Bestaande Woning Bouw






Tuindorp, kolonie of cité

28 augustus, 2012 | door Martin Liebregts

Terugblik

In het Nederlandstalige gebied bestaan uiteenlopende woorden voor de tuinwijken uit de eerste helft van de vorige eeuw: tuindorp, fabrieksdorp, kolonie, cité. Het laatste woord stamt uit België en wordt gebruikt om een woonwijk in de buurt van een mijnzetel aan te duiden. Het uit het Frans stammende woord betekent eigenlijk nederzetting. In Nederlands Limburg wordt hiervoor het woord kolonie gebruikt, dat uit het Duits stamt en hetzelfde betekent. In België gebruikt men voor de taal, die gesproken wordt in de tuindorpen en gebaseerd is op de mengelmoes van mensen en culturen, ook het woord ‘cités’.

Deze nederzettingen, die al vanaf 1900 ontstonden in de nieuwe industriële centra, werden bevolkt door mensen uit alle windstreken. Het begon met de provincies waar geen werk was (zoals Drenthe) en verplaatste zich naar opeenvolgende landen (Polen, Italië, Spanje, Turkije, Marokko). Al honderd jaar proberen in deze buurten mensen met uiteenlopende culturele achtergronden een thuis te vinden.
Na zestig à zeventig jaar hebben dergelijke centra deels hun betekenis verloren. Mijnen zijn in Noordwest-Europa in de periode 1965-1985 massaal gesloten en de productie van de fabrieken is verplaatst naar zogenaamd lagelonenlanden. Wat nu resteert, zijn de nederzettingen uit de periode 1910-1950.

Nieuwe positie

Voorheen was het een fabriek of mijn, die sturing gaf aan inrichting, beheer en aanpassing van deze wijken. Elke buurt kende zijn eigen hiërarchie met beambtenwoningen en arbeiderswoningen en soms ook directiewoningen. Veelal bestond ook ten aanzien van voorzieningen een eigen regie (ook die van de nutsvoorzieningen). Nu de basis is weggevallen en de mijnen en fabrieken gesloten zijn, ontstaat een nieuwe situatie, die per land anders ingevuld wordt. Bijvoorbeeld in België, waar leegstand en verkrotting dreigde, zijn de cités ontwikkeld tot geliefde woonbuurten voor nieuwe groepen. Een dergelijke ontwikkeling wordt in Nederland door de dominante positie van de woningcorporaties enigszins belemmerd. Hier moet de regie nog te veel van boven komen.

Een andere kijk

Het voorbeeld van de Vlaamse cités laat zien dat de transformatie niet alleen van bovenaf gestuurd behoeft te worden. Het verleden met zijn eigenheid heeft waarde voor uiteenlopende doelgroepen, en daar moeten we ruimte voor scheppen. Cultuurhistorische waarde is niet iets dat van bovenaf opgelegd wordt. Het begint vaak als een tegenbeweging, die tracht bestaande beslissers tot andere gedachten te brengen. Het risico is levensgroot dat, voordat deze ontwikkeling voldoende body heeft, het geheel gesloopt is en vervangen door iets nieuws zonder geschiedenis.
In die zin was het bezoek aan Waterschei/Genk in België een verademing. Het oude hoofdgebouw van de mijn werd gebruikt als tentoonstellingsruimte voor MANIFESTA 9. De bijgebouwen stonden er nog als 90 procent ruïnes. Hierdoor krijgt de ruimte de tijd om een antwoord te geven op het definitief behoud, met de bijbehorende invulling. In Nederland neigen we ertoe om zo snel mogelijk een nieuw appartementsgebouw neer te zetten. Zelfs de geschiedenis krijgt soms geen rust.

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Doelgroep, Renovatie en onderhoud, Stedenbouw en architectuur| 1 Reactie »

Een reactie op “Tuindorp, kolonie of cité”

  1. Reactie door: Eef Sprengers 29 augustus, 2012 om 07:21

    Ik ken Genk, ze hebben op een voorbeeldige manier meerdere mijncomplexen aangepast. Zo hebben ze ook een centrale met aanverwante functies omgebouwd tot cultureel centrum. Dit versterkt naar mijn gevoel de mensen in het gebied, doordat hun “oorsprong” nog zichtbaar is. In de Oostelijke mijnstreek hebben ze met het programma van zwart naar groen nagenoeg het gehele mijnverleden geelimineerd. Bij de Belgen wordt dit vaak meer vanuit de historie bekeken. Een voorbeeld voor Nederland.