Bestaande Woning Bouw






SOCIAL DESIGN, DE WORSTELING MET BEWONERSZEGGENSCHAP

8 november, 2011 | door Martin Liebregts

een serie over social design – 2

Terugblik

De gehele naoorlogse periode zijn we in Nederland bezig geweest om op een of andere manier een organisatorisch geluid te geven aan de bewoner en het bijbehorende gebruik. De Adviescommissie Wonen, beter bekend als VAC’s, bestaat ruim zestig jaar en al die tijd houden ze zich bezig met het verbeteren van de kwaliteit van nieuwe woningen. Begin jaren zeventig barstten nieuwe initiatieven los. Rond de jaren 1973/1974: de Nederlands Verbond van Huurders, de Wetenschapswinkel BAB, Landelijk Ombudsteam Stadsvernieuwing, LOBH, Vereniging Eigen Huis. Allemaal organisaties, die opkwamen voor de belangen van de bewoner ofwel hieraan ondersteuning gaven. In die tijd waren er ruim vier miljoen woningen en nu, veertig jaar later, ruim zeven miljoen. En nog steeds worstelen we met bewonerszeggenschap in 2011.

In 1990 – na de hausse van de stadsvernieuwing – heeft de eerste herschikking plaatsgevonden en zijn de huurdersgelieerde organisaties verenigd in de Woonbond. Echt nieuwe geluiden en initiatieven zijn er sindsdien nauwelijks te horen, of het moet de aandacht sinds 2001 zijn voor (collectief) particulier opdrachtgeverschap.
De tijden van verheffing, emancipatie en meer consumentgerichte benadering hebben zich afgewisseld in de tijd. De vraag die zich dan voordoet: waar gaat het nu naartoe? Vooral nu de crisis de bouw bijna stil heeft gelegd, de bewoner zich steeds meer bewust is van zijn rechten en waardeontwikkeling alleen gerealiseerd wordt als de gebruiker dit ook zo beoordeelt.

Leren van het verleden

Zoals in het eerste artikel: ‘Overpeinzing: Social Design, ontwerpen voor wonen’, de geschiedenis in hoofdlijnen werd getypeerd en de nadruk lag op de continuïteit van het wonen, richt zich hier het terugkijken op de aard van de zeggenschap en de zoektocht naar invulling in het verleden en de toekomst.
Het spanningsveld heeft zowel in het verleden als in het heden altijd gelegen tussen individuele keuzemogelijkheid en gemeenschappelijke kwaliteit, ofwel belang. Juist dat laatste is sturend geweest in de benadering van de renovatie van de afgelopen ruim veertig jaar. De regel van 70 procent deelname als dwingend middel voor de rest komt hieruit voort. Maar het is een rem op de technologische ontwikkeling, die meer zoekt naar maatwerk. In die zin leert het ons dat het noodzakelijk is op zoek te gaan naar nieuwe opgaven (paradigma’s).

In de nabije toekomst is het dus zinvol de mogelijkheden te vergroten om de kwaliteitsaanpassing meer op woningniveau uit te voeren, zeker bij grondgebonden huurwoningen. Op dat moment ontstaat er de ideale combinatie tussen de individuele keuze en de technische noodzakelijkheid. Uiteindelijk kent de techniek geen harde, absolute tijdsgrenzen voor de uitvoering van (vervangings-)onderhoud. De praktijk van de eigenaar-bewoner illustreert de grote spreiding elke dag. De kwaliteitsaanpassing wordt dan niet meer gedicteerd door de technische kijk op de uitvoering, maar door de wens van de individuele bewoner en zijn keuze(n).

Hink-stap-sprong

Bij de ontwikkeling van de nieuwe praktijken heb je te maken met verschillende versnellingen. Dan gaat het dus niet om de metafoor van de Echternachse processie: twee stappen voorwaarts, een achterwaarts. Maar vooral om de verschillende versnellingen in de tijd, die zoals het lijkt elke dertig jaar aan bod zijn (1945, 1975 en nu) en te typeren met hink-stap-sprong.
Als je terugkijkt naar het ontstaan van de diverse belangenorganisaties in onze maatschappij, dan kun je niet spreken van een hoog tempo. De ontwikkelingen krijgen eerder schoksgewijs hun eigen versnelling. Juist door een samenloop van omstandigheden vindt dit plaats.(1) Ook in het verleden is er sprake van golven met een versnelling of sprong. Op dit moment lijkt het of allerlei dingen samenkomen, waardoor de zeggenschap van bewoners in een stroomversnelling kan komen en individueel maatwerk tot de mogelijkheden gaat behoren. Te noemen zijn: ICT, de verregaande communicatie, de sterke individualisering en technologische mogelijkheden. Op dat moment wordt Social Design steeds meer luisteren naar de klant (3).

Een nieuwe horizon met verhalen

Wonen blijft altijd het spanningsveld tussen het individu, de woning en de woonomgeving. Wonen doe je niet alleen, maar samen op woning-, straat- en buurtniveau.
Iedereen is op zoek naar een verhaal over zijn woonomgeving, zijn verleden en zijn woonplek. Hoe lang je er zelf woont, des temeer eigen verhalen ontstaan er. Bij de aanpak van een bestaande straat, bouwblok of buurt is het van belang de verhalen te ontdekken die er liggen. Het kan beginnen met de oorspronkelijke bewoners en de betekenis van het oorspronkelijke ontwerp. Beide aspecten laten de context zien van waaruit het ontstaan is. Ook voor de huidige bewoners biedt een dergelijke benadering extra ruimte. Je kunt beginnen met het verder te vertellen. Niet voor niets bezoek je tijdens je vakantie plekken en plaatsen met een verhaal.
En nu terug naar Social Design binnen de context van de aanpassing van de bestaande woningen en woonomgeving. Deels begint die met een reis naar het verleden en vervolgens gaat het om de betekenis van het huidige gebruik te zien en te begrijpen. Dan pas is er perspectief om de toekomst te verbeelden, die een relatie heeft met zijn eigen verhaal. In die zin is Social Design een zoektocht naar verhalen die hout snijden.


Bronnen
1. De ontwikkeling van gebruiksgroepen, resp. specifieke belangenbehartigers in de afgelopen eeuw.
De eerste golf is die van de vakbeweging en woningcorporaties. Deels ontstaan eind negentiende eeuw, maar heeft vooral betekenis gekregen in de eerste helft van de vorige eeuw, en zij zijn nog steeds belangrijke maatschappelijke spelers.
De tweede golf. Het ontstaan van specifieke consumentenorganisaties, ofwel belangenbehartigers zoals:
– ANWB, weliswaar opgericht in 1883, maar pas in de naoorlogse periode een grote speler geworden (2011: 4 miljoen leden)
– Consumentenbond, opgericht in 1953 en doorgebroken in de jaren zestig van de vorige eeuw (2011: ca. 550.000 leden)
– Natuurmonumenten, opgericht in 1904 en groot geworden in de naoorlogse periode (2011: ca. 900.000 leden).
De derde golf. Tussen activist en belangenbehartiger. Vooral begin jaren zeventig zijn er in de vorige eeuw uiteenlopende organisaties ontstaan, gericht op een specifiek onderwerp, ter behartiging van belangen van:
– Huurders (1973/1974, uiteindelijk in 1990 de Woonbond) (2011: 1,4 miljoen leden)
– Vereniging Eigen Huis (1974) (2011: ca. 700.000 leden)
– Diverse natuurorganisaties: Milieudefensie, Natuur&Milieu, Greenpeace
2. Renovatie: ‘Meer montage, minder overlast als illustratie’ Martin Liebregts, kennisbank bestaandewoningbouw.nl, 13 april 2010
3. Diverse artikelen:
Luisteren naar bewoners Martin Liebregts, kennisbank bestaandewoningbouw.nl, 4 februari 2011
Denken vanuit de gebruiker begint met luisteren Martin Liebregts, kennisbank bestaandewoningbouw.nl, 14 december 2010
Van bewonersinspraak naar klanttevredenheid Martin Liebregts, kennisbank bestaandewoningbouw.nl, 16 januari 2010

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Doelgroep, Social Design, Stedenbouw en architectuur, Wonen| Reacties uitgeschakeld voor SOCIAL DESIGN, DE WORSTELING MET BEWONERSZEGGENSCHAP

Je kunt niet meer reageren!