Bestaande Woning Bouw






Taal van de volkshuisvesting

3 mei, 2016 | door Haico van Nunen

Binnen de volkshuisvestingsopgave (1) worden afspraken gemaakt. Afspraken over aantallen woningen, kwalitatieve verbeteringen of thematische ambities op het vlak van bijvoorbeeld leefbaarheid of duurzaamheid.
Het maken van afspraken vraagt van alle betrokken partijen om zich in te kunnen leven in de situatie van anderen en te begrijpen wat voor de ander belangrijk is. Nu lijkt het vaak of partijen, waaronder bijvoorbeeld overheid, corporaties, aanbieders en bewoners, een andere taal spreken. Dat komt de communicatie niet ten goede. We hebben het over hetzelfde begrip, maar iedere partij geeft er zijn eigen invulling en betekenis aan. Het zal dan ook niet voor niets zijn dat de ‘Babylonische spraakverwarring’ (2) te maken heeft met het realiseren van een gebouw. Omdat het volk na de zondvloed niet verder wilde reizen kregen ze verschillende talen, zodat hun gezamenlijke doel, het bouwen van een toren, nooit bereikt werd. In navolging van dit Bijbelverhaal kun je stellen dat je om je uiteindelijke doel te bereiken een zelfde taal moet spreken. Zolang dat niet het geval is kan er ook niet met elkaar over de inhoud gesproken worden.

Energiebesparing
Op alle vlakken wordt gekeken naar energiebesparing, je kunt er niet omheen. Maar toch komen er verschillende betekenissen voor en zijn er meerdere aanleidingen om energiebesparing na te streven. Bij energiebesparing op overheidsniveau voert CO2 de boventoon. De energiebesparingen programma’s worden (via Megajoules of PetaJoules) uitgedrukt in CO2, omdat de Nederlandse overheid hier afspraken over heeft gemaakt met de rest van de wereld. Maar als een woningcorporatie het heeft over energiebesparing dan gaat het veelal over energielabels en labelstappen. Dat is namelijk de taal waarmee de corporatie met de (lokale) overheid afspraken heeft gemaakt. Op die manier worden labels en energiebesparing aan elkaar gekoppeld. Vraag je het een bewoner dan betekent energiebesparing vooral, hoeveel minder ga ik verbruiken? En dan gaat het niet zozeer om het aantal kubieke meter gas of kilowattuur maar vooral over welke kostenverlaging er tegenover staat, wat zijn de woonlasten voor een ingreep, en hoe ziet dat plaatje er na een ingreep uit? Zo zie je dat een woord al drie betekenissen kan hebben. Een begrip, drie talen.

Betaalbaarheid
We praten over woonlasten bij energiebesparing maar het gesprek over woonlasten is veel breder dan energie. Maar ook hier heeft iedere partij heeft zijn eigen invalshoek. Vanuit de overheid wordt betaalbaarheid over het hele land bezien. Koopwoningen in relatie tot huurwoningen en wat is daarbij een eerlijke prijs. Voor de huursector is dat de woningwaarderingstelsel en een daaraan gekoppelde maximale prijs. Maar dit systeem van betaalbaar wonen moet zowel voor particuliere verhuur als sociale verhuur werken. En met welk inkomen kom je nu wel in aanmerking voor huurtoeslag en waarmee niet meer? Landelijk worden deze volkshuisvestelijke kaders voor betaalbaarheid bepaald.
Het is vervolgens aan de corporaties om binnen deze kaders hun huurbeleid vast te stellen en daarmee te voorzien in betaalbare huisvesting. Dan is de maximale huurprijs niet meer belangrijk, maar komen termen als liberalisatiegrens en aftoppingsgrens naar voren. Dit zijn voor de corporatie middelen om de huurprijs zo in te richten dat ze maximale inkomsten hebben tegen zo laag mogelijke huren voor de huurder.
De huurder is degene die betaalbarheid direct in zijn portemonnee merkt. Betaalbaarheid is dan een optelsommetje wat hij per maand kwijt is. De huur, de energierekening en hopelijk huurtoeslag bepalen voor hem/haar wat er per maand uit gaat. En hopelijk is dat in balans met wat er binnenkomt.

Een taal
We merken dat er niet altijd de goede gesprekken worden gevoerd als het gaat om afspraken op volkshuisvestingsgebied. Natuurlijk begrijpen we elkaar gedeeltelijk en worden er ook nu al afspraken gemaakt. Maar we begrijpen elkaar zoals Fransen en Duitsers elkaar ook begrijpen, ze verstaan enkele woorden, maar de nuance ontbreekt. Dat maakt het lastig om tot afspraken te komen, en daardoor botst het soms. In plaats van te botsen zijn we juist op zoek naar de versnelling op thema’s. Als we in ieder geval zorgen dat we dezelfde taal spreken kan het gesprek over de inhoud gaan en niet over de verschillen die er zijn. Je kunt je alleen nog afvragen of we zoals in Europa allemaal Engels moeten leren, of dat er behoefte is aan een nieuwe taal voor de volkshuisvesting. Het ligt voor de hand om iets te kiezen wat al veel wordt gebruikt in plaats van iets nieuws toe te voegen, en Engels is een taal die veel wordt gesproken. In de volkshuisvesting kon de ‘taal van de bewoners’ wel eens het Engels zijn. Iedereen woont en is daarmee een bewoner en zou zich een voorstelling kunnen maken van die taal. Bovendien benaderen we oplossingen op een menselijke schaal. En dat maakt het afspreken tastbaar.


Bronnen:

(1) Volkshuisvesting is het verschaffen van voldoende en doelmatige woningen aan het volk. Alternatief: ‘wijze waarop het volk gehuisvest is’ Woordenboek, Van Dale, vijftiende herzien editie
(2) ‘Toren van Babel ‘ Genisis, hoofdstuk 11.
(3) Tijdens ‘Renovatie & Transformatie 2016’ is op de dag van de bewoner een discussie voor de Woonbond gehouden waarin ‘De taal van de volkshuisvesting’ centraal stond.

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Bewoners aan de knoppen, Renovatie en onderhoud, Wonen| Reacties uitgeschakeld voor Taal van de volkshuisvesting

Je kunt niet meer reageren!