeten we zuinig zijn op wat ons het verleden te bieden heeft. Kopiëren is en blijft moeilijk.

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Kwaliteiten, Stedenbouw en architectuur, Wonen| Reacties uitgeschakeld voor OVERPEINZING: VOOROORLOGSE TUINDORPEN ALS THEMAWONEN AVANT LA LETTRE

Je kunt niet meer reageren!