Bestaande Woning Bouw






Van moeten naar kunnen

2 april, 2012 | door Martin Liebregts

Auteurs: Martin Liebregts en Yuri van Bergen

De vorige eeuw kenmerkt zich door een opdrachtenstructuur waarbij het dictaat overheerste. Het bestek gaf aan wat je moest maken en elke ruimte die er gezocht werd om de eigen mogelijkheden te benutten, werd ontzegd. Een complex moest verbeterd worden omdat de administratie dat vond. De medewerkers in de organisatie kregen een duidelijke opdracht of taak waarop afgerekend werd en eigen initiatief hield een risico in. In de eenentwintigste eeuw wordt deze commandostructuur steeds meer losgelaten, mede onder invloed van allerlei communicatietechnieken. Mensen doen steeds meer dingen op de momenten dat ze het willen en kunnen. Ook voor de toekomstige kwaliteitsaanpassingen van de bestaande woningbouw en de bijbehorende samenwerkingen tussen alle betrokken partijen.

Het begint natuurlijk bij de bewoner, die steeds vaker eist dat de kwaliteitsaanpassing plaatsvindt op het moment dat het hen past en er behoefte aan is. Dus de complexgewijze aanpak, die de afgelopen veertig jaar centraal heeft gestaan, gaat plaats maken voor maatwerk op woningniveau. Er komt aanbod dat op deze vraag gaat aansluiten.


Minder basis, meer opties

Bij de keuze voor de te realiseren kwaliteitsaanpassing ontstaat steeds meer behoefte om niet de ‘enge’ techniek te laten dicteren, maar de wensen van de huidige en toekomstige gebruikers als leidraad te nemen. Keramische pannen moeten niet zomaar na vijftig jaar vervangen worden, hetzelfde geldt voor kozijnen. Wel is de leidraad de toekomstige exploitatieperiode van twintig, dertig of veertig jaar. Maar tegelijkertijd moet het gebruik tot optimalisatie leiden. Dus samenvattend: minder basis, meer ruimte voor opties. Juist als van de marktpartijen verwacht wordt een innovatieve bijdrage te leveren, zal hier de optimalisatie op geleidt moeten zijn.

Minder oplossing, meer opgaven

Voor elke organisatie of elk samenwerkingsverband geldt tegenwoordig dat niet de oplossing die vooraf bedacht is sturend moet zijn, maar de gewenste prestatie of opgave. Een dergelijke benadering vraagt om een totaal nieuwe (samen)werk(ings)houding. Het gaat hierbij niet om sec prestatiebestekken of het propageren van een fenomeen. De zoektocht gaat verder en richt zich veel meer op de opgave(n). Uiteindelijk worden prestaties gedefinieerd vanuit de eigen scoop van mogelijkheden. Bij innovatie ben je juist op zoek naar dat we er tot nu toe nog niet was. En vraagt dus om extra creatieve ruimte.

Maatwerk als serie van één

Uiteindelijk zijn alle inspanningen gericht op het bedienen van de eindgebruiker. De bewoner moet kunnen beschikken over een woning naar zijn/haar wens, tegen een maatschappelijk acceptabele prijs. Voor het aanbod, dat gericht is op de kwaliteitsaanpassing van de bestaande woningvoorraad, houdt dat in dat er meer maatwerk moet komen met behoud van het schaalvoordeel (serie). Dit is vertaald naar het begrip ‘de serie van één’.

Van moeten naar kunnen

De column is een oproep naar de markt om ideeën, kansen en initiatieven die de verandering van moeten naar kunnen ondersteunen te etaleren. Hoe concreter, des te meer kans van slagen dat de verandering op korte termijn plaats vindt.

Bron
‘De vermoeide samenleving’, Byung-Chul Han, Amsterdam, 15 nov 2011

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Kosten, Kwaliteiten, Proces| Reacties uitgeschakeld voor Van moeten naar kunnen

Je kunt niet meer reageren!