Bestaande Woning Bouw






VERDUURZAMEN START MET EEN HELDER PROGRAMMA

12 juni, 2018 | door Laurens Talsma

(Leestijd 2-3 minuten)

Door: Laurens Talsma en Yuri van Bergen

De derde renovatiegolf in vijftig jaar tijd nadert Nederland met volle vaart (1). Met als belangrijkste doel het behalen van de klimaatafspraken die in Parijs zijn vastgelegd. Dit zorgt voor een renovatie opgave groter dan ooit, waarbij het besef komt dat er nu écht tempo gemaakt moet worden. Willen we in 2050 met zijn allen CO2-neutraal wonen, dan is een afwachtende houding passé. Het is tijd om te doen! Beschikbare capaciteit wordt als probleem ervaren, maar dit doen vraagt niet alleen om het efficiënter inzetten van uitvoerende capaciteit, we zullen vooral sneller tot concretisering van plannen moeten komen. Omdat het nog altijd gaat om prettig en betaalbaar wonen, start verduurzaming met een helder programma. Want de geschiedenis van renoveren heeft tot nu toe laten zien dat er altijd wel iets in de keten van opdrachtgever-ontwerper-maker fout gaat, en dat de bewoner diegene is die met de gevolgen blijft zitten!

Het programma bepaalt
Het verkorten van de keten door integratie van taken en verantwoordelijkheden wordt meer en meer zichtbaar. Als het gaat om planontwikkeling wordt tegenwoordig de kennis uit de markt al vroegtijdig ingezet. Middels vormen als design & build, prestatie-inkoop en Resultaat Gericht Samenwerken (RGS) verschijnt de uitvoerende partij al vroeg op het toneel, om daarmee tijd, capaciteit en kwaliteit te winnen in de werkvoorbereiding. Op papier een goed moment om input te geven; in de praktijk is deze stap nog niet altijd zichtbaar. Tijdens de vraagontwikkeling kan deze partij alleen met voorstellen komen die gericht zijn op techniek. Techniek is echter slechts een middel om tot resultaat te komen. Dit alleen biedt geen garantie op het behalen van de gewenste woonkwaliteit. Nieuwe samenwerkingsvormen met marktpartijen kunnen alleen tot succes leiden wanneer de eigenaar een integraal programma heeft opgesteld waarbij woonkwaliteit, duurzaamheid en betaalbaarheid in balans zijn. Ontbreekt een dergelijk programma, dan is de kans aanzienlijk dat de markt vragen krijgt voorgeschoteld waar zij geen (gewenst) antwoord op kan geven. Met als gevolg dat er juist vertraging in de concretisering van het plan optreedt, terwijl versnelling juist het doel was.

Kaders voor de markt
Een goed programma geeft aan welke prestaties gevraagd worden ten aanzien van beeld- en ruimtelijke kwaliteit, wooncomfort, duurzaamheid en betaalbaarheid. Maar met een goed programma ben je er nog niet. Voordat je de marktpartijen inschakelt moet duidelijk zijn wat de kaders zijn voor de bewegingsvrijheid van deze partijen. De complexiteit van de opgave bepaalt in hoeverre de markt technische oplossingen mag bedenken of dat ze zich aan een aantal (principe) oplossingen moeten houden.

Van vraagontwikkeling naar conceptontwikkeling

De kunst van een goed programma
In onze programmastudies wordt gezamenlijk met de corporatie, VvE of particulier de te bereiken woonkwaliteit gedefinieerd. Om vervolgens tot een programma van prestaties te komen is kennis van de opgave onontbeerlijk. In de studie wordt daarom een huidig kwaliteitsbeeld van de woningen vastgelegd, op basis van de drie gebruikskwaliteiten van het wonen: beeld, ruimte en comfort. Ook de gewenste woonkwaliteit wordt volgens die drie kwaliteiten voorgesteld in overleg met de eigenaar en/of bewoners. Het huidig kwaliteitsbeeld en de gewenste woonkwaliteit leiden gezamenlijk tot het programma. De context en strategie bepalen of de woonkwaliteit in één keer of stap voor stap moet worden bereikt en waar ruimte voor differentiatie mogelijk is. Vervolgens bepalen de kaders van de woningeigenaar met welke vrijheid de markt het programma kan gaan vertalen naar een uitvoerbaar plan. Hier ontstaat de ruimte voor de kennis en kunde van de marktpartij.
Het resultaat van de studie is een document waarin de prestaties zijn benoemd als het gaat om de beeldkwaliteit, woontechniek en comfort van de woningen en wat daarvan de (financiële) consequenties zijn, voor zowel eigenaar als bewoner. Het document draagt bij aan de interne besluitvorming om over te gaan tot realisatie, maar vormt daarnaast ook het startdocument voor de werkvoorbereiding van de uitvoerende partij.

Anders kijken, anders denken
Met 7,5 miljoen woningen in Nederland is de verduurzamingsopgave enorm. We zijn daarbij continu op zoek naar oplossingen die het juiste antwoord geven op die ene altijd terugkerende centrale opgave: het op een betaalbare wijze verduurzamen van onze woningen met aandacht voor de wensen van de individuele bewoner. Om niet telkens het wiel opnieuw te hoeven uitvinden, moeten we naar een vorm van schaalvergroting toe. Er liggen kansen door anders naar de woningvoorraad te kijken en anders te gaan denken over herhaalbaarheid. In plaats van te blijven praten over het volume in woningen zouden we ook naar de herhaling van diverse ‘dragers’ kunnen kijken. In de praktijk wordt deze werkvorm conceptueel genoemd. Door herhaling en schaal te zoeken in de ordening naar componenten, op thema of in natuurlijke momenten. Het document van de programmastudie verschuift dan naar een definiëring van het gewenste concept. De definiëring vindt nog steeds plaats op de daadwerkelijke vraag van de opdrachtgever. Alleen wordt de vraag omgezet in een toepasbaar concept. De resultaten worden bij het DOEN behaald, maar kunnen niks zonder het DENKEN over een duidelijk programma. Want iedere versnelling begint altijd bij start!

 (1) ‘Veertig jaar BouwhulpGroep, veertig jaar focus op wonen’, BouwhulpGroep, 1 mei 2018.

Print dit artikel Print dit artikel

Categorie: Bewoners aan de knoppen, ComponentRenovatie| Geen reacties »

Plaats een reactie