Bestaande Woning Bouw






woonpatronen van herkenning

23 december, 2009 | door Martin Liebregts

De bestaande woningvoorraad geeft ons een schat aan informatie over hoe het gebruikt wordt, wat door de bewoners gewaardeerd wordt en wat de wensen zijn op basis van de huidige situatie. In de dagelijkse praktijk is zichtbaar hoe de verschillende woningen ingericht en gebruikt worden. Welke vorm van een woonkamer wel meerdere vormen van gebruik toelaat en welke niet. Wat de ruimtebehoefte is van de verschillende huishoudenstypen ten aanzien van de afzonderlijke vertrekken en de totale woning. Als deze gegevens systematisch worden vastgelegd, krijgen we een beter begrip van ruimtegebruik en -wensen in de Nederlandse wooncultuur. Er staan nu eenmaal meer dan zeven miljoen ontwerpen schaal 1:1.woningtype vertrekgrootte

In dit artikel gaan we nader in op die dagelijkse gebruikspraktijk van het wonen en pogen enkele woonpatronen te herkennen, die er aanwezig zijn. Bij patronen gaat het om gerangschikte gegevens, die inzicht geven in de terugkerende activiteiten van het wonen. De voorbeelden hiervoor worden ontleend aan de praktijk van de programmastudies, die door de BouwhulpGroep voor woningcomplexen worden uitgevoerd 1. Hierbij worden, via een vaste format, de waarderingen en wensen over de (woon-)kwaliteit in kaart gebracht. Tevens wordt van zoveel mogelijk woningen de meubilering in beeld gebracht.

De waardering van de woning en woonomgeving 2

De tijd dat alle eengezinswoningen door gezinnen bewoond werden, ligt ver achter ons 3. In de afgelopen vijftig jaar heeft er een grote verschuiving plaatsgevonden.
In de vroegnaoorlogse buurten met eengezinswoningen is de samenstelling van de huishoudens nu als volgt:

Als er gesproken wordt over de waardering van de kwaliteit van de woning zal er naar de verschillende huishoudenstypen gekeken moeten worden. Zeker bij de beoordeling van de vertrek-/woninggrootte.
Alvorens we specifiek ingaan op de vertrekgrootte, eerst enkele algemene bevindingen.
Over het algemeen is de tevredenheid over de woning en de afmetingen van de woonkamer en slaapkamers redelijk en bedraagt meer dan 50%. Slechts een deel minder dan 20% is er ontevreden over.
Op zich zeggen deze percentages niets als ze niet in verband gebracht worden met de huishoudensgrootte en de specifieke eigenschappen van de woning. Het zegt alleen dat de voorraad niet massaal vergroot behoeft te worden. Wat wel structureel slecht scoort is de warmte-, geluidsisolatie en mogelijkheden en kwaliteit van de ventilatie.
Als het vervolgens over de woonwensen gaat, dan scoren inrichting en afwerking van keuken, douche en toilet hoog, evenals de bovengenoemde knelpunten. En daar komt dan bij ‘gevoel van veiligheid’ en ‘achterpaden’.
Verder verwacht 70% van de bewoners er over tien jaar nog te wonen. Dus de verhuisgeneigdheid is nog beperkt.

Maar noch een gemiddelde bewoner, noch de gemiddelde woning bestaat. Juist bij de kwaliteitsaanpassing gaat het erom ruimte te zoeken en te vinden voor de differentiatie. Ook als het gaat om de vergroting van de woningen of het realiseren van extra comfort is het wezenlijk een nadere uitsplitsing te maken. De leidraad hierbij wordt gevormd door de vraag van de doelgroep (huishoudenstype) en de eigenschappen van de woning.

Ruimte, grootte en meubileerbaarheid

Om een beter inzicht te krijgen in de wensen van de bewoners in relatie tot de eigenschappen van de woning kijken we specifieker naar het project ’t Ven 1. Dit laat een aardige inkijk zien in de relatie tussen woningtype (grootte) en huishoudenstype (zie figuur ‘Huishoudenstype, woningtype en vertrekgrootte’). Hieruit zijn enkele duidelijke conclusies te trekken:

  • Ingeval de woonkamer voldoende groot is (ca. 28 m2), voldoet de afmeting voor alle huishoudenstypen. Ingeval de woonkamer door de vorm beperkte indelingsmogelijkheden heeft, wordt het door gezinnen al snel als te klein ervaren;
  • De beoordeling van de grootte van de keuken hangt nauw samen met die van de douche/badkamer en de gebruiksmogelijkheden van de woonkamer;
  • Slaapkamers worden door gezinnen als te klein ervaren als de hoofdslaapkamer minder is dan 12 m2;
  • Bij de beoordeling van de grootte van de douche speelt de vorm een grote rol;
  • Zowel voor de douche als de keuken geldt, hoe meer personen het huishoudens omvat, des te meer behoefte er is aan vierkante meters.
  • woonkamer en keuken

    Vorm, grootte en huishoudenstype

    Bij de beoordeling van vertrekken ten aanzien van de bruikbaarheid ligt algemeen teveel het accent op de aanwezige vierkante meters. De meubileerbaarheid en de aanwezigheid van meerdere inrichtingsmogelijkheden krijgen minder aandacht. De inrichtingsmogelijkheden houden verband met de verhouding lengte/breedte, het ruimtebeslag van de looplijnen en de plaats van de deuren. Ogenschijnlijk zijn deze eigenschappen slechts details, maar voor de beoordeling van de grootte zijn ze essentieel.

    Ter illustratie zijn de plattegronden van de begane grond van twee woningtypen toegevoegd (type A en B). De oppervlakten van de woonkamers bedragen resp. 28 en 26 m2 (2 m2 verschil, ofwel 7%). Toch staat de wens per type om de woonkamer te vergroten niet in verhouding tot dit kleine verschil. Bij woningtype A zegt 29% van de gezinnen dat de vergroting van de woonkamer (zeer) belangrijk is. Ingeval van woningtype B is dit 65%. Bij de een- en tweepersoonshuishoudens is het verschil veel minder, resp. 17 en 25%. Juist de beperkte indelingsmogelijkheden en het gebruik spelen bij meerpersoonshuishoudens een grotere rol.

    Op zoek naar de gewenste grootte

    De eengezinswoningen van de afgelopen jaren in de sociale sector bezitten een grootte waarvan de bruto oppervlakte van de begane grond schommelt rond de 50 m2 4. De oppervlakte van type A ligt in die orde van grootte 48 m2.

    In figuur ‘Woninggrootte en vergrotingswens’ is van een aantal praktijksituaties aangegeven hoe de relatie ligt tussen de grootte van de woonkamer en de roep om vergroting, ofwel de mate waarin de vergroting belangrijk wordt geacht. Dan is te constateren dat bij kleiner dan 25 m2 deze roep sterk toeneemt voor alle huishoudenstypen. Als belangrijk criterium wordt het moment genomen dat meer dan 30% van de respondenten het als belangrijk beschouwt 5, 6. Op dat moment verdient het (bijzondere) aandacht. Bij gezinnen speelt dit een rol rond de 25 m2 (als de vorm goed is) en een- en tweepersoonshuishoudens bij 23 m2.

    Samenhang en compensatie

    Elke bewoner beoordeelt zijn plattegrond en grootte van de afzonderlijke vertrekken in samenhang, dat leert de praktijk. Voor een aantal functies kan er in de woning tussen meerdere plekken gekozen worden. Een aardig voorbeeld hiervan is de plaats van de wasmachine (en eventueel droger). Hiervoor komen meerdere ruimten in aanmerking: de douche/badkamer, de keuken, de bijkeuken, de zolder. De keuze wordt mede bepaald door de beschikbare ruimte in de afzonderlijke vertrekken.

    Een illustratie van hoe de waardering door de bewoners alleen in samenhang begrepen kan worden, is het oordeel over de grootte van de keuken in het voorbeeldproject ’t Ven 1. Bij twee typen is de keuken qua grootte en vorm ongeveer gelijk, alleen de douche verschilt in beide situaties. De bewoners met de (te) kleine douche vinden de keuken te klein, terwijl de bewoners van het andere type beduidend minder ontevreden zijn over de grootte van de keuken. De achtergrond van dit oordeel is dat de bewoners met de (te) kleine douche de wasmachine in de keuken moeten plaatsen, terwijl de andere bewoners nog ruimte in de douche hebben. Dit betekent dat het oordeel van bewoners in samenhang met het totaal gelezen moet worden. Zeker bij de aanpak van bestaande woningen is deze constatering essentieel. Bijvoorbeeld bij beperkte ruimte in keuken en badkamer/douche kan extra ruimte gemaakt worden door het realiseren van een ‘bijkeuken’, die ruimte biedt aan de wasmachine, de droger en extra kastruimte voor proviand, of door een betere toegankelijkheid van de zolder. Het zijn juist die ogenschijnlijk kleine dingen, die wonen echt comfortabel maken. Ruimte zoeken en vinden.

    Het wordt tijd dat we weer willen leren van de praktijk van het wonen, zowel voor de aanpassing van de bestaande woningvoorraad als voor de realisatie van (vervangende) nieuwbouw. Dan worden we ons weer bewust van de woonpatronen en de samenhang in de kwaliteit.


    Bronnen:

    1. Door de BouwhulpGroep zijn tientallen buurten in beeld gebracht ten aanzien van het gebruik en de waardering. In dit artikel worden de woningplattegronden geïllustreerd van het complex ’t Ven te Eindhoven, omdat er drie onderscheiden woningentypen zijn, de meubilering in beeld gebracht is en de respons zeer hoog was (61% van 363)
    2. Resultaten 824 enquêtes in twaalf buurten, met overwegend naoorlogse doorzonwoningen in de periode 2007-2009, uitgevoerd door de BouwhulpGroep
    3. Van Levensduurdenken naar Milieu-Waarden-Analyse’, Martin Liebregts en Haico van Nunen, kennisbank www.Bestaandewoningbouw.nl, 11 december 2009
    4. ‘Een begane grond van rond de 50 m2’, Martin Liebregts en Haico van Nunen, kennisbank www.Bestaandewoningbouw.nl, september 2009
    5. ‘Kwaliteit naoorlogse wijken programmatisch benaderen’, Martin Liebregts, Bouw, 18 december 1992
    In dit artikel staat aangegeven dat 79% van de geënquêteerde bewoners tevreden is over de woninggrootte. Uitgesplitst naar een- en tweepersoonshuishoudens en gezinnen was het 87 en 67%. Vertalen we dit naar de wens om te vergroten, dan hanteren we als richtlijn 13, 21 en 33%
    6. ‘Bewonersoordeel als kwaliteitsmaatstaf’, Martin Liebregts en Henk Kok, Bouw 22 mei 1992

    Print dit artikel Print dit artikel

    Categorie: Doelgroep, Voorraad| Reacties uitgeschakeld voor woonpatronen van herkenning

    Je kunt niet meer reageren!